'Nu zal ik iets ongehoords, iets wonderbaarlijks vertellen!
Iets wat nu nog levende mensen beweren vernomen te hebben van hun ouders.
Zij hadden gezien hoe Gerlach tijdens een uiterst strenge winter blootsvoets door een dikke laag sneeuw ging, en dat van zijn voeten een hete damp opsteeg, als uit een ketel boven gloeiende kolen. Wellicht gebeurde dat, doordat zijn geest en ledematen dat vuur voedden dat de Heer Jezus op aarde heeft gebracht, en dat Hij hevig wilde zien branden.
Er zijn er ook die het volgende vertellen: toen hij op zekere dag aan het eindpunt van zijn gebruikelijke nachtelijke wandeling bij de kerk van de Heilige Servatius aangekomen was, en de deur nog gesloten vond, omdat het uur van de metten nog niet was aangebroken, ging de kerkdeur vanzelf voor hem open, zonder dat iemand ze ontsloot.
Ondertussen bleven de monniken van het klooster te Meerssen, en de clerici in wier parochie de man Gods woonde, naijverig en woedend loochenen wat God door toedoen van Zijn dienaar tot stand bracht. Ze haatten hem en hadden geen vriendelijk woord voor hem over.
Het kwam zo ver dat ze vertelden dat de man Gods uit hun gemeenschap diende gesloten te worden, omdat hij, nochtans met toestemming en op gezag van de bisschop, godsdienstige plechtigheden liet celebreren buiten de parochiekerk.
Dat ze dit niet na rijp overleg, maar in een opwelling van onverantwoorde opwinding wilden doen, blijkt overduidelijk uit het volgende: indien ze een paragraaf van het kerkelijk recht, enige wettekst of een argument uit de Canones hadden kunnen inroepen tegen de man Gods, dan hadden ze van de kerkelijke censuur wel verkregen dat er een verbod zou worden uitgevaardigd tegen de goddelijke diensten in de cel van de zalige man - de Heilige Stoel vaardigde voldoende gezanten af naar de streek hier.
Maar hier gebeurde hetzelfde als in het boek van de Dialogen te lezen staat: zoals daar een priester heftig uitviel tegen de Heilige Benedictus, toen deze een klooster liet bouwen in zijn parochie, zo wakkerden ook hier enkelen, die hun ongegrond verwijt tot de Heilige Gerlach richtten, de woede op.
En zoals die priester daar de goddelijke wraak onderging van het onrecht dat hij de Heilige Benedictus had aangedaan, zo riepen ook hier de ergste vervolgers van de Heilige Gerlach, zijn felste beschimpers, zijn hevigste tegenstanders, hun verdiende straf over zich af. Ten gepasten tijde zullen we hierover uitvoeriger vertellen.'
Geen opmerkingen:
Een reactie posten