Eugenie Amalia Adelheid von der Leyen und zu Hohengeroldseck [1867- 1929]...
was een prinses uit het prinselijke Huis Von der Leyen und zu Hohengeroldseck...
de jongste van de zes kinderen van Philipp von der Leyen en Adelheid von Thurn und Taxis.
In haar jeugd wilde ze in het klooster gaan, maar om gezondheidsredenen kon ze dat niet. Als de ongehuwde zus van haar oudere broer, de kasteelheer Erwein von der Leyen, woonde ze voornamelijk in de gezinswoning van Schloss Waal, en van 1925 tot aan haar dood in het nabijgelegen Schloss Unterdießen.
Tijdgenoten omschreven haar als nuchter, behulpzaam, genereus en humoristisch.
Ze maakte handwerk voor de missie, waaronder geborduurde kazuifels.
Haar laatste geestelijke leidsman, pastoor Sebastian Wieser, schreef:
'Ik kende de princes de laatste 12 jaar van haar leven, en was op de hoogte van haar ervaringen en ontmoetingen in de verschijningen. Zij leidde een heilig leven, haar naastenliefde kende geen grenzen, ze stond altijd klaar om te helpen en ook om elk gevraagd offer te brengen. Allen die haar kenden hadden groot respect en eerbied voor haar. Geliefd bij God en bij de mensen. Volgens specialisten is haar dagboek, vergeleken met andere werken van hetzelfde genre, beter.
Ik verklaar onder ede dat ik er bij de prinses op heb aangedrongen om de echte gebeurtenissen die ik heb meegemaakt duidelijk en nauwkeurig op te schrijven, en tegelijkertijd dat ik op geen enkele manier mijn eigen persoonlijke visie op de dingen heb gesuggereerd.
Ik verklaar mezelf in alle opzichten garant te staan voor de geloofwaardigheid die het dagboek waardig is, en ik vraag de lezer om de prinses, die nu ook rust in het hiernamaals en natuurlijk in het gezegende visioen van God, dankbaar in vereerde herinnering te houden.'
Volgens haar eigen verklaring...
had ze op 9 augustus 1921 voor het eerst een visioen van arme zielen in het vagevuur...
dat daarna werd herhaald tot aan haar dood.
Haar aantekeningen beschrijven de overledenen, die o.m. verschijnen in dierlijke vorm, en ook hun gesprekken met haar, die draaien om hun zonden in hun leven op aarde, om verzoening en uiteindelijke redding, en dom het vragen van de voorspraak van hen die nog in leven zijn.
Haar familie geloofde Eugenie niet.
Met uitzondering van haar neef Erwein en zijn Italiaanse vrouw Donna Maria Nives née Ruffo della Scaletta, door wiens bemiddeling het originele manuscript van haar visioenen in de bibliotheek van het Vaticaan zouden zijn overgemaakt.
Ook werd zij aangemoedigd door de hierboven al vermelde pastoor Sebastian Wieser, die van 1916 tot 1926 in Waal diende. Hij werd haar geestelijk leidsman, moedigde haar aan om de visioenen in dagboekvorm op te schrijven en hield toezicht op de publicatie.
Hij verklaarde dat hij een aantal van de overledenen, die in de visioenen werden genoemd, en die onbekend waren bij de zieneres, kende en verklaarde dat de biografische details correct waren en stond aldus in voor hun geloofwaardigheid.
-
Tot 2015 is Eugenie von der Leyens 'Mijn Gesprekken met Arme Zielen' in verschillende gedrukte edities blijven verschijnen, ook in het Portugees, Italiaans en Nederlands.
[wiki]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten