'Wat moet ik nu vertellen...
over zijn soberheid en zijn onthechting
en over de onvermoeibare volharding waarmee hij zich inspande in dienst van God?
Zeker zou men mij met dit versje uit een gedicht kunnen brandmerken: "Dichters bezingen wel wonderlijke dingen, maar ze zijn niet betrouwbaar!"... indien er geen tijdgenoten uit de omgeving van Gerlach zijn engelachtig leven op aarde met eigen ogen hadden gadegeslagen, en met eigen handen hadden betast. Deze inlichtingen gingen bij hun zonen niet verloren voor een volgende generatie, maar wat de vader aan de zoon vertelde, vertelde zijn zoon voort aan de kleinzoon.
En zo hoorden wij over zijn lof en zijn deugden, en over de wondere daden die God door zijn toedoen verrichtte.
Een oude man, Johannes genaamd (die nog altijd in onze buurt leeft), verzekert dat hij in zijn jeugd een heel oude nicht had, die hem meer dan eens het verhaal deed, hoe zij, in de tijd dat Gerlach zijn eenzaam leven leidde in de uitholling van de eik, en toen zij zelf nog een kind was, hem het brood bracht waarmee hij zich dagelijks voedde, en dat door haar moeder, een bloedverwante van de heilige man, bereid en gebakken was.
Dat brood was, naar wij vernamen uit het waarachtige verslag van deze Johannes, én van vele anderen, gemaakt uit gerst die met as van hout was vermengd. Als enige drank nam hij water van de bron die nog altijd de naam draagt die ze aan hem te danken heeft: "Bron van de Heilige Gerlach".
Anderzijds, van de vruchten der aarde en van de dierlijke produkten die de seizoenen hem leverden, liet hij met voorkomendheid en met grote zorg lekkere spijzen bereiden waarmee hij de armen en de vreemdelingen die hij als gasten ontving, welwillend verkwikte, terwijl hijzelf onverbiddelijk trouw bleef aan de beoefening van de hierboven omschreven soberheid.'
Geen opmerkingen:
Een reactie posten