weorð scipe
dinsdag 28 april 2026
salus, salvación
Nuestra Señora de Salvación
OLV van Verlossing...
te Joroan, Filippijnen
sinds 1726
maandag 27 april 2026
marienfried 6
marienfried 5
'Toen vroeg Bärbel welke afbeelding voor de kapel gebruikt moest worden.
De verschijning wees naar het altaartje langs de weg met de afbeelding van de Driemaal Wonderbaarlijke Moeder en zei: deze afbeelding moet gebruikt worden, omdat er al een groep mensen bijeengekomen is die ervoor gebeden en offers gebracht hebben.
Zij had deze offers aanvaard, en wilde dat nog veel meer mensen naar deze afbeelding geleid zouden worden, en haar, als aan haar toegewijde slachtoffers, de macht zouden geven, om het Koninkrijk van de Koning van de Vrede te stichten.
Wanneer deze schare zou beginnen met haar wil te vervullen, zou zij vanaf deze plek de eerste en grootste wonderen verrichten. Zij zou dit altijd doen op de plek waar mensen haar boodschap voor het eerst herkenden en volgden. De wonderen zouden echter alleen zichtbaar zijn voor haar kinderen, omdat ze in het geheim zouden plaatsvinden.
-
De verschijning spoorde Bärbel aan te bidden.
"Mijn kinderen moeten de Eeuwige prijzen en verheerlijken en Hem danken.
Daartoe heeft Hij hen geschapen, tot Zijn eer."
Er moet veel gebeden worden voor zondaars.
Daarom moeten velen zich beschikbaar stellen voor haar,
zodat zij hen gebedsinstructies kan geven.
Er zijn veel zielen die simpelweg wachten
op de gebeden van hun kinderen.
Ze zei ook dat men na elke rozenkrans de aanroepingen
"Gij Grote...", "Gij Getrouwe..." en "Gij Middelares van alle genaden"
moet bidden.
Toen de verschijning ophield met spreken,
werd ze plotseling omringd door een grote groep engelen.
Ze droegen lange witte gewaden, knielden op de grond en bogen diep.
Ze baden een lofgebed tot de Allerheiligste Drievuldigheid.
Eerst baden ze een lofgebed tot de Vader.
Toen het gebed was afgelopen, vroeg de engel Bärbel het te herhalen.
Dat deed ze.
Na het amen sprak de engel:
"Grote Middelares van Genade"
Bärbel antwoordde: "Bid voor ons."
Daarna volgde een lofzang op de Zoon.
Bärbel bad opnieuw.
Op de aanroeping "Trouwe Middelares van Genade"
antwoordde Bärbel opnieuw: "Bid voor ons."
Evenzo volgde een lofzang op de Heilige Geest
met de aanroeping: "Middelares van alle genade."
Waarop Bärbel antwoordde: "Bid voor ons."
Terwijl pastoor Humf en zijn zus niets hoorden tijdens Bärbels dialoog met de verschijning,
maar alleen haar lippen zagen bewegen, hoorden ze Bärbel wel duidelijk en vloeiend
het lofgebed tot de Allerheiligste Drie-eenheid opzeggen.
"...Wees gegroet, eeuwige Heerser, levende God, altijd aanwezige, vreeswekkende en rechtvaardige Rechter, altijd goede en barmhartige Vader, U zij vernieuwd en te allen tijde aanbidding, lof, eer en glorie, door Uw zonovergoten Dochter, onze wonderbaarlijke Moeder.
Wees gegroet, geofferde God-Mens, bloedend Lam, Koning van de Vrede, Boom des Levens, Gij ons Hoofd, Dood naar het hart van de Vader, eeuwig uit de Levende geboren, eeuwig regerend met de Zijnde, U zij vernieuwd en te allen tijde macht, glorie, grootheid, aanbidding, verzoening en lof, door Uw onbevlekte Moeder, onze wonderbaarlijke Moeder.
Wees gegroet, Geest van de Eeuwige, altijd stromende, eeuwig actieve God, Gij Vloed van Vuur van de Vader naar de Zoon, Gij Brullende Storm, die kracht, licht en vurigheid blaast in de ledematen van het eeuwige lichaam, Gij Eeuwige Vlam van Liefde, vormende Geest van God in de levenden, Gij rode stroom van Vuur van de Eeuwig Levende naar de stervelingen, U zij vernieuwd en te allen tijde kracht, glorie en schoonheid, door Uw met sterren gekroonde Bruid."
Vervolgens werd Bärbel gevraagd
om samen met de verschijning de Immaculata-Rozenkrans te bidden.
De verschijning zei steeds "Amen" en bad het "Eer aan God" helemaal alleen
Terwijl ze dit deed, boog ze diep, net als alle engelen.
Hetzelfde gebeurde met de naam van Jezus.
Na de Rozenkrans gaf de verschijning de zegen, net als in mei.
Ze spreidde haar handen in zegen en sprak een gebed tot de Heilige Drie-eenheid,
dat Bärbel zich niet woordelijk kon herinneren.
Ze bad voor de Kerk, dat zij haar positie zou erkennen
en de wil van de Vader zou respecteren.
Ze vroeg de Drie-ene God om de Kerk
door haar te mogen zegenen
en vrede schenken.
Vanaf het begin was de verschijning
veel mooier en meer verheerlijkt dan in mei.
Ze was zo vriendelijk en hartelijk.
Er was iets van grote pijn op haar gezicht te lezen.
Ze klaagde dat haar kinderen haar in de steek lieten.
En dat ze hen daarom niet naar de Verlosser kon leiden.
Dit was een groot verdriet voor haar.
Toen de engelen begonnen te bidden,
werd de verschijning nog mooier, helderder en stralender.
De drievoudige kroon van stralen boven haar hoofd was zo helder en groot
dat hij de hele hemel bedekte.
Toen de Moeder Gods haar zegen gaf,
strekte ze haar handen uit zoals een priester voor de consecratie.
Op dat moment zag Bärbel talloze stralen uit haar handen komen,
die door de engelen heen gingen en door haar zelf, en omhoog naar de hemel.
De stralen kwamen vervolgens uit haar hele gestalte en doordrongen alles om haar heen,
als een zonnestraal die door een venster schijnt.
De verschijning was volkomen helder en transparant geworden;
ze was zo onbeschrijfelijk mooi en puur.
Bärbel was alles om haar heen vergeten;
ze wist maar één ding: dat dit de Moeder van de Verlosser was.
Ze straalde een gloed uit die onvergelijkbaar helderder was
dan de straling van de zon.
Bärbel was als verblind
zodat ze haar ogen afwendde
en toen was de verschijning verdwenen
en daarmee verdween alles wat helder en mooi was.
Van de visioenen en de bijbehorende toespraken
zagen en hoorden pastoor Humpf en zijn zus Anna niets.
Zelfs niet Bärbels vragen.
Ze hoorden alleen het gebed van de engel tot de Allerheiligste Drie-eenheid,
dat pastoor Humpf in steno noteerde.'
[bron]
marienfried 4
DERDE VISIOEN OP 25 JUNI 1946 [H. Gulielmus Abt]
'Zoals gevraagd bij de verschijning op 25 mei,
gingen pastoor Humpf en zijn zus Anna, samen met Bärbel,
op het feest van de heilige abt Willem naar Marienfried.
Het was 18.30u. Onderweg baden ze de rozenkrans.
Anna versierde het kleine beeldje.
Nadat ze een tijdje hadden gebeden,
wilde Bärbel, zoals ook eerder, plotseling naar huis.
Anna zei dat er geen haast was.
Onmiddellijk daarna zag Bärbel de verschijning,
en riep uit: "Maria, hoe mooi zijt gij!"
"Ik ben de Grote Middelares van de Genade.
De Vader wil dat de wereld deze positie van Zijn Dienstmaagd erkent.
Mensen moeten geloven, dat ik als eeuwige Bruid van de Heilige Geest,
de getrouwe Middelares van alle Genaden ben.
Mijn teken is in het verschijnen.
Zo wil God het.
Alleen mijn kinderen erkennen het,
omdat het zich in het verborgene toont,
en geven de eeuwige derhalve de Glorie.
Mijn macht kan ik vandaag nog niet aan de grote wereld openbaren.
Ik moet mij met mijn kinderen terugtrekken.
In het verborgen wil ik wonderen in de zielen bewerken,
totdat het getal van de offers compleet is.
Van jullie hangt het af, de dagen van de duisternis te verkorten.
Jullie bidden en offeren zal het beeld van het Beest verbrijzelen.
Dán kan ik mij aan de hele wereld openbaren, tot Glorie van de Almachtige.
Kiezen jullie mijn teken,
zodat de Drie-ene God spoedig door allen aanbeden en geëerd mag worden.
Bid en offer door mij. Bid altijd. Bid de Rozenkrans.
Smeek alles af bij de Vader, door mijn Onbevlekte Hart.
Als het tot Zijn glorie strekt, zal Hij het jullie geven.
Bid de Immaculata-Rozenkrans, de genaderijke Rozenkrans, zoals ik jullie heb getoond.
Vraag daarin niet om vergankelijke waarden, maar smeek genade af voor individuele zielen,
voor jullie gemeenschappen, voor de volken, zodat allen het Goddelijk Hart liefhebben en eren.
Vier de aan mij gewijde zaterdag zo zoals ik het gewenst heb.
De apostelen en priesters dienen zich allen in het bijzonder aan mij te wijden.
Opdat de grote offers die de Ondoorgrondelijke net van hen eist,
in heiligheid en waarde toenemen wanneer ze in mijn handen worden gelegd.
Brengen jullie mij vele offers.
Maak van jullie gebed een offer.
Wees onbaatzuchtig.
Vandaag gaat het er enkel daarom,
de Eeuwige eer en verzoening te schenken.
Als jullie je hier totaal aan wijden, wil ik voor al het andere zorgen.
Mijn kinderen wil ik kruisen doen dragen, zwaar en diep als de zee.
Omdat ik hen in mijn geofferde Zoon liefheb.
Ik vraag jullie, wees bereid het kruis te dragen,
zodat de vrede spoedig mag komen.
Kies jullie mijn teken,
zodat de Drie-ene spoedig eer mag ontvangen.
Ik eis dat de mensen mijn wensen spoedig vervullen,
omdat dat de wil van de Hemelse Vader is
en omdat het voor zijn grotere eer en glorie,
vandaag en voor altijd noodzakelijk is.
Een verschrikkelijke wee verkondigt de Vader aan hen
die zich niet aan Zijn Wil willen onderwerpen."
De verschijning gaf Bärbel de opdracht deze boodschap bekend te maken.
Ze zei dat dit haar boodschap aan de wereld was,
en dat de mensen hierover onderwezen moesten worden.
"Ik wil dat mensen het ervaren, zoals ik het gezegd heb,
woord voor woord, je zult het je herinneren."
Bärbel vroeg hoe dit moest gebeuren.
De verschijning antwoordde...
dat aan mensen verteld moest worden
dat zij een nieuwe boodschap voor de wereld had.
Externe omstandigheden en details hoefden niet genoemd te worden.
Het ging er alleen om dat mensen haar wil leerden kennen,
namelijk de wil van de Vader.
Geesten zouden verdeeld raken over deze boodschap.
Een grote groep zou er aanstoot aan nemen,
maar een kleine groep zou het correct begrijpen en interpreteren.
Deze kleine groep zou haar wil erin erkennen en zich verheugen.
Deze groep had haar rol in de huidige tijd herkend,
en haar veel vreugde gebracht.
In veel landen had deze groep haar vertegenwoordigers,
en zij zouden er mee voor zorgen dat haar boodschap werd verspreid.
Velen uit deze groep hadden haar verborgen wonderen al mogen zien.
Ze hadden erkend dat zij de Wonderbaarlijke Moeder was,
en eerden haar onder deze titel [Schönstattbewegung etc....].
Daarna volgde een langer gesprek tussen de verschijning en Bärbel,
die allerlei vragen stelde die pastoor Humpf en Anna haar hadden gegeven.
Ze vroeg de verschijning om een uiterlijk teken, zodat de mensen haar boodschap zouden geloven.
Daarop antwoordde deze dat zij pas dan tekenen zou geven, als de mensen haar wil vervullen.
Dan zou ze grotere wonderen verrichten dan ooit tevoren, wonderen voor de ziel.
Ze had al zovele tekenen gegeven, en zo vaak tot de wereld gesproken,
maar de mensen hadden het niet ernstig genomen.
Door de uiterlijke tekenen waren er grote massa's gekomen,
die echter niet geïnteresseerd waren in het essentiële.
We staan, zei ze, voor een tijd
waarin al diegenen zullen afdwalen,
die enkel door zichtbare wonderen in haar geloven.
Uiterlijke tekenen zouden velen slechts naar grotere verantwoording voeren,
omdat ze de noodzakelijke conclusies niet zouden trekken.
Bärbel vroeg dan of hier nu een kapel gebouwd moest worden.
De verschijning antwoordde: "Ik heb jullie wens vervuld...
Houden jullie je aan jullie belofte!"'
[bron]
marienfried 3
'Toen werd Barbel iets verteld waarover ze niet mocht spreken.
De verschijning zei dat ze het geheim moest houden.
"Je weet nog niet wat je ermee moet doen.
Heb vertrouwen. Ik zal je leiden.
Je zult het op een dag begrijpen."
Tot slot kreeg ze de opdracht om terug te keren op het feest van H. Gulielmus Abt [25 juni].
Wat betreft deze opdracht zei de verschijning nog dat de duivel zo'n macht zou krijgen dat iedereen die niet stevig in haar geworteld was, misleid zou worden, want de duivel wist hoe hij mensen kon verblinden, zodat zelfs de besten misleid konden worden.
Er zou een tijd komen dat ze er helemaal alleen voor zou staan, en vreselijk belasterd zou worden, maar ze moest alles op het vertrouwen grondvesten. Waar mensen niet op haar Onbevlekte Hart vertrouwen, zou de duivel macht hebben. Maar waar mensen haar Onbevlekte Hart in de plaats van hun zondige harten stellen, zou de duivel geen macht hebben. Hij zou echter haar kinderen vervolgen. Ze zouden veracht worden, maar kon hen geen kwaad doen!
Ter bevestiging van de werkelijkheid van de verschijning,
werd Bärbel verteld dat ze naar Kellerberg moest gaan,
op de weg van Pfaffenhofen naar Beuren.
Daar, zei ze, was een man in grote nood.
Ze moest hem helpen, hem hierheen sturen.
Hier zou hij geholpen worden.
Dit moest voor haar een teken zijn dat ze zich niets inbeeldde.
Bärbel had die ochtend lang geweigerd naar buiten te gaan,
omdat ze de gedachte had gehad dat het hele gebeuren een vreselijke illusie zou kunnen zijn.
Over deze angstige twijfel, zei de verschijning die ochtend tegen haar: "Kijk, vanmorgen heb ik jou helemaal alleen gelaten. Mijn genade was niet met je. Zo zal het vaker gaan. Ik heb offers nodig... De grootste genaden moeten door dergelijk lijden worden verworven."
Aanvankelijk had de verschijning een vergelijkbare uitstraling als die van 25 april, en behield deze eenvoudige gelaatsuitdrukking terwijl ze sprak.
Na het gesprek, vouwde ze haar handen.
Toen begon de engel die vlakbij stond te bidden.
Bärbel kon zich niet alle smeekbeden herinneren.
Enkele voorbeelden waren:
"Werk als de Moeder van Genade"...
"Werk als de Driemaal Wonderbaarlijke Moeder"
"Driemaal Wonderbaarlijke Genade"...
"Gij, Weg naar de Vrede"...
"Gij, betrouwbare Moeder"...
"Redding van de christenheid"...
"Gij, Grote"...
"Gij, Getrouwe"...
"Gij, Middelares van alle Genade"
Waarop Bärbel steeds antwoordde: "Bid voor ons."
Tijdens dit gebed van de engel
werd de verschijning onbeschrijflijk mooi, geheel licht en stralend.
Ze spreidde haar handen uit.
Het licht, dat eerst alleen in haar gezicht zichtbaar was,
omhulde nu haar hele gestalte.
Een unieke uitstraling hadden haar ogen.
Boven haar hoofd schitterden driemaal stralen,
de ene boven de andere, als een drievoudige kroon.
Toen de engel zijn gebed had beëindigd, sprak hij tot Bärbel en Anna: "Knielen jullie neer!"
Toen hief de Moeder Gods haar hand op voor een zegen,
die ze gaf als een priester, met de woorden:
"Ik breng jullie de Vrede van Christus
in de naam van de Vader, en van de Zoon,
en van de Heilige Geest."
