'Het lijkt me niet ongepast hier de loop van het verhaal te onderbreken,
en in te lassen op welke manier de in vorige hoofdstukken beschreven levenswijze of deugd van de zalige Gerlach, door de 'wijzen' van deze wereld met meer dan gewone nieuwsgierigheid aan onderzoekingen werd onderworpen.
Hun bedoeling was om deze bespottelijk te maken. In een poging ze te minimaliseren, trokken zij Gerlachs kwaliteiten in twijfel, maar omdat er geen valsheid in werd gevonden, kwamen die kwaliteiten onaangetast uit de discussie die volgde tevoorschijn, als uit het vuur van een smeltoven.
-J.P. van Bendegem-
Ergens in Haspengouw ligt een omwalde stad, stad van Sint Trudo [St.-Truiden] genaamd. In die stad bevindt zich immers een abdij voor monniken, die door deze heilige belijder werd gesticht, en die nu grote faam geniet, dankzij zijn grote verdiensten, en dankzij het feit dat hij daar begraven ligt.
De leiding van deze abdij berust bij de abt, op dit moment de zeereerwaarde en in Christus' kerk hogelijk gewaardeerde magister Johannes van Xanten, trouwe verkondiger van het woord van het kruis, en vlijtig organisator van de huidige kruistocht naar Jeruzalem.
Op zekere dag, op de verjaardag van het overlijden van de belijder, de Heilige Trudo - die in die stad met passende eerbewijzen wordt vereerd door het volk dat dan van overal toestroomt - werden na afloop van de heilige officies die bij de goddelijke eredienst horen, talrijke personen (zowel bedienaars van de kerk als mensen uit de wereld) door deze abt op een feestdis uitgenodigd. Onder hen bevond zich een van die vooraanstaanden van de stad die men in de volkstaal schepenen noemt, een zekere Arnold, een man die de faam genoot grote profane kennis te bezitten, alsook in wereldse zaken over een zeer grote invloed te beschikken.
Deze Arnold dus begon allereerst, met ongewone nieuwsgierigheid, aan een toevallig aanwezige broeder uit het klooster van de Heilige Gerlach vragen te stellen: over diens bekering, over zijn leven en over zijn karakter. Vervolgens poogde hij hardnekkig in twijfel te trekken wat er gezegd werd. Tenslotte begon hij schertsend te spotten. De man deed dat, omdat de wijsheid van deze wereld alleen maar geloof pleegt te hechten aan dingen die ze ervaren heeft, die ze door ondervinding kent, die ze begrijpt dankzij de zintuigen van ons lichaam - die we gemeenschappelijk hebben met de dieren.
Maar waar het vuur van de goddelijke liefde, dat het hart van de uitverkorenen doordringt, mensen laat uitstijgen boven de mogelijkheden van de menselijke beperktheid, en de overwinning laat behalen op hun eigen lichaam, de aloude vijand, op de wereld... dan wordt dit niet eens opgemerkt door stervelingen die zich uitsluitend met aardse zaken inlaten, en geen waardering hebben voor iets dat het verstandelijke te boven gaat, gebukt als zij gaan onder de last van een leven dat verkeerd is ingesteld.
Zo gebeurde het dat de eerder genoemde satraap (een man die 'op de hoogte was van de literatuur!') in tegenwoordigheid van de velen die op de feestelijkheden waren uitgenodigd, begon te verkondigen, dat geen enkele redenering hem kon doen geloven wat over de zalige Gerlach werd verteld, en dit om de eenvoudige reden, dat de zwakke ledematen van het menselijk lichaam niet in staat zouden zijn zulke grote ontberingen te doorstaan, tegen de normale gang van de natuur in.
Tegen deze redenering zei de broeder van wie daarnet sprake was:
"De getuigenissen die de verdiensten van de zalige Gerlach kenbaar maken zijn onbetwistbaar geloofwaardig. Hun weerklank verspreidde zich door heel de streek, en hun faam verbreidde zich door heel Germanië. Wat meer is, vaders vertellen het aan hun zonen, en deze zonen vertellen het voort aan de volgende generatie. We staan m.a.w. voor de volgende keuze: ofwel aanvaarden we het vaste geloof van deze gelovigen, ofwel beschuldigen we de volkeren van heel Germanië, en zelfs talrijke volkeren daarbuiten, van leugens en vervalsing.
Ook de volgende feiten zijn onbetwistbare aanwijzingen dat heiligen tegen de rechten van het vlees en de wet van de natuur in hebben geleefd: voor hen is niet alleen de zaligheid in de hemel voorbehouden, maar reeds op deze wereld ontvangen zij van God zulk een verheerlijking, dat op de plaats waar hun lichaam rust, tegen de natuurlijke gang in, aan doden het leven, aan blinden het gezicht, aan doven het gehoor en aan verlamden het lopen wordt teruggeschonken, en dat elke zieke er genezen weggaat.
Heiligen en uitverkorenen van God ontvangen duidelijk een verdiende en aan de maat van hun inspanning aangepaste beloning, opdat het woord van het evangelie in vervulling zal gaan: Met de maat waarmede ge meet, zult gij gemeten worden, en er zal u nog een toemaat toe gegeven worden..."
-Nathalie Basteyns in 'Mirakel n°71'-
Toen de satraap dat hoorde, bleef hij toch met één probleem zitten. Hij beweerde dat het niet waar, zelfs niet mogelijk was, dat de Heilige Gerlach naar het woord van de psalmist as van hout als brood had gegeten, en dat zijn lichaam - dat al zo uitgemergeld was door de grote ontberingen - toch in staat was om zich met zo'n voedsel in leven te houden, aangezien de substantie van menselijk vlees door zo een spijs veeleer afgebroken dan gevoed zou worden. De doorstroming van het overal doordringende bloed en van de levenssappen gebeurt vlot, zolang de aders in goede toestand verkeren, maar na het eten van houtas, zou doorgang niet meer mogelijk zijn.
Daarop droeg de eerbiedwaardige abt van de kerk van Sint Trudo, van wie wij reeds gewag maakten, ook zijn steentje bij in onze discussie. Hij beslechtte ieder dispuut, staafde de visie van de broeder op eigen gezag, en maakte een einde aan de kwestie.
Hij vertelde namelijk een religieus te kennen in de bekende stad Kleef die, benevens andere uitingen van een vrome levenswijze, een zo strenge onthouding naleefde, dat hij dagelijks brood nuttigde dat bereid was uit gewoon meel met zelfs een dubbele portie as uit hout.
We hebben gemeend dit verhaal te moeten inlassen om het voor elke lezer duidelijk te maken dat de daden van de zalige Gerlach, die meer dan eens aan een nauwgezet onderzoek door de geleerde mensen van deze wereld onderworpen werden, nooit - zoals kaf door de wind wordt meegevoerd - door de wind van de vervalsing werden opgeblazen, maar steeds gegrondvest bleken op het fundament van de waarheid. Laten we nu terugkeren naar het vervolg van ons verhaal.'
Geen opmerkingen:
Een reactie posten