Was Macharius dan een Gentenaar?...
Nee, dat was hij niet! Een Armeniër, daarentegen.
Iemand uit Antiochië zelfs !
Niet zomaar iemand...
een aartsbisschop !!
Omstreeks 1.000AD...
'Gent ontving in 1010 het bezoek van een beroemde prelaat uit het oosten.
Sint-Macharius, aartsbisschop van Antiochië in Armenië, had zijn zetel verlaten
om in het Heilig Land het graf van Jezus Christus met een bezoek te vereren.
Hij vertrok weer uit Jeruzalem, in het gezelschap van een paar reisgenoten,
met de bedoeling enkele plaatsen te bezoeken die beroemd waren
omwille van de grote heiligen die er nog steeds werden herdacht.
Na met die bedoeling heel Duitsland te hebben doorkruist,
deed hij tenslotte ook onze streken (nu België) aan.
In Mechelen, waar hij bij het graf van Sint-Rombout had gebeden, werd hij door de bevolking met groot vertoon van vriendschap ontvangen. De heilige was al snel in de gelegenheid zijn dankbaarheid te tonen. Diezelfde nacht brak er immers brand uit in de stad. Enkele woningen waren al in vlammen op gegaan, en men was bang dat de hele stad ten prooi zou vallen aan het vuur.
Maar daar kwam Macharius toesnellen naar de plaats des onheils. Hij klom op het dak van een huis dat al vlam had gevat, rukte een handvol stro van het dak, zegende dat en zette het neer als een baken tegen de vlammen. Die trokken zich inderdaad terug, alsof ze vol ontzag waren, rolden ineen en doofden uit.
Onnodig te zeggen hoe dankbaar de stad op haar beurt was jegens deze heilige bisschop. Maar terwijl zij in heilige vroomheid er bij hem op aandrongen te blijven, wist hij niet hoe vlug hij zich uit de voeten kon maken.
In Malbode, oftewel Maubeuge,
vereert hij de heilige resten van Sint-Aldegonda.
In Kamerijk (Cambrai) gaat hij naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk,
om er de nacht in gebed door te brengen. Maar de koster kent hem niet, werkt hem eruit en doet de deur op slot. Dus brengt de heilige de nacht in gebed door op de drempel van de kerk. De koster is de volgende morgen niet weinig verbaasd als hij de kerkdeur open vindt, en de bisschop nog altijd languit in gebed... Dat ging als een lopend vuurtje door de stad. Reden voor Macharius om zich weer snel uit de voeten te maken.
Op het moment dat hij in Doornik aankwam,
waren er twee partijen met elkaar op de vuist gegaan. Hun woede was zo hoog gestegen dat zelfs hertog Boudewijn IV van Vlaanderen, die toevallig in de stad was, ook geen orde wist te scheppen in de chaos. De heilige dringt zich door de menigte heen, gaat in het midden staan, en alleen al zijn blik is voldoende om alle gewapende armen in bedwang te houden. In één klap is alle haat verdwenen. Men legt de wapens neer, omhelst elkaar en er wordt voor lange tijd vrede getekend.
Van Doornik gaat Macharius naar Gent.
Hij vraagt om gastvrijheid bij het klooster van St-Pieter. Maar daar kennen ze hem niet, en doen ze moeilijk. Dan wendt hij zich tot het klooster van St.-Bavo. Daar zijn ze verheugd hem gastvrijheid te kunnen verlenen. In dat huis bleef hij dan ook geruime tijd logeren, terwijl hij de bewoners wist te stichten met zijn deugden en zijn vermogen via gebed van God wonderen af te smeken.
Zieken die bij hem gebracht werden genas hij, door hen de handen op te leggen. Het water dat hij gebruikte, bewerkte ontelbaar veel wonderen. Iedereen, zowel monniken als bewoners van de stad, smeekte hem om nooit meer weg te gaan.
Maar intussen had Macharius besloten toch maar weer zijn eigen bisdom op te gaan zoeken. Twee van zijn reisgenoten liet hij in St-Bavo achter; zelf ging hij op weg met de derde. Hij was nog niet goed en wel op weg, of hij werd ernstig ziek. De monniken van St.-Bavo gingen er meteen naar hem toe om hem terug te halen.
Maar die van St.-Pieter, boos op zichzelf dat ze hem niet meteen herkend hadden, stuurden kasteelheer Robert naar hem toe, om hem te bewegen alsnog bij hen te komen. Er ontstond op straat een heilige discussie tussen de beide communauteiten. Maar Sint-Macharius koos degenem waar hij al gastvrij onthaal bij had gevonden, en liet zich terugbrengen naar het klooster van St.-Bavo.
Die nacht verscheen hem Sint-Bavo zelf,
in het gezelschap van Sint-Landoald.
Zij beloofden hem dat hij zijn gezondheid zou terugkrijgen. De voorspelling kwam uit, en opnieuw maakte de bisschop plannen om naar Armenië terug te keren. Maar... nu brak er een verschrikkelijke pestepidemie uit in de stad Gent en in heel Vlaanderen.
De heilige was intussen van zijn verblijfplaats gaan houden als van zijn tweede vaderland. Hij bood zichzelf aan als offer aan om de toorn van de hemel af te wenden. Zijn offer werd aanvaard.
Aangetast door de gesel van de pest, blies hij zijn laatste adem uit op 10 april van het jaar 1012. Dat is ook de dag waarop men in Gent zijn gedachtenis in ere houdt. Meer dan eens mocht de stad zijn wonderbaarlijke werking tegen de pest ervaren.
Derhalve 'pestheilige'!...'
[bron]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten