'Toen werd Barbel iets verteld waarover ze niet mocht spreken.
De verschijning zei dat ze het geheim moest houden.
"Je weet nog niet wat je ermee moet doen.
Heb vertrouwen. Ik zal je leiden.
Je zult het op een dag begrijpen."
Tot slot kreeg ze de opdracht om terug te keren op het feest van H. Gulielmus Abt [25 juni].
Wat betreft deze opdracht zei de verschijning nog dat de duivel zo'n macht zou krijgen dat iedereen die niet stevig in haar geworteld was, misleid zou worden, want de duivel wist hoe hij mensen kon verblinden, zodat zelfs de besten misleid konden worden.
Er zou een tijd komen dat ze er helemaal alleen voor zou staan, en vreselijk belasterd zou worden, maar ze moest alles op het vertrouwen grondvesten. Waar mensen niet op haar Onbevlekte Hart vertrouwen, zou de duivel macht hebben. Maar waar mensen haar Onbevlekte Hart in de plaats van hun zondige harten stellen, zou de duivel geen macht hebben. Hij zou echter haar kinderen vervolgen. Ze zouden veracht worden, maar kon hen geen kwaad doen!
Ter bevestiging van de werkelijkheid van de verschijning,
werd Bärbel verteld dat ze naar Kellerberg moest gaan,
op de weg van Pfaffenhofen naar Beuren.
Daar, zei ze, was een man in grote nood.
Ze moest hem helpen, hem hierheen sturen.
Hier zou hij geholpen worden.
Dit moest voor haar een teken zijn dat ze zich niets inbeeldde.
Bärbel had die ochtend lang geweigerd naar buiten te gaan,
omdat ze de gedachte had gehad dat het hele gebeuren een vreselijke illusie zou kunnen zijn.
Over deze angstige twijfel, zei de verschijning die ochtend tegen haar: "Kijk, vanmorgen heb ik jou helemaal alleen gelaten. Mijn genade was niet met je. Zo zal het vaker gaan. Ik heb offers nodig... De grootste genaden moeten door dergelijk lijden worden verworven."
Aanvankelijk had de verschijning een vergelijkbare uitstraling als die van 25 april, en behield deze eenvoudige gelaatsuitdrukking terwijl ze sprak.
Na het gesprek, vouwde ze haar handen.
Toen begon de engel die vlakbij stond te bidden.
Bärbel kon zich niet alle smeekbeden herinneren.
Enkele voorbeelden waren:
"Werk als de Moeder van Genade"...
"Werk als de Driemaal Wonderbaarlijke Moeder"
"Driemaal Wonderbaarlijke Genade"...
"Gij, Weg naar de Vrede"...
"Gij, betrouwbare Moeder"...
"Redding van de christenheid"...
"Gij, Grote"...
"Gij, Getrouwe"...
"Gij, Middelares van alle Genade"
Waarop Bärbel steeds antwoordde: "Bid voor ons."
Tijdens dit gebed van de engel
werd de verschijning onbeschrijflijk mooi, geheel licht en stralend.
Ze spreidde haar handen uit.
Het licht, dat eerst alleen in haar gezicht zichtbaar was,
omhulde nu haar hele gestalte.
Een unieke uitstraling hadden haar ogen.
Boven haar hoofd schitterden driemaal stralen,
de ene boven de andere, als een drievoudige kroon.
Toen de engel zijn gebed had beëindigd, sprak hij tot Bärbel en Anna: "Knielen jullie neer!"
Toen hief de Moeder Gods haar hand op voor een zegen,
die ze gaf als een priester, met de woorden:
"Ik breng jullie de Vrede van Christus
in de naam van de Vader, en van de Zoon,
en van de Heilige Geest."
Toen de verschijning de zegen gaf,
werd ze doorzichtig als kristal en nog helderder dan een lichtstraal.
Bärbel werd door de gloed zo verblind, dat ze haar blik moest afwenden.
Toen ze weer opkeek, was de verschijning verdwenen.
Anna kon van de verschijning niets zien, noch horen.
Alleen Bärbels vragen tijdens het gesprek had ze opgevangen.
Vervolgens ging Bärbel naar de plek die de verschijning had aangewezen
en trof daar inderdaad een man aan die, te oordelen naar zijn spraak, Pools leek te zijn.
Hij zag er nogal radeloos uit en verborg iets onder zijn mantel.
Bärbel vroeg hem waar hij naartoe ging.
Hij antwoordde: "Het bos in."
"Wat verberg je onder je mantel?"
"Niets."
"Je hebt een touw..."
"Het is zo zwaar... Kan jij mij helpen?"
"Ik kan jou niet helpen, maar breng je naar een plek
waar je wel geholpen kunt worden!"
Ze leidde hem naar Marienfried.
Daar zei hij: "Ik weet niet wat er toch met me aan de hand is,
dat ik me ineens zo makkelijk laat beïnvloeden..."
Daarna bleef hij alleen bij het kleine beeldje.
's Avonds vonden meisjes die naar het beeldje kwamen
een strop die daar hing. De arme man...
had er hulp gevonden.'
[bron]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten