woensdag 29 april 2026

gabriël smit 3


WANNEER ?

Komt U morgen terug? U was
vandaag zo gelukkig dichtbij
U keek voortdurend door mij
heen naar bomen, bloemen en gras
 
Dat was vanmorgen. Het licht
was gewoon van U, het was alsof
de adem van uw gezicht
weer leven opriep uit stof
 
alsof om mijn voeten heen
iets werd opgeslagen, een zacht
opzien dat alles doorscheen
alsof, bijna onverwacht
 
het gras zich rekkend uitkeek
naar de donkere frons van
de bomen, trots boven het bleek
groeibegin van maart. Het kan
 
zijn, dacht ik, dat het groen
de aarde genezen mag en
voorzichtiger mag overdoen
Als ik er dan nog maar ben
 
Maar vanmiddag was het niet
gebeurd en toch was alles goed
De mensen op weg, de dieren niet
bedroefd, hemel in overvloed
 
het licht groter, overal opening
en alles - ik weet niet hoe -
met monden van bezegeling
naar een hartelijk wonder toe
 
Dat is nu, vanavond, niet
gekomen. Wij zitten nu weer in
ons oude huis. Maar dat is niet
erg. Wij weten toch: het begin
 
is er, als God wil, kan
ik wanneer ik met Hem meeloop
een vrouw worden, een man
Er is meer dan zekerheid, er is hoop
 
En als U terugkomt - wanneer
weet U alleen - zijn wij misschien
iets dichter bij onze eigen terugkeer
Kom - en U zult het zien

-G. Smit-



gabriël smit 2


-Gabriël Smit (J.H. Moesman)-

WAT U BENT
 
Soms bent U een stem in mij
een klein roepen achter mijn ogen
maar ik kijk er altijd voorbij

Soms bent U een oog in mijn hart 
maar als ik U eindelijk opsla
is het nacht en is alles zwart
 
Soms bent U iets aan het raam
holle wangen van een ontsnapte
altijd iets waarvoor ik mij schaam
 
Soms bent U een vel wit papier
dat mij dwingt om U in te schrijven
en voortdurend antwoordt: niet hier

Soms bent U de kamer rondom
samenspraak met vertrouwde dingen
die antwoord geven: daarom

Soms bent U het zelf, dan zijn
er geen woorden of dingen meer over
dan is er alleen maar pijn

-G. Smit-



gabriël smit 1


-Behoeftigen, (J.H. Moesman)-

PASEN

Alles aan U doet nog pijn
Drie dagen slapen is niet genoeg
U bent wel opgestaan, maar te vroeg
zelfs U kunt nog niet beter zijn

U bent Uzelf nog niet, U bent
nog de tuinman, een man van
groen dat nog uitbotten kan
nog niet klaar, niet herkend

De zon gaat wel op, maar is
nog niet opgegaan, er hangt
nevel die naar U verlangt
even bedeesd als Uzelf nog is

U wijkt uit: 'Raak mij niet aan!'
Uw wonden trekken, wij hebben U
zo verschrikkelijk pijn gedaan
Straks misschien kan het, niet nu

Maar dat straks is genoeg. Het moet
zeggen: U bent er al, maar
U komt. Haal diep adem, sta klaar
Je hebt Mij altijd tegoed

-G. Smit-



dinsdag 28 april 2026









catharina van siena 2

en omdat ik dat boekje zo leuk vindt

en die titel, en dat versje !

- boekje over heiligen voor kinderen!!

van Gabriël Smit (rijmpjes)

& Piet Worm (prentjes) -

zo heerlijk...



Die Jezus’ doornen droef en zwaar
Gedragen hebt zo menig jaar

Die in uw voeten en uw handen
Zijn felste wonden voelde branden

Bid, Catharina, bid voor mij
Dat ik zijn lijden waardig zij


(Andrea Vanni)


[uit 1946 !]

catharina van siena 1



morgen haar feest: Catharina van Siena !

die al vaker terugkeerde op deze bladzijden

al vele jaren lang, telkens weer,

telkens weer nieuw !




ongeletterde...


kerkleraar !


-met Thomas van Aquino (P. de Villegas)-

drieëndertig, was ze

toen ze stierf


(Plautilla Nelli)









salus, salvación

Nuestra Señora de Salvación

OLV van Verlossing...

te Joroan, Filippijnen

sinds 1726





verspreid door de Jezuïeten van Palermo

vanaf 1722




en er was al de Salus in Rome...

(geliefde Moeder van de Jezuïeten)

beschermster van de H. Stad

sinds 590 AD

!!







maandag 27 april 2026







marienfried 6

 


VOORAF
LOF AAN DE VADER
Wees gegroet,
eeuwige Heerser, levende God, altijd aanwezige, 
vreeswekkende en rechtvaardige Rechter, 
altijd goede en barmhartige Vader

U worde vernieuwd en te allen tijde
aanbidding, lof, eer en glorie gebracht
door Uw zonovergoten Dochter, 
onze wonderbaarlijke Moeder.

Gij, Grote Middelares van Genade,
- Bid voor ons!

LOF AAN DE ZOON
Wees gegroet, 
geofferde God-Mens, bloedend Lam, 
Koning van de Vrede, Boom des Levens,
Gij ons Hoofd, dood naar het hart van de Vader, 
eeuwig uit de Levende geboren, 
eeuwig regerend met Hij Die Is
 
U worde vernieuwd en te allen tijde
macht, glorie, grootheid gebracht,
aanbidding, verzoening en lof,
door Uw onbevlekte Moeder,
onze wonderbaarlijke Moeder.

Gij, Getrouwe Middelares van Genade
- Bid voor ons!

LOF AAN DE HEILIGE GEEST
Wees gegroet,
Geest van de Eeuwige, 
altijd stromende, eeuwig actieve God, 
Gij Vloed van Vuur van de Vader naar de Zoon, 
Gij Brullende Storm, die kracht, licht en vurigheid blaast
in de ledematen van het eeuwige lichaam, 
Gij Eeuwige Vlam van Liefde, 
vormende Geest van God in de levenden, 
Gij rode stroom van Vuur van de Eeuwig Levende
naar de stervelingen

U worde vernieuwd en te allen tijde
kracht, glorie en schoonheid gebracht,
door Uw met sterren gekroonde Bruid, 
onze wonderbaarlijke Moeder.

Gij, Middelares van alle Genade
- Bid voor ons



IMMACULATA ROZENKRANS

In de naam van de Vader...
Geloofsbelijdenis

Onze Vader
3x Weesgegroet
1e + Jezus, die ons Geloof versterkt
2e + Jezus, die ons Hoop geeft
3e + Jezus, die ons Liefde geeft

Gloria

-

TIENTJES
Onze Vader
10x Weesgegroet
Gloria

+
"Door Uw Onbevlekte Ontvangenis...

1 red ons (vaderland...)
2 bescherm ons (vaderland...)
3 leid ons (vaderland...)
4 heilig ons (vaderland...)
5 regeer ons (vaderland...)"

+
Fatima Gebed:
"O mijn Jezus..."

-

Tot slot
"O Maria,
Werk als de Moeder van Genade
Werk als de Driemaal Wonderbaarlijke Moeder
Werk als de Driemaal Wonderbaarlijke Genade

Gij, Weg naar de Vrede, bid voor ons
Gij, Betrouwbare Moeder, bid voor ons
Gij, Salus, Redding van de Christenheid,
bid voor ons"





Oorsprong

Op Pinkstermaandag, 13 mei 1940,

maakte Bärbel Rüß uit Pfaffenhofen een wandeling in het bos. Ze was toen zestien jaar oud. 

Tijdens haar frequente wandelingen kwam ze vaak langs het bosperceel van haar vader, 

vlakbij het huidige Marienfried.

De dag ervoor, op Pinksterzondag, had ze ook over dit pad gelopen en de rozenkrans gebeden. 

Zonder het te beseffen was ze haar rozenkrans kwijtgeraakt. 

Nu liep ze haar stappen van de vorige dag terug om ernaar te zoeken.


Terwijl ze overwoog of ze de Glorieuze of de Blijde Mysteriën van de Rozenkrans zou bidden, 

kwam er een vrouw bij haar. Na een korte begroeting zei ze tegen Bärbel: 

"Jij vraagt ​​je af welke rozenkrans je moet bidden. Ik wil jou een ander gebed leren

en het samen met jou bidden."


Bärbel vroeg: 

"Hoe weet u wat ik net dacht, en wie bent u?"

De vrouw antwoordde: "Dat is niet belangrijk.

Als je deze rozenkrans ijverig bidt, zul je me beter leren kennen."

Daarna leerde ze Bärbel de Rozenkrans van de Onbevlekte Ontvangenis. 




De vrouw wilde deze rozenkrans samen met Bärbel bidden "voor het Vaderland"...

omdat de WOII woedde en Hitler steeds meer macht greep in verschillende landen. 

De vrouw zei dat de intentie naar eigen inzicht ook anders gekozen kon worden,

of het nu voor een individu of voor een gemeenschap was.



Tijdens het samen bidden merkte Bärbel op

dat de vrouw (van wie zij nog niet begrepen had dat het Maria was)

slechts een deel ervan bad: enkel het Onze Vader, en het Gloria.

Logisch...




Nadat ze klaar waren met bidden,

vertrok de vrouw en ging een andere kant op, een zijpad in.

Het gezicht van deze eenvoudig geklede vrouw maakte een onvergetelijke indruk op Bärbel. 

Haar zuiverheid en vriendelijkheid oefenden een bijzondere spirituele aantrekkingskracht uit, 

zozeer zelfs dat ze ernaar verlangde deze vrouw weer te zien en beter te leren kennen. 

Ze bad vervolgens vaak voor haar deze "Rozenkrans van de Onbevlekte Ontvangenis".



Bärbel hield haar ervaring met de vrouw voor zichzelf en sprak er met niemand over. 

Pas ongeveer vijf jaar later vertelde ze het toch

aan haar vriendin Anna Humpf...'



marienfried 5





'Toen vroeg Bärbel welke afbeelding voor de kapel gebruikt moest worden.

De verschijning wees naar het altaartje langs de weg met de afbeelding van de Driemaal Wonderbaarlijke Moeder en zei: deze afbeelding moet gebruikt worden, omdat er al een groep mensen bijeengekomen is die ervoor gebeden en offers gebracht hebben.

Zij had deze offers aanvaard, en wilde dat nog veel meer mensen naar deze afbeelding geleid zouden worden, en haar, als aan haar toegewijde slachtoffers, de macht zouden geven, om het Koninkrijk van de Koning van de Vrede te stichten.

Wanneer deze schare zou beginnen met haar wil te vervullen, zou zij vanaf deze plek de eerste en grootste wonderen verrichten. Zij zou dit altijd doen op de plek waar mensen haar boodschap voor het eerst herkenden en volgden. De wonderen zouden echter alleen zichtbaar zijn voor haar kinderen, omdat ze in het geheim zouden plaatsvinden.

-

De verschijning spoorde Bärbel aan te bidden.

"Mijn kinderen moeten de Eeuwige prijzen en verheerlijken en Hem danken. 

Daartoe heeft Hij hen geschapen, tot Zijn eer."

Er moet veel gebeden worden voor zondaars. 

Daarom moeten velen zich beschikbaar stellen voor haar, 

zodat zij hen gebedsinstructies kan geven.

Er zijn veel zielen die simpelweg wachten

op de gebeden van hun kinderen.


Ze zei ook dat men na elke rozenkrans de aanroepingen 

"Gij Grote...", "Gij Getrouwe..." en "Gij Middelares van alle genaden"

moet bidden.



Toen de verschijning ophield met spreken, 

werd ze plotseling omringd door een grote groep engelen. 

Ze droegen lange witte gewaden, knielden op de grond en bogen diep. 

Ze baden een lofgebed tot de Allerheiligste Drievuldigheid.


Eerst baden ze een lofgebed tot de Vader. 

Toen het gebed was afgelopen, vroeg de engel Bärbel het te herhalen. 

Dat deed ze. 

Na het amen sprak de engel:

"Grote Middelares van Genade"

Bärbel antwoordde: "Bid voor ons."


Daarna volgde een lofzang op de Zoon.

Bärbel bad opnieuw.

Op de aanroeping "Trouwe Middelares van Genade"

antwoordde Bärbel opnieuw: "Bid voor ons."


Evenzo volgde een lofzang op de Heilige Geest

met de aanroeping: "Middelares van alle genade."

Waarop Bärbel antwoordde: "Bid voor ons."


