'Omdat tijdens de jeugd het menselijk hart in gevoelens en gedachten naar het kwade neigt, gebeurde het dat Gerlach tijdens de eerste jaren van zijn jeugd, door voorspoed en succes gedreven, door de warmte van zijn jeugdig bloed aangevuurd, door de levenswijze en de vriendschap van zijn medestrijders ertoe aangezet, op het zijspoor van een verdorven leven terechtkwam. en met lichte tred door het leven ging over de brede en gemakkelijke weg van de wereld.
Wij geloven evenwel dat dit niet gebeurde zonder de toestemming van God, die aldus een belangrijk en verborgen plan uitvoerde. Zijn bedoeling was het klaarblijkelijk deze man, die voorbestemd was om een befaamd belijder en trouwe dienaar van Christus te worden, voor allen tot voorbeeld van oprecht berouw te stellen. Hij wilde voorkomen dat iemand - hij moge de zwaarste misdaden begaan hebben - zou wanhopen over de vraag of ook hij van de goddelijke barmhartigheid vergeving kon verkrijgen door de waardevolle vruchten van boetedoening.
Daartoe het voorbeeld van Gerlach, die uit de diepe afgrond bevrijd werd. Die door de ingreep van het goddelijk medelijden onttrokken werd uit de ingewanden van het oude serpent. Zodat hij een hoge graad van deugdzaamheid bereikte, en verheerlijkt zou worden door het uitzonderlijk voorrecht van heiligheid en vermaardheid.
En inderdaad...
Al tijdens de eerste tijd van zijn legerdienst, joeg hij de lichtzinnige genoegens die de wereld dierbaar zijn zo sterk na, dat hij in de jacht op aardse winst, in het afpersen en uitbuiten van arme mensen, in het genot van aanlokkelijkheden van deze wereld, haast zijn gelijke niet had, hoe bedreven de anderen daarin ook waren.
Aan de stem van de goddelijke waarschuwing, die in het evangelie haar volgelingen aanmaant tot waakzaamheid in de eerste en in de tweede nachtwake, ging hij met dichtgestopte oren voorbij, omdat hij in de tijd van zijn kinder- en jeugdjaren (de eerste en tweede nachtwake) met betrekking tot het eeuwige heil van zijn ziel geestelijk niet voldoende waakzaam was.
Maar toen Gerlach in de kracht van zijn mannenjaren was gekomen (de derde nachtwake) wekten de genade en de onmetelijke goedheid van onze Verlosser Zijn dienaar uit diens dodelijke slaap. met de krachtige donderslag van de vreesaanjaging.
Hij sterkte hem met een zo grote geestelijke tucht in het naleven van de goddelijke voorschriften, dat hij zich verheffend op de vurige vleugels van de deugden, in de genade van heiligheid de meesten overtrof die vanaf hun eerste jaren aan het godsdienstige leven toegewijd waren.
En dat aan hem, dank zij het milde goddelijke geschenk dezelfde verdiensten en dezelfde beloning ten deel vielen als aan de vroegere Vaders, die in de herinnering van alle oprechte zonen van de Kerk niet ten onrechte hoog in aanzien staan. De volgende bladzijden zullen dit overduidelijk maken.'
Geen opmerkingen:
Een reactie posten