maandag 9 januari 2023

michelini 13

VRIENDEN EN MEDE-VERLOSSERS



Ik heb je verteld dat alle dingen van Mij zijn: 

de zichtbare wereld en de onzichtbare.

Alles en iedereen is van Mij. 

Alles is door Mij gemaakt. 

En zonder Mij is niets van wat bestaat gemaakt. 

Maar op een heel bijzondere manier, zoals Ik je al heb verteld, zijn Mijn priesters van Mij.


De priesters zijn Mijn hardlopers. 

Bekleed met mysterieuze en bovennatuurlijke krachten... 

moeten ze relaties van grote intimiteit met Mij hebben. 

Ik noem jullie geen dienaren meer, maar vrienden.

-

Mijn zoon, weinig priesters hebben de reikwijdte van deze gave... 

van Mijn werkelijke vriendschap begrepen. 

Daarom nemen slechts weinig priesters bewust verantwoordelijkheid voor de noodzakelijke en onvervangbare solidariteit in geloof en liefde die tot stand moet komen tussen Mij, Meester en Verlosser, en hen, Mijn vrienden en mede-verlossers.

Weinigen hebben begrepen dat er tussen Mij en hen een wederzijdse uitwisseling van krachten en energieën moet zijn. 

Ik geef mezelf volledig aan hen... 

en zij zouden zich exclusief aan Mij moeten geven.

Als deze absoluut essentiële en onvervangbare uitwisseling ontbreekt, dan heb je de geestelijke dood van mijn priester-bedienaren. En dood betekent verrotting, die zielen infecteert en ze verliest. Velen lijken de consequenties die hieruit volgen niet te beseffen.



Nu het vitale sap is onderbroken... 

wordt Mijn priester, van mijn vriend en mede-verlosser... 

tot bondgenoot van Satan, hij wordt als een demon en handelt als een demon.

De ongevoeligheid van veel van Mijn bedienaren tegenover het schandaal van het afwijzen van God, tegenover het schandaal van de universele afvalligheid, de passiviteit waarmee zij de ondergang van zovele zielen tegemoet treden, zijn werkelijk verscheurende wonden voor Mijn Barmhartige Hart.

-

Je zult me ​​vertellen dat velen in beweging komen. 

Ze zijn druk, maar ze bewegen niet in de goede richting! 

Als ze maar de behoefte voelden om Mij om hun bekering te vragen. 

Wat ik niemand ontzeg, die erom vraagt ​​met een gevoel van levend geloof... 

en oprechte nederigheid.

-

Ze  b.e.m.i.n.n.e.n.  Me niet

Het is helemaal waar, dat er geen tekort is aan heilige priesters. 

Maar het zijn er maar weinig! 

Er is een gebrek aan deskundige biechtvaders en geestelijke leidslieden.

Mijn zoon, ik zou je volledig kunnen laten begrijpen hoeveel zielen er nog nauwelijks leven. 

Ze worden weggegooid als zieke planten. 

Ze worden geel bij gebrek aan een verlichte spirituele leiding. 

Zelfs in kloosters, is er een gebrek aan deugdelijke geestelijke leiding, onder godgewijde zielen.

Er zijn zielen die, als ze goed geleid waren, de hoogste niveaus van heiligheid zouden hebben bereikt.







['De mens zonder liefde, is nog in het gebied van de dood' - 1 Joh.3:14

'Qui non diligit, manet in morte.'


Veel van Mijn priesters zijn in de dood... 

omdat ze niet van Me hoúden, omdat ze Me niet wilden ontmoeten.

De heilige Johannes zegt ook: 

'Hij kwam in het Zijne, maar de Zijnen aanvaardden Hem niet.' [Joh.1:11]

Maar dat Mijn dierbáren Mij niet in hun hart sluiten, Mijn zoon, dat is een enorme zonde.

Dat Liefde wordt beantwoord met kilheid en ongerechtigheid... 

is een grote wond die onophoudelijk wordt toegebracht... 

aan Mijn Barmhártige Hart.

-

Ik werd al verjaagd terwijl Ik nog in de baarmoeder zat. 

Ik word nog steeds eruit gegooid door mijn bedienaren, uitgekozen met on-eindige Liefde.

Qua waardigheid en macht heb ik mijn priesters boven de engelenlegioenen geplaatst.

Ik heb Mezelf aan hun discretie/vrije wel toevertrouwd. 

Ik heb hún de goddelijke macht gegeven om zonden te vergeven. 

Om brood en wijn te trans-substantiëren in Mijn Lichaam, Mijn Bloed, Ziel en Goddelijkheid.

Wie kon veronderstellen dat Mijn Liefde zo ver zou gaan?

Mijn zoon, hou heel veel van Me. 

Om zulke monsterlijke ondankbaarheid te herstellen. 

Geef me geheel jezelf, met al wat je hebt en al wat je bent. 

Breng herstel, zoon, herstel voor de ontelbare Judassen die Mij dagelijks verraden.







Mijn ministers dwalen in het donker. 

Op schuldige wijze onwetend van waar ze op afstevenen.

Ze hebben de talrijke tussenkomsten van mijn Moeder niet met een bewuste verantwoordelijkheid aanvaard. Ze hadden er de gelovigen, met ondubbelzinnige duidelijkheid, van op de hoogte moeten brengen. 

Maar integendeel! Aanmatiging, trots, menselijk opzicht, ongeloof hebben hen verblind.

Wat een bloeduitstorting van gewijde zielen!

Hoeveel Judassen zullen er nog zijn!

Hoeveel bloed, hoeveel bloed zal er nog vergoten worden... 

Hoeveel tijd hebben ze niet gehad, hoeveel gebeurtenissen niet aanschouwd! 

De Spaanse revolutie, de vervolging in de landen waar het communisme heerst... 

hebben tot níets geleid, of tot heel weinig!

-

De geloofscrisis heeft Mijn priesters zo materialistisch gemaakt... 

dat niet weinigen zelfs de christelijke zin van het leven hebben verloren.

Hoe kunnen deze priesters van Mij, die ik ondanks alles geréd wil hebben... 

hoe kunnen zij zielen trainen tegen Satan, als ze zelf de spot van Satan zijn geworden?

Ze hebben de herhaalde oproepen van Mijn Stedehouder [Paus] op aarde genegeerd. 

Ze houden niet van Mijn Stedehouder, hoe kunnen ze dan zielen opvoeden in liefde voor Mijn Stedehouder, in liefde voor Mij?

Zoon, wat een verwoesting! 

Bid, herstel, accepteer te lijden... 

voor de redding van deze dienaren van Mij.

Ik zegen je, Mijn zoon. Hou van me.


[26.8.75]

Geen opmerkingen:

Een reactie posten