dinsdag 21 april 2026

anselmus 2



De haas op de vlucht

'Na een bezoek aan koning William II de Rode, reed Anselm terug naar huis.

Plots schoot een haas voorbij die blijkbaar ergens voor op de vlucht was. 

De jonge leerlingen uit het gezelschap gingen er meteen achteraan. 

Op het moment dat ze dachten het dier te pakken te hebben, 

zocht het veiligheid onder het paard van Anselmus. 



De heilige voelde de angst van het opgejaagde diertje, 

hield de teugel in, en liet niemand toe er een vinger naar uit te steken. 

Ook de honden, die er uitgelaten omheen blaften, legde hij het zwijgen op.


Wij keken dit alles met verbazing aan. 

Een paar lieden uit ons gezelschap lachten hardop

en hadden duidelijk plezier in het hele gebeuren. 

Maar Anselmus moest ervan huilen! 



Hij zei: 

"Ja, lachen jullie maar!

Maar dit arme dier hier heeft niets te lachen. 

Overal om hem heen, heeft hij vijanden die het op zijn leven hebben gemunt. 

Alleen bij ons vindt hij veiligheid. 


Nou, zo zit het ook met de ziel van elke mens. 

Als die van het lichaam afscheid neemt, komen de boze geesten meteen op haar af

om haar te grijpen en haar in het verderf te storten. 

In doodsangst kijkt ze wanhopig om zich heen

of er ergens een veilig plekje te vinden is. 

Hoe verlangt ze naar een hand die zich naar haar uitstrekt om haar te helpen!

Maar de duivels rondom haar lachen hardop. Wat een lol, plezier hebben ze

om een arme die geen redding of toevlucht vindt!"



Hij gaf zijn paard de teugel en reed verder, 

en verbood de honden nog achter het dier aan te gaan. 

En zo ontkwam die haas, opgelucht met grote sprongen. 


Ons was intussen het lachen vergaan. 

Met onze gedachten bij de vreugde dat elk schepsel bestemd is om verlost te worden, 

zetten we onze reis verder.'


[bron]

Geen opmerkingen:

Een reactie posten