Toen de verschijning de zegen gaf,
werd ze doorzichtig als kristal en nog helderder dan een lichtstraal.
Bärbel werd door de gloed zo verblind, dat ze haar blik moest afwenden.
Toen ze weer opkeek, was de verschijning verdwenen.
Anna kon van de verschijning niets zien, noch horen.
Alleen Bärbels vragen tijdens het gesprek had ze opgevangen.
Vervolgens ging Bärbel naar de plek die de verschijning had aangewezen
en trof daar inderdaad een man aan die, te oordelen naar zijn spraak, Pools leek te zijn.
Hij zag er nogal radeloos uit en verborg iets onder zijn mantel.
Bärbel vroeg hem waar hij naartoe ging.
Hij antwoordde: "Het bos in."
"Wat verberg je onder je mantel?"
"Niets."
"Je hebt een touw..."
"Het is zo zwaar... Kan jij mij helpen?"
"Ik kan jou niet helpen, maar breng je naar een plek
waar je wel geholpen kunt worden!"
Ze leidde hem naar Marienfried.
Daar zei hij: "Ik weet niet wat er toch met me aan de hand is,
dat ik me ineens zo makkelijk laat beïnvloeden..."
Daarna bleef hij alleen bij het kleine beeldje.
's Avonds vonden meisjes die naar het beeldje kwamen
een strop die daar hing. De arme man...
had er hulp gevonden.'
[bron]
marienfried 2
TWEEDE VERSCHIJNING 25 mei 1946
'Op de ochtend van 25 mei 1946
kreeg Bärbel van een engel de opdracht
om die dag naar de plaats van de verschijning te gaan.
Die engel kwam vaak bij haar, vooral 's ochtends, en bad met haar.
Hij vertelde haar ook voor welke intenties ze moest bidden.
Hij noemde zichzelf de 'Engel van de Grote Middelares van Genade.'
Na de H. Mis vroeg Bärbel aan Anna om wederom met haar mee te gaan.
Later die ochtend stuurde ze Anna echter een briefje, waarin ze schreef:
dat ze niet naar Marienfried zou gaan, omdat ze het allemaal als bedrog beschouwde.
Daarop waarschuwde Anna's broer, pastoor Humpf, haar dringend
om het bevel van de engel, dat ze tot dan toe altijd opgevolgd had, in te willigen,
anders zou ze in een rampzalige tegenspraak met zichzelf terechtkomen.
Na de ernstige vermaningen van haar pastoor,
stemde Bärbel uiteindelijk toe, met tegenzin.
Na 17u gingen ze dan samen naar Marienfried.
Ze versierden het altaartje langs de weg met bloemen, en baden er een tijdje.
Toen Bärbels vader voorbij kwam gereden, zei ze tegen Anna:
"Kom, laten we naar huis gaan."
Maar Anna wilde langer bidden.
Dus bleven ze.
-bijkomende kerk (sinds 2010)-
Plots zag Bärbel de engel naast de boom, die haar naar rechts wees.
Daar zag Bärbel de mysterieuze dame weer staan.
Zij was helemaal in het wit gekleed,
met een witte mantel, vergelijkbaar met een cape.
Haar haar was donker en in het midden gescheiden,
en haar ogen waren ook donker.
Er was zo'n prachtig licht in haar ogen,
zo'n helderheid, puurheid en vriendelijkheid in haar hele gezicht,
iets wat Bärbel nog nooit eerder had opgemerkt.
Er was absoluut iets aan haar dat Bärbel op de een of andere manier aantrok,
iets dat haar meteen betoverde, en voor het eerst geloofde ze
dat ze de Moeder van de Verlosser zag.
Bärbel riep: "Maria!"
Toen zei de verschijning:
"Ja, ik ben de Grote Middelares van Genade.
Zoals de wereld slechts door het Offer van de Zoon
bij de Vader erbarmen vinden kan,
zo kunnen jullie enkel door mijn voorspraak
bij de Zoon verhoring vinden.
Christus is daarom zo onbekend
omdat ik niet bekend ben.
Daarom stortte de Vader
Zijn toornbeker uit over de volken,
omdat zij Zijn Zoon verworpen hebben.
De wereld werd aan mijn Onbevlekte Hart toegewijd,
maar deze Toewijding is velen tot vreselijke verantwoordelijkheid geworden.
Ik eis dat de wereld deze Toewijding naleeft.
Heb volstrekt vertrouwen in mijn Onbevlekte Hart.
Geloof dat ik alles kan bij de Zoon.
Stel mijn Onbevlekte Hart in de plaats
van jullie zondige harten.
Dan zal ik degene zijn
die de kracht van God aantrekt.
En de liefde van de Vader zal Christus
nieuw in jullie tot volmaaktheid vormen.
Vervul mijn verzoek.
Zodat Christus spoedig
als Koning van de Vrede
mag regeren.
De wereld moet de beker van toorn
tot de laatste druppel leegdrinken
vanwege de talloze zonden
die Zijn Hart beledigen.
De Ster van de Afgrond
zal woedender woeden dan ooit tevoren,
en een verschrikkelijke verwoesting zal worden aangericht,
omdat hij weet dat zijn tijd kort is,
en omdat hij ziet dat velen zich al
rond mijn teken verzameld hebben.
Over hen heeft hij geen macht,
ook al zal hij de lichamen van velen doden.
Maar uit dit voor mij gebrachte offer, groeit mijn kracht
om de overgebleven kudde naar de overwinning voor Christus te leiden.
Sommigen hebben mijn teken al ontvangen,
en er zullen er steeds meer volgen.
Tegen jullie, mijn kinderen, wil ik zeggen:
vergeet niet, zelfs in de bloedigste dagen,
dat dit kruis een genade is,
en dank de Vader steeds weer
voor deze genade.
Bid en breng offers voor zondaars.
Bied jezelf en je doen aan de Vader op door Mij.
Stel jezelf volledig ter beschikking van Mij.
Bid de Rozenkrans.
Bid niet zozeer om materiële goederen.
Vandaag gaat het om meer.
Verwacht geen tekenen en wonderen.
Ik wil in het verborgene werken
als de Grote Middelares van Genade.
Ik zal jullie vrede in het hart schenken,
als jullie mijn verzoeken inwilligen.
Alleen op deze vrede
zal de vrede der volken worden gebouwd.
Dan zal Christus regeren
als Koning van de Vrede
over de volken
Zorg ervoor dat mijn wil bekendgemaakt wordt
Ik zal jullie de nodige kracht geven
Bärbel wierp tegen:
"Ik kan me dat niet allemaal herinneren,
omdat ik een slecht geheugen heb!..."
De verschijning zei haar dat ze vertrouwen moest hebben;
op het juiste moment zou ze de juiste woorden weer horen.'
[bron]
marienfried 1
'Het was 1944.
De oorlog was een fase ingegaan die een verschrikkelijk einde leek te gaan betekenen.
Toen legde E.H. Martin Humpf, pastoor van Pfaffenhofen a/d Roth, in de Landkreis Neu-Ulm in Beieren, een gelofte af aan de Heilige Maagd Maria, om een kapel voor haar te bouwen als dank voor haar bescherming tijdens de oorlog.
De parochie van Pfaffenhofen had het geluk Maria's bescherming inderdaad te ervaren en de oorlog te overleven. Een jaar na het einde van de oorlog wilden pastoor Humpf en zijn parochianen dan ook hun gelofte niet langer uitstellen. Allereerst moest er een locatie voor de beloofde Mariakapel worden gekozen, want er waren twee plekken voorgesteld.
Op donderdag 25 april 1946, nu tachtig jaar geleden... ging pastoor Humpf, samen met zijn zus Anna (toen 26j.) en haar vriendin Bärbel Rüß (22j.), rond 15u het bos in om beide locaties te bekijken.
Onderweg naar de tweede locatie, bespraken ze ook de geschiedenis van bedevaartsoorden, waar Maria vaak de plek die ze wenste met een teken had aangewezen. Pastoor Humpf sprak de wens uit dat ook zij een teken zouden ontvangen. Ze baden samen de rozenkrans, en keerden ondertussen terug naar de eerste open plek, om het gebied alvast wat te ontginnen.
Ze verwijderden onkruid, en maakten de grond schoon, om een open plek te creëren op de gekozen locatie. En wilden een klein schilderijtje ophangen aan een prachtig gegroeide boom te midden van dicht struikgewas, en daarmee een begin maken met het project.
De drie waren nog niet lang aan het werk,
toen Bärbel Rüß plots zei: "Iemand heeft mij geroepen!"
Pastoor Humpf dacht dat het wel Bärbels zusje zou zijn, maar er was niemand te bekennen.
Daarop ging Berbel de struiken in, en riep: "Komt u eens kijken wat voor vrouw dit is!"
Pastoor Humpf kwam dichterbij, maar kon niemand zien.
Hij trof Berbel aan in gesprek met iemand die hij niet kon zien.
Hij hoorde haar vragen: "Wie bent u eigenlijk?... Hoe weet u dat?... Dat begrijp ik niet..."
Pastoor Humpf en zijn zus Anna beseften stilaan dat Bärbel een visioen had.
De vrouw verdween en Bärbel ging weer aan het werk.
-
Ze werd een tweede en derde keer geroepen,
en sprak opnieuw met de verschijning. Ze vroeg:
"Wie bent u?... Hoe weet u dat eigenlijk?... Ik begrijp dat niet...
Ja, dat was zes jaar geleden, op 13 mei 1940, Pinkstermaandag.
Hoe weet u dat?..."
Weer verdween de verschijning.
Bärbel was ervan overtuigd dat pastoor Humpf en zijn zus die vrouw ook hadden gezien, en dat ze alles net zo goed hadden gehoord. Toen ze dit ontkenden, werd Berbel woedend en zei: "Ik weet toch zeker wel wat ik gezien heb? Ik ben nog bij mijn volle verstand!" Ze was behoorlijk verontwaardigd omdat ze allebei beweerden niets van dat alles te hebben gezien.
Toen de pastoor Bärbel de volgende dag vroeg wat de vrouw dan precies had gezegd,
antwoordde zij: "Het zijn woorden die ik niet begrijp:
'Daar waar het meeste vertrouwen is,
en waar men mensen leert dat ik alles kan bij God,
zal ik vrede verspreiden.
Dan, wanneer alle mensen
in mijn macht geloven,
zal er vrede zijn.
Ik ben het teken
van de levende God.
Ik druk mijn kinderen
mijn teken op het voorhoofd.
De Ster zal mijn teken vervolgen.
Mijn teken zal echter de Ster overwinnen.'
Als antwoord op de vraag wie zij was,
kreeg Bärbel het antwoord:
'Als ik de sluier niet droeg,
zou je mij herkennen.'
Toen ze wegging, voegde de vrouw eraan toe:
'De vrede van Christus zij met jullie
en met allen die hier bidden.'
Toen begreep pastoor Humpf dat dit het gewenste teken was!
Nu wist hij zeker dat de kapel hier geplaatst moest worden.
Vervolgens vroeg hij Bärbel wie de vrouw kon zijn.
Ze zei dat zij het niet wist.
Het was wellicht dezelfde vrouw die ze op 13 mei 1940 op weg naar het bos had ontmoet.
Destijds had die haar de zogenaamde Immaculata Rozenkrans geleerd.
Toen Bärbel vroeg wat voor rozenkrans dat was, had ze gezegd,
dat in plaats van de bekende mysteries van de rozenkrans
de volgende smeekbeden moesten worden gebeden:
1 Door uw Onbevlekte Ontvangenis, red ons vaderland.
2 Door uw Onbevlekte Ontvangenis, bescherm ons vaderland.
3 Door uw Onbevlekte Ontvangenis, leid ons vaderland.
4 Door uw Onbevlekte Ontvangenis, heilig ons vaderland.
5 Door uw Onbevlekte Ontvangenis, heers over ons vaderland.
In plaats van het vaderland, kon ook een andere intentie worden ingevuld.
Pastoor Humpf zei toen: "Die vrouw lijkt mij de Moeder Gods!"
Hierop was Bärbel volkomen van streek.
En weigerde dit te accepteren.
Onder geen beding.'
[bron]
beit hogla 2
ongeveer 100 km ten zuiden van Beit Hogla
eveneens op de Westelijke Jordaanoever
m.a.w. in Palestijns gebied...
een Palestijns bedoeïnendorp
vlakbij het kolonistenkamp
'Carmel' genaamd...