zaterdag 29 augustus 2026
woensdag 5 augustus 2026
jean-marie 2
[bron]
vrijdag 12 juni 2026
john bradburne 1
vrijdag 10 april 2026
sint-macharius 2
Was Macharius dan een Gentenaar?...
Nee, dat was hij niet! Een Armeniër, daarentegen.
Iemand uit Antiochië zelfs !
Niet zomaar iemand...
een aartsbisschop !!
Omstreeks 1.000AD...
'Gent ontving in 1010 het bezoek van een beroemde prelaat uit het oosten.
Sint-Macharius, aartsbisschop van Antiochië in Armenië, had zijn zetel verlaten
om in het Heilig Land het graf van Jezus Christus met een bezoek te vereren.
Hij vertrok weer uit Jeruzalem, in het gezelschap van een paar reisgenoten,
met de bedoeling enkele plaatsen te bezoeken die beroemd waren
omwille van de grote heiligen die er nog steeds werden herdacht.
Na met die bedoeling heel Duitsland te hebben doorkruist,
deed hij tenslotte ook onze streken (nu België) aan.
In Mechelen, waar hij bij het graf van Sint-Rombout had gebeden, werd hij door de bevolking met groot vertoon van vriendschap ontvangen. De heilige was al snel in de gelegenheid zijn dankbaarheid te tonen. Diezelfde nacht brak er immers brand uit in de stad. Enkele woningen waren al in vlammen op gegaan, en men was bang dat de hele stad ten prooi zou vallen aan het vuur.
Maar daar kwam Macharius toesnellen naar de plaats des onheils. Hij klom op het dak van een huis dat al vlam had gevat, rukte een handvol stro van het dak, zegende dat en zette het neer als een baken tegen de vlammen. Die trokken zich inderdaad terug, alsof ze vol ontzag waren, rolden ineen en doofden uit.
Onnodig te zeggen hoe dankbaar de stad op haar beurt was jegens deze heilige bisschop. Maar terwijl zij in heilige vroomheid er bij hem op aandrongen te blijven, wist hij niet hoe vlug hij zich uit de voeten kon maken.
In Malbode, oftewel Maubeuge,
vereert hij de heilige resten van Sint-Aldegonda.
In Kamerijk (Cambrai) gaat hij naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk,
om er de nacht in gebed door te brengen. Maar de koster kent hem niet, werkt hem eruit en doet de deur op slot. Dus brengt de heilige de nacht in gebed door op de drempel van de kerk. De koster is de volgende morgen niet weinig verbaasd als hij de kerkdeur open vindt, en de bisschop nog altijd languit in gebed... Dat ging als een lopend vuurtje door de stad. Reden voor Macharius om zich weer snel uit de voeten te maken.
Op het moment dat hij in Doornik aankwam,
waren er twee partijen met elkaar op de vuist gegaan. Hun woede was zo hoog gestegen dat zelfs hertog Boudewijn IV van Vlaanderen, die toevallig in de stad was, ook geen orde wist te scheppen in de chaos. De heilige dringt zich door de menigte heen, gaat in het midden staan, en alleen al zijn blik is voldoende om alle gewapende armen in bedwang te houden. In één klap is alle haat verdwenen. Men legt de wapens neer, omhelst elkaar en er wordt voor lange tijd vrede getekend.
Van Doornik gaat Macharius naar Gent.
Hij vraagt om gastvrijheid bij het klooster van St-Pieter. Maar daar kennen ze hem niet, en doen ze moeilijk. Dan wendt hij zich tot het klooster van St.-Bavo. Daar zijn ze verheugd hem gastvrijheid te kunnen verlenen. In dat huis bleef hij dan ook geruime tijd logeren, terwijl hij de bewoners wist te stichten met zijn deugden en zijn vermogen via gebed van God wonderen af te smeken.
Zieken die bij hem gebracht werden genas hij, door hen de handen op te leggen. Het water dat hij gebruikte, bewerkte ontelbaar veel wonderen. Iedereen, zowel monniken als bewoners van de stad, smeekte hem om nooit meer weg te gaan.
Maar intussen had Macharius besloten toch maar weer zijn eigen bisdom op te gaan zoeken. Twee van zijn reisgenoten liet hij in St-Bavo achter; zelf ging hij op weg met de derde. Hij was nog niet goed en wel op weg, of hij werd ernstig ziek. De monniken van St.-Bavo gingen er meteen naar hem toe om hem terug te halen.
Maar die van St.-Pieter, boos op zichzelf dat ze hem niet meteen herkend hadden, stuurden kasteelheer Robert naar hem toe, om hem te bewegen alsnog bij hen te komen. Er ontstond op straat een heilige discussie tussen de beide communauteiten. Maar Sint-Macharius koos degenem waar hij al gastvrij onthaal bij had gevonden, en liet zich terugbrengen naar het klooster van St.-Bavo.
Die nacht verscheen hem Sint-Bavo zelf,
in het gezelschap van Sint-Landoald.
Zij beloofden hem dat hij zijn gezondheid zou terugkrijgen. De voorspelling kwam uit, en opnieuw maakte de bisschop plannen om naar Armenië terug te keren. Maar... nu brak er een verschrikkelijke pestepidemie uit in de stad Gent en in heel Vlaanderen.
De heilige was intussen van zijn verblijfplaats gaan houden als van zijn tweede vaderland. Hij bood zichzelf aan als offer aan om de toorn van de hemel af te wenden. Zijn offer werd aanvaard.
Aangetast door de gesel van de pest, blies hij zijn laatste adem uit op 10 april van het jaar 1012. Dat is ook de dag waarop men in Gent zijn gedachtenis in ere houdt. Meer dan eens mocht de stad zijn wonderbaarlijke werking tegen de pest ervaren.
Derhalve 'pestheilige'!...'
[bron]
maandag 26 januari 2026
timotheüs' efeze
zondag 21 december 2025
angela autsch 6
'Zo ongeveer een jaar
- van maart 1942 tot het voorjaar van 1943 -
komen de dokter en de kloosterzuster elkaar elke dag tegen.
Maar 15 mei 1943 sloeg het uur van afscheid:
zuster Angela Autsch verhuisde als verpleegster naar het SS-lazaret buiten het vrouwenkamp van Birkenau. Daar moest ze de zieken van dienst zijn die eerder haar medegevangenen hadden doodgemarteld. Maar zelfs hier vergat zuster Angela van het Allerheiligste Hart van Jezus het gebod van de naastenliefde geen moment.
Door uit te treden uit de orde, wat haar werd aangeboden, had ze haar ontslag uit het concentratiekamp kunnen bewerkstelligen. Maar ze was haar roeping trouw, en bleef.
Uiteindelijk kreeg ook zuster Angela - net als vele andere gevangenen - vlektyfus. Op dat moment was ze boven veertig jaar en liep extra risico vanwege een hartafwijking. Maar ze kwam er doorheen en zette haar liefdediensten met inzet van al haar krachten voort.
De hartafwijking werd de trouwe, zorgzame zuster tenslotte toch noodlottig. Op 23 december 1944, om 18.45u, kreeg het SS-lazaret bij een bomaanval van geallieerde gevechtsvliegtuigen een voltreffer. Vele SS-ers kwamen om het leven.
Onder de slachtoffers was ook een vrouw: zuster Angela. Ze was op weg naar het kamp, toen een hartaanval een eind maakte aan haar leven van opoffering.
Een vrouwelijke getuige schreef hierover later, aan de overste van de Trinitariërzusters: "Wij hebben nu een kleine heilige die voor Gods Troon onze voorspreekster is. Iedereen hield van Angelchen, van haar liefde en haar oprechtheid. Zij was te goed voor deze wereld, daarom heeft het Goddelijk Kind haar naar zich toe gehaald…"'
[bron]
maandag 1 december 2025
zr. marie-clementine
donderdag 23 oktober 2025
woensdag 10 september 2025
afif osseiran 7
'In 1962, 43 jaar oud,
keerde Afif terug naar Libanon,
en besloot het evangelische leven te leiden temidden van zijn moslimbroeders.
Pater Fayoum, de overste van de Kleine Broeders van Jezus, raadde hem aan zich aan te sluiten bij het aartsbisdom Beiroet, en dat deed hij. Hij werd al snel tot maronitisch priester gewijd door de handoplegging van bisschop Ignatius Ziadeh, die hem toestond zijn seculiere burgerkleding te behouden, in de OLV van Ain Saadeh-kerk op 23 februari 1962.
Pater Afif doceerde filosofie en islamitisch denken
aan de (openbare) Libanese Universiteit en de (jezuïeten) Universiteit van St.-Jozef.
In 1964
stichtte hij het "Huis van de Goddelijke Voorzienigheid voor Dakloze Kinderen"
in de stad Fanar, vlakbij Beiroet.
Een instelling met internen en externen,
die zich toelegde op humaniora en beroepsopleiding voor jongeren.
Het domineerde het grootste deel van zijn activiteiten tot aan zijn dood.
In 1977,
na het uitbreken van de Libanese Burgeroorlog en de verslechtering van de sociale omstandigheden in het land, richtte hij een afdeling van zijn organisatie op in de stad Tebnine in het zuiden.
In 1986 overleefde hij een moordaanslag binnen zijn organisatie in Tebnine, toen een jongeman hem (met een geluiddemper) neerschoot en vluchtte.
Zijn werk in het zuiden is sindsdien stopgezet, maar zijn organisatie in de stad Fanar is, zelfs na zijn dood, doorgegaan en wordt nu geleid door een raad van seculiere figuren.
Afif Osseiran overleed op 3 augustus 1988 in Beiroet aan een longembolie.
Hij werd begraven op de begraafplaats "Beit El Kahen" (Huis van de Priesters) in Kafra-Ain Saadeh.
Ondanks de verdeeldheid in het land en de onstabiele veiligheidssituatie weigerde Adel Osseiran, die jarenlang parlementsvoorzitter was geweest en al op leeftijd was, zijn lichaam naar de begrafenis te begeleiden.'
[bron]