dinsdag 9 september 2025

gustave cohen 2


-Sorbonne (Parijs)-

Na de oorlog

terug naar zijn post aan de UvA in Amsterdam tot 1919,

doceerde hij vervolgens Middeleeuwse en 16e-eeuwse Franse Taal- & Letterkunde

aan de Universiteit van Straatsburg, waar hij 1921 benoemd werd tot hoogleraar-zonder-leerstoel.


'Van de Universiteit van Straatsburg

verhuisde ik in 1925 - 46 jaar oud - naar de Sorbonne,

en dáár, in een vrijzinnige omgeving die daar nauwelijks bevorderlijk voor leek,

zou ik mijn openbaring beleven.



Het was tijdens de lectuur van Het wonder van Théophile,

een tekst, de saaiste voor mijn bachelorklas, van de auteur die toen nog niet de goede troubadour Rutebeuf werd genoemd, maar eerder de gifmenger (de studenten verwoordden het nog anders).

Toen ik voelde dat ze op een dag bijzonder slaperig en ongevoelig waren voor de schoonheid van de middeleeuwse lyriek, schreeuwde ik hen geërgerd toe:

"Dit stuk werd niet geschreven tussen 1260 en 1264, in de grote eeuw - de 13e - om de studenten van 1932 tot 1936 uit te dagen, maar om de studenten van het recent door Robert de Sorbon gestichte college in vico qui dicitur Coupegueule (de straat die Coupegueule heet) te ontroeren. Als je de rollen zou verdelen en ze op een schavot of op een steiger zou spelen, dan zou het ongetwijfeld zijn levendige glas-in-lood-kleuren terugkrijgen!"

En ik voegde er - zo zeggen ze - deze regel aan toe, die mijn ondeugende discipelen hebben gezongen: "Onze amfitheaters zijn niet gemaakt voor het ontleden van lijken, maar voor de opstanding van de doden!"



Zo was bij sommigen van hen het zaad ontkiemd,

en begin februari 1933 verschenen een lange dunne jongeman en een kleine mollige studente in mijn kantoor, naast het klaslokaal, en zeiden tegen me: "Meester, we zijn er klaar voor! Schrijf een bewerking van Theophilus' Wonder, zo dat het begrijpelijk wordt, en we zullen die met al onze klasgenoten uitvoeren."

Een leraar is zijn leerlingen hulp en gehoorzaamheid/onderwerping verschuldigd, en in acht dagen stelde ik iets samen wat ik een transpositie noemde, met respect voor de ritmes en soms de rijmen van het origineel, en archaïsch genoeg om de illusie van Oudfrans te wekken.'


[bron]

Geen opmerkingen:

Een reactie posten