maandag 27 april 2026

marienfried 1



'Het was 1944.

De oorlog was een fase ingegaan die een verschrikkelijk einde leek te gaan betekenen.

Toen legde E.H. Martin Humpf, pastoor van Pfaffenhofen a/d Roth, in de Landkreis Neu-Ulm in Beieren, een gelofte af aan de Heilige Maagd Maria, om een ​​kapel voor haar te bouwen als dank voor haar bescherming tijdens de oorlog. 

De parochie van Pfaffenhofen had het geluk Maria's bescherming inderdaad te ervaren en de oorlog te overleven. Een jaar na het einde van de oorlog wilden pastoor Humpf en zijn parochianen dan ook hun gelofte niet langer uitstellen. Allereerst moest er een locatie voor de beloofde Mariakapel worden gekozen, want er waren twee plekken voorgesteld.



Op donderdag 25 april 1946, nu tachtig jaar geleden... ging pastoor Humpf, samen met zijn zus Anna (toen 26j.) en haar vriendin Bärbel Rüß (22j.), rond 15u het bos in om beide locaties te bekijken. 

Onderweg naar de tweede locatie, bespraken ze ook de geschiedenis van bedevaartsoorden, waar Maria vaak de plek die ze wenste met een teken had aangewezen. Pastoor Humpf sprak de wens uit dat ook zij een teken zouden ontvangen. Ze baden samen de rozenkrans, en keerden ondertussen terug naar de eerste open plek, om het gebied alvast wat te ontginnen.

Ze verwijderden onkruid, en maakten de grond schoon, om een ​​open plek te creëren op de gekozen locatie. En wilden een klein schilderijtje ophangen aan een prachtig gegroeide boom te midden van dicht struikgewas, en daarmee een begin maken met het project.



De drie waren nog niet lang aan het werk, 

toen Bärbel Rüß plots zei: "Iemand heeft mij geroepen!"

Pastoor Humpf dacht dat het wel Bärbels zusje zou zijn, maar er was niemand te bekennen.

Daarop ging Berbel de struiken in, en riep: "Komt u eens kijken wat voor vrouw dit is!"

Pastoor Humpf kwam dichterbij, maar kon niemand zien. 

Hij trof Berbel aan in gesprek met iemand die hij niet kon zien. 

Hij hoorde haar vragen: "Wie bent u eigenlijk?... Hoe weet u dat?... Dat begrijp ik niet..."

Pastoor Humpf en zijn zus Anna beseften stilaan dat Bärbel een visioen had.

De vrouw verdween en Bärbel ging weer aan het werk.

-

Ze werd een tweede en derde keer geroepen,

en sprak opnieuw met de verschijning. Ze vroeg:

"Wie bent u?... Hoe weet u dat eigenlijk?... Ik begrijp dat niet...

Ja, dat was zes jaar geleden, op 13 mei 1940, Pinkstermaandag.

Hoe weet u dat?..."


Weer verdween de verschijning.

Bärbel was ervan overtuigd dat pastoor Humpf en zijn zus die vrouw ook hadden gezien, en dat ze alles net zo goed hadden gehoord. Toen ze dit ontkenden, werd Berbel woedend en zei: "Ik weet toch zeker  wel wat ik gezien heb? Ik ben nog bij mijn volle verstand!" Ze was behoorlijk verontwaardigd omdat ze allebei beweerden niets van dat alles te hebben gezien.




Toen de pastoor Bärbel de volgende dag vroeg wat de vrouw dan precies had gezegd,

antwoordde zij: "Het zijn woorden die ik niet begrijp:

'Daar waar het meeste vertrouwen is, 

en waar men mensen leert dat ik alles kan bij God,

zal ik vrede verspreiden.

Dan, wanneer alle mensen

in mijn macht geloven, 

zal er vrede zijn.


Ik ben het teken

van de levende God.

Ik druk mijn kinderen

mijn teken op het voorhoofd.

De Ster zal mijn teken vervolgen.

Mijn teken zal echter de Ster overwinnen.'



Als antwoord op de vraag wie zij was,

kreeg Bärbel het antwoord: 

'Als ik de sluier niet droeg,

zou je mij herkennen.'


Toen ze wegging, voegde de vrouw eraan toe:

'De vrede van Christus zij met jullie

en met allen die hier bidden.'



Toen begreep pastoor Humpf dat dit het gewenste teken was!

Nu wist hij zeker dat de kapel hier geplaatst moest worden.


Vervolgens vroeg hij Bärbel wie de vrouw kon zijn.

Ze zei dat zij het niet wist.


Het was wellicht dezelfde vrouw die ze op 13 mei 1940 op weg naar het bos had ontmoet. 

Destijds had die haar de zogenaamde Immaculata Rozenkrans geleerd.

Toen Bärbel vroeg wat voor rozenkrans dat was, had ze gezegd,

dat in plaats van de bekende mysteries van de rozenkrans

de volgende smeekbeden moesten worden gebeden:

1 Door uw Onbevlekte Ontvangenis, red ons vaderland.

2 Door uw Onbevlekte Ontvangenis, bescherm ons vaderland.

3 Door uw Onbevlekte Ontvangenis, leid ons vaderland.

4 Door uw Onbevlekte Ontvangenis, heilig ons vaderland.

5 Door uw Onbevlekte Ontvangenis, heers over ons vaderland.

In plaats van het vaderland, kon ook een andere intentie worden ingevuld.


Pastoor Humpf zei toen: "Die vrouw lijkt mij de Moeder Gods!"

Hierop was Bärbel volkomen van streek. 

En weigerde dit te accepteren.

Onder geen beding.'


[bron]

Geen opmerkingen:

Een reactie posten