Toen na de dood van hun ouders het patrimonium werd verdeeld...
viel het kasteel te Magdalum door het lot in handen van Magdalena.
Het was een heel mooi gebouw. Magdalena was er vaak met het gezin heen gegaan, toen ze nog heel jong was, en ze had er altijd een speciale voorkeur voor gehad. Ze was pas elf jaar oud ongeveer, toen ze zich met een groot huishouden van bedienden - mannen en vrouwen - daar terugtrok, en er een prachtig etablissement voor zichzelf oprichtte.
Magdalum was een versterkte plaats...
bestaande uit verschíllende kastelen en openbare gebouwen, met grote pleinen, bosjes en tuinen.
Het was acht uur ten oosten van Nazareth, ongeveer drie uur ten zuiden van Kafarnaüm, anderhalve kilometer zuidwaarts van Bethsaïda [vissersdorp van Petrus, Andreas en Filippus], en ongeveer anderhalve kilometer van het meer van Genezareth [=meer v/Galilea].
Het werd gebouwd op een helling van de berg, en strekte zich uit tot in de vallei...
die zich uitstrekt in de richting van het meer en rond de oevers.
Een van die kastelen was van Herodes.
Hij bezat een nog groter kasteel in het vruchtbare gebied van Genezareth.
Sommige van zijn soldaten waren gestationeerd in Magdalum...
en zij droegen hun deel bij aan de algehele demoralisatie.
De officieren stonden op intieme voet met Magdalena.
Behalve de troepen...
waren er ongeveer tweehonderd mensen in Magdalum...
voornamelijk ambtenaren, bouwmeesters en bedienden.
Er was geen synagoge in die plaats.
De mensen gingen naar die in Bethsaïda.
Het kasteel van Magdalum was het hoogste en mooiste van allemaal.
Vanaf het dak, kon men over het Meer van Galilea naar de overkant kijken.
Vijf wegen leidden naar Magdalum, en op ieder daarvan stond op een half uur afstand van de goed versterkte plaats een toren, gebouwd over een boog. Het was als een uitkijktoren, waarvandaan men tot ver in de verte kon zien. Deze torens hadden geen verbinding met elkaar. Ze rezen op uit het land vol tuinen, velden en weiden.
Magdalena had mannelijke bedienden en dienstmeisjes, had akkers en kuddes, maar het was een erg wanordelijk huishouden, alles ging te gronde en in de vernieling.
Door het woeste ravijn...
aan het begin waarvan Magdalum verweg op de hoogte lag...
stroomde een beekje naar het meer. Rond de oevers was een grote hoeveelheid wild, want vanuit de drie woestijnen die aan de vallei grensden, kwamen de wilde dieren naar beneden om te drinken. Herodes jaagde hier vroeger. Hij had ook, in de buurt van zijn kasteel, beneden in het land van Genezareth, een park vol wild.
Het land van Genesareth begon tussen Tiberias en Tarichea, ongeveer vier uur rijden van Kafarnaüm. Het strekte zich uit van de zee drie uur landinwaarts en naar het zuiden rond Tarichea tot aan de monding van de Jordaan. De stijgende vallei met de baden bij Bethulia, kunstmatig gevormd uit een nabijgelegen beek, grensde aan deze regio, en werd bewaterd door beekjes die naar de zee stroomden.
Deze beek vormde in zijn loop verschillende kunstmatige meren en watervallen in verschillende delen van de prachtige wijk die volledig bestond uit tuinen, villa's, kastelen, parken, wandelpaden, boomgaarden en wijngaarden. Het hele jaar door wemelde het van de bloesems en vruchten.
De rijken van het land, en vooral van Jeruzalem, hadden hier hun villa's en tuinen. Elk deel was in cultuur [gebruikt voor landbouw] of aangelegd in lusthoven, bosjes en groene labyrinten, en versierd met wandelpaden die rond piramidale heuvels kronkelden.
Er waren geen grote dorpen in dit deel van het land. De permanente bewoners waren meestal tuinders en beheerders van het landgoed, ook herders wiens kuddes bestonden uit fijne schapen en geiten. Er waren bovendien allerlei zeldzame dieren en vogels onder hun hoede.
Er liep geen straat door Magdalum, maar wel kwamen twee wegen van de zee en van de Jordaan hier samen.
[emmerich]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten