dinsdag 27 januari 2026

uzza's fout 2



'David riep opnieuw alle uitverkoren mannen van Israël bijeen, dertigduizend in totaal. 

David stond op en ging met heel zijn volk naar Baäla in Juda om daar de Ark op te halen van God, die de naam Heer der Legerscharen draagt, die tussen de Cherubijnen woont. 

Zij zetten de Ark van God op een nieuwe wagen, en brachten die uit het huis van Abinadab, dat op de heuvel stond. Uzza en Ahio, de zonen van Abinadab, trokken de wagen. Uzza liep naast de Ark, en Ahio ging ervoor.

David en heel Israël speelden met al hun kracht voor de Heer, met liederen, harpen, lieren, tamboerijnen, psalteria en cimbalen. 

Toen zij bij de dorsvloer van Nachon kwamen, stak Uzza zijn hand uit naar de Ark van God en greep die vast, want de ossen waren eroverheen gelopen. 

De HeerR werd zeer toornig tegen Uzza en sloeg hem om zijn onbezonnenheid. 

Hij stierf daar naast de Ark van God.'


[2 Sam:1-7]

Geen opmerkingen:

Een reactie posten