Terwijl pastoor Humf en zijn zus niets hoorden tijdens Bärbels dialoog met de verschijning,

maar alleen haar lippen zagen bewegen, hoorden ze Bärbel wel duidelijk en vloeiend 

het lofgebed tot de Allerheiligste Drie-eenheid opzeggen.

"...Wees gegroet, eeuwige Heerser, levende God, altijd aanwezige, vreeswekkende en rechtvaardige Rechter, altijd goede en barmhartige Vader, U zij vernieuwd en te allen tijde aanbidding, lof, eer en glorie, door Uw zonovergoten Dochter, onze wonderbaarlijke Moeder.

Wees gegroet, geofferde God-Mens, bloedend Lam, Koning van de Vrede, Boom des Levens, Gij ons Hoofd, Dood naar het hart van de Vader, eeuwig uit de Levende geboren, eeuwig regerend met de Zijnde, U zij vernieuwd en te allen tijde macht, glorie, grootheid, aanbidding, verzoening en lof, door Uw onbevlekte Moeder, onze wonderbaarlijke Moeder.

Wees gegroet, Geest van de Eeuwige,  altijd stromende, eeuwig actieve God,  Gij Vloed van Vuur van de Vader naar de Zoon, Gij Brullende Storm, die kracht, licht en vurigheid blaast in de ledematen van het eeuwige lichaam, Gij Eeuwige Vlam van Liefde, vormende Geest van God in de levenden, Gij rode stroom van Vuur van de Eeuwig Levende naar de stervelingen, U zij vernieuwd en te allen tijde kracht, glorie en schoonheid, door Uw met sterren gekroonde Bruid."



Vervolgens werd Bärbel gevraagd

om samen met de verschijning de Immaculata-Rozenkrans te bidden.

De verschijning zei steeds "Amen" en bad het "Eer aan God"  helemaal alleen

Terwijl ze dit deed, boog ze diep, net als alle engelen.

Hetzelfde gebeurde met de naam van Jezus.


Na de Rozenkrans gaf de verschijning de zegen, net als in mei.

Ze spreidde haar handen in zegen en sprak een gebed tot de Heilige Drie-eenheid, 

dat Bärbel zich niet woordelijk kon herinneren.

Ze bad voor de Kerk, dat zij haar positie zou erkennen 

en de wil van de Vader zou respecteren.

Ze vroeg de Drie-ene God om de Kerk

door haar te mogen zegenen

en vrede schenken.



Vanaf het begin was de verschijning

veel mooier en meer verheerlijkt dan in mei.

Ze was zo vriendelijk en hartelijk. 

Er was iets van grote pijn op haar gezicht te lezen. 


Ze klaagde dat haar kinderen haar in de steek lieten. 

En dat ze hen daarom niet naar de Verlosser kon leiden. 

Dit was een groot verdriet voor haar.


Toen de engelen begonnen te bidden, 

werd de verschijning nog mooier, helderder en stralender. 

De drievoudige kroon van stralen boven haar hoofd was zo helder en groot 

dat hij de hele hemel bedekte.


Toen de Moeder Gods haar zegen gaf, 

strekte ze haar handen uit zoals een priester voor de consecratie.

Op dat moment zag Bärbel talloze stralen uit haar handen komen, 

die door de engelen heen gingen en door haar zelf, en omhoog naar de hemel.

De stralen kwamen vervolgens uit haar hele gestalte en doordrongen alles om haar heen, 

als een zonnestraal die door een venster schijnt.


De verschijning was volkomen helder en transparant geworden; 

ze was zo onbeschrijfelijk mooi en puur.



Bärbel was alles om haar heen vergeten; 

ze wist maar één ding: dat dit de Moeder van de Verlosser was.

Ze straalde een gloed uit die onvergelijkbaar helderder was

dan de straling van de zon.


Bärbel was als verblind

zodat ze haar ogen afwendde

en toen was de verschijning verdwenen

en daarmee verdween alles wat helder en mooi was.


Van de visioenen en de bijbehorende toespraken

zagen en hoorden pastoor Humpf en zijn zus Anna niets.

Zelfs niet Bärbels vragen.


Ze hoorden alleen het gebed van de engel tot de Allerheiligste Drie-eenheid, 

dat pastoor Humpf in steno noteerde.'


[bron]