'Aangezien allen die vroom willen leven in verbondenheid met Christus, vervolging lijden omwille van de gerechtigheid, heeft de Heer ook deze uitverkorene op de proef gesteld, zoals men dat doet met goud in de oven.
En om hem te zuiveren en van iedere onreinheid te ontdoen, om alle wereldse smetten van hem te verwijderen en om hem te reinigen zoals men zilver in het vuur toetst, leidde Hij hem - herhaaldelijk en op vele wijzen - door de smeltkroes van moeilijkheden.
Nadat hij eerder al, zoals we hebben verteld, onderworpen was geweest aan de duistere en sluwe bekoring van boze geesten (zoals een slang haar hinderlaag legt in het duister), volgde nu een niet minder erge en ópenlijke vervolging tegen hem, vanwege sommige rijke en machtige lieden (zoals een leeuw brult vanaf een hoogte).
Inderdaad: de overste en de monniken en ook de clerici van de Proosdij van Meerssen, die niet zo veraf van Gerlach leefden [4km, uurtje lopen], waren verbaasd over en onder de indruk van zijn ongewone levenswijze, omdat de man Gods, naar het voorbeeld van de vroegere kerkvaders, die zich ophielden in spelonken en grotten, het leven van een engel leidde, in de holte van een eik.
Omdat evenwel een dergelijke levenswijze hun niet leek te stroken met de gewoonten van eigentijdse religieuzen, spanden zij zich in om hem van zijn opzet af te brengen. Met veel inzet en moeite drongen zij erop aan dat Gerlach onderworpen zou worden aan het gezag van de overste en van de monniken van Meerssen.
Gerlach vreesde evenwel dat hij, in het geval dat hij zich door een gelofte van gehoorzaamheid zou binden aan personen die een minder streng leven leidden, wel eens voor de keus zou kunnen worden gesteld: of tekortschieten aan die gehoorzaamheid, of zijn eigen ideaal moeten opgeven, in het geval de overste van Meerssen hem iets zou bevelen dat indruiste tegen zijn godsdienstige opvatting, of zijn eigen geloften.
De monniken en clerici van het klooster te Meerssen waren verontwaardigd daarover, alhoewel zij het niet aandurfden hem, die toch van goeden huize kwam en een grote faam genoot, persoonlijk lastig te vallen.
Maar wel begonnen zij hem op allerhande wijzen verdacht te maken bij de bisschop van Luik, Norbertus zaliger gedachtenis. En geloof hechtend aan wat hem verteld werd, begaf de bisschop zich met spoed naar de plaats waar Gerlach zijn schuiloord in een eik had.
Omdat men hem verteld had dat Gerlach toch veel geld bezat, en dat verborgen hield onder de massa stenen die in de cel bijeen gebracht was, gaf de vertoornde bisschop het bevel de eik om te hakken, en de plaats aan een grondig onderzoek te onderwerpen.
Toen daar niets anders gevonden werd dan de duidelijke sporen van een werkzaam en sober leven, betreurde hij het heel erg dat hij verkeerd was geïnformeerd