'We herinneren ons in het vorige deel van het verhaal te hebben verteld hoe Norbertus, de bisschop van Luik, daartoe overgehaald door de monniken uit het klooster te Meerssen, de zalige Gerlach had verdreven uit de cel die hij zich in een holle eik had ingericht, en hoe hij de eik zelf had laten omhakken en de hoop stenen, die Gerlach in de eik had bijeengebracht, had laten wegvoeren.
Toen hij daar geen geld vond, zoals de monniken hem hadden verteld, maar alleen bewijzen van het strenge leven van de zalige man, werd hij hevig vertoornd op hen die valse beschuldigingen bij hem hadden uitgebracht tegen zulk een heilige man. En op vaderlijke wijze zorgde hij ervoor de wonde te helen die hij, misleid als hij was, de man Gods had toegebracht.
Allereerst liet de bisschop, uit het hout van de eik die tot spijt van de man Gods was omgehakt, nu twee nieuwe kleine cellen vervaardigen: de ene waarin de zalige man dag en nacht zijn smeekbeden tot God zou kunnen richten, en een tweede waarin hij zijn vermoeide ledematen na het werk zou kunnen uitstrekken.
Deze tweede cel was zo laag, en bleef zo dicht bij de grond, dat ze - zo hebben we vernomen uit een waarheidsgetrouw verslag - meer op een graf leek dan op een woonkamer. Zodat de man Gods, als hij op zijn rug lag - hoe onwaarschijnlijk ook - met de knieën het plafond raakte!
Vervolgens beval de bisschop, zoals we al zeiden, de man Gods aan bij de abt van Rolduc, Bruno geheten, en bij de andere religieuzen, en hij stelde hen aan als geestelijke leiders, als leraren en als verantwoordelijken voor alles wat met de zielzorg voor hem te maken had.
Bovendien verleende hij Gerlach toestemming om, in de bidplaats die hij had laten optimmeren met het hout van de eik, plechtige missen te laten vieren, en andere godsdienstige oefeningen te laten plaatsvinden. Hij gaf hem zijn vaderlijke zegen, en bad dat het hem goed zou gaan.
De Heilige Gerlach schafte nu met grote zorg priestergewaden aan, ook gewijde vaten, een tot altaar gewijde tafel en andere cultusvoorwerpen. Hij nodigde vrome priesters bij zich uit, en liet ze de bediening van de liturgische plechtigheden voor hem verzorgen. '
Geen opmerkingen:
Een reactie posten