Enkele dagen eerder had Anna Joachim laten weten...
dat het tijdstip van haar bevalling nabij was.
Zij zond boden naar haar zuster Maraha, in Sephoris...
en ook naar de weduwe Enue, de zuster van Elisabeth, in het dal van Zabulon...
en naar de dochter van haar zuster Sobe, Salome, de vrouw van Zebedeüs uit Bethsaïda.
De zonen van Sobe en Zebedeüs, Jacobus de Meerdere en Johannes, waren nog niet geboren.
Anne liet deze drie vrouwen komen om naar haar toe te komen.
-
Ik zag ze op hun reis.
Twee van hen werden vergezeld door hun echtgenoten...
die echter terugkeerden toen ze de buurt van Nazareth bereikten.
Joachim had de bedienden van de mannen weggestuurd naar de kudden, en had verder de bedienden die niet absoluut nodig waren het huis uitgestuurd. Maria Heli, de oudste dochter van Anna, inmiddels de vrouw van Cleophas, nam de huishoudelijke taken voor haar rekening.
Op de avond voor de geboorte van het kind...
ging Joachim zelf naar zijn kuddes, in het veld dat het dichtst bij zijn huis lag.
Ik zag hem met enkele van zijn bedienden, die familie van hem waren. Hij noemde ze broers, maar het waren slechts de kinderen van zijn broer. Het weiland was mooi afgebakend en omheind. In de hoeken stonden hutten, waarin de bedienden werden voorzien van voedsel uit het huis van Anna.
Er was ook een stenen altaar, voor hetwelk ze baden. Trappen leidden ernaartoe, en de ruimte eromheen was netjes geplaveid, met driehoekige stenen. Achter het altaar was een muur, met trappen aan de zijkanten. De hele plaats was omgeven door bomen.
Nadat Joachim hier een poosje had gebeden, koos hij de mooiste lammeren, geitenbokjes en ossen uit zijn kuddes, en stuurde ze via zijn dienaren als offerande naar de tempel. Hij keerde niet terug naar zijn huis voor de nacht.
Tegen de avond...
zag ik de drie genoemde vrouwen Anna's woning naderen.
Toen ze aankwamen, gingen ze rechtstreeks naar haar appartement, achter de open haard. Anna omhelsde hen, vertelde hen dat haar tijd naderde, en stond op om met hen een psalm te zingen.
'Prijs God, de Heer! Hij heeft medelijden gehad met Zijn Volk en heeft Israël bevrijd. Waarlijk, Hij heeft de belofte vervuld die Hij aan Adam deed in het Paradijs: het Zaad van de Vrouw zal de kop van de slang verpletteren.'
Ik herinner me niet alles, vers voor vers, maar Anne repeteerde/herhaalde de verschillende types [aspecten/beelden van?] Maria, en zei: 'De kiem die God aan Abraham gaf, is in mij gerijpt. De belofte aan Sara, en de bloesem van Aarons staf, zijn in mij vervuld.'
Al die tijd straalde Anne van het licht.
De kamer was vol glorie, en boven Anne zweefde de Jacobsladder.
De vrouwen om haar heen waren verbaasd, betoverd.
Ik denk dat ook zij de ladder hebben gezien.
En nu werd de bezoekers een kleine verfrissing voorgehouden.
Ze aten en dronken staand, en gingen tegen middernacht liggen om uit te rusten.
Maar Anne bleef op in gebed.
Na een poosje wekte ze de vrouwen.
Ze voelde dat haar tijd nabij was, en ze verlangde dat ze met haar zouden bidden.
Ze trokken zich allemaal terug achter een gordijn dat een oratorium verborg.
Anne opende de deuren van een kleine kast die in de muur was ingebouwd.
Daarin stond een schrijn met heilige schatten, en aan weerszijden waren lichten, zo gemaakt dat ze naar believen uit hun houders konden worden opgetild en op rechtopstaande steunen konden rusten. Deze lampen werden nu aangestoken. Aan de voet van het kleine altaar stond een kruk met kussens.
Het schrijn bevatte wat van Sara's haar, waar Anne grote eerbied voor had.
Enkele beenderen van Jozef, die Mozes uit Egypte had meegebracht.
Iets van Tobias, overblijfselen van kleding, denk ik.
En de kleine, witte, glanzende, peervormige beker...
waaruit Abraham dronk toen hij de zegen van de engel ontving...
en die later uit de Ark van het Verbond werd gehaald...
en samen met de zegen aan Joachim werd gegeven.
Deze zegening was als wijn en brood...
als een sacrament, als bovennatuurlijk, verkwikkend voedsel.
Anne knielde neer voor het heiligdom...
een van de vrouwen aan weerszijden en de derde achter haar.
Opnieuw hoorde ik hen een psalm reciteren.
Ik denk dat het brandende braambos op de Horeb erin werd genoemd.
En nu begon een bovennatuurlijk licht de kamer te vullen en rond Anne te zweven.
De drie vrouwen vielen als verdoofd op de grond.
Rond Anna nam het licht precies de vorm aan van de doornstruik op Horeb...
zodat ik haar niet meer kon zien.
De vlam stroomde naar binnen...
en opeens zag ik Anne het stralende kind Maria in haar armen nemen.
Ze wikkelde het in haar mantel, drukte het tegen haar hart...
legde het op de kruk voor de relikwieën...
en ging verder met haar gebed.
Toen hoorde ik het kind huilen...
en ik zag Anne wat linnen tevoorschijn halen...
van onder de grote sluier die haar omhulde.
Ze hulde het kind eerst in het grijs en daarna in het rood, waarbij ze borst, armen en hoofd bloot liet, en toen verdween de lichtgevende doornstruik.
De heilige vrouwen stonden op en namen blij verrast het pasgeboren kind in hun armen. Ze huilden van vreugde. Allen zongen een lofzang terwijl Anna het kind omhoog hield.
Ik zag de kamer weer gevuld met licht en talloze engelen. Ze kondigden de naam van het kind aan en zongen: 'Op de twintigste dag zal dit kind Maria heten.'
Daarna zongen ze Gloria en Alleluia.
Ik hoorde al deze woorden.
Anna ging naar haar kamer, en ging op haar bed liggen.
De vrouwen baadden en wikkelden het kind in en legden het bij de moeder.
Naast het bed stond een klein verplaatsbaar wiegje, voorzien van houten pinnen, waarmee het in gaten rechts of links kon worden gestoken, of aan het voeteneinde van het bed, naar wens.
Een van de vrouwen ging en riep Joachim.
Hij kwam binnen...
knielde neer bij Annes rustbed...
en zijn tranen vielen in stromen over het kind.
Toen nam hij het op, hield het omhoog en zong een loflied zoals dat van Zacharias.
Hij sprak woorden die uitdrukking gaven aan zijn verlangen om nu te sterven...
en hij zinspeelde op de kiem die door God aan Abraham was gegeven...
en in hemzelf was vervolmaakt...
en ook op de wortel van Isaï.
-
Ik merkte, hoewel pas daarna...
dat Maria Heli niet een van de eersten was die het kind zag.
Ze moet in die tijd al enkele jaren de moeder zijn geweest van Maria Cleophas. Toch was ze niet aanwezig bij de geboorte van Maria, omdat de joodse gewoonte niet toestaat dat de dochter dan bij de moeder is.
[emmerich]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten