Eerst kwam er een klein geel, gebreid gewaad...
en toen een gekleurd, kanten lijfje, dat over het hoofd werd aangetrokken...
en om het lichaam werd vastgemaakt, het had op de borst iets als koorden.
Daaroverheen kwam een bruinige mantel met armsgaten, van bovenaf hingen slippen.
Het werd rond de hals uitgesneden en onder de borst gesloten.
Aan haar voeten droeg ze bruine sandalen, met dikke, groene zolen.
Haar roodgele krullen waren opgemaakt, en er was een zijden kroon met veren op gezet.
De veren waren een vinger lang en bogen naar de binnenkant van de kruin.
Ik weet tot welke vogel in dat land ze behoorden.
Een grote vierkante, askleurige zakdoek werd als een grote sluier over haar hoofd gehangen.
Het kon zo onder de armen worden samengetrokken dat die erin konden rusten als in draagdoeken.
Het bleek een mantel te zijn die werd gebruikt bij gebed en boetedoening.
Ook bij reizen.
De priesters stelden het kind nu allerlei vragen...
over de discipline die in de tempel werd toegepast.
Ze zeiden onder andere tegen haar: 'Je ouders hebben beloofd dat je naar de tempel gaat en hebben gezworen dat je geen wijn of azijn zult drinken, en dat je geen druiven of vijgen mag eten. Wat wil je nu aan deze gelofte toevoegen? Denk erover na tijdens het eten.'
Het Joodse volk, en vooral jonge meisjes, was gewend om azijn te drinken.
Ook Maria was er dol op.
Over deze en soortgelijke dingen werd ze ondervraagd.
[emmerich]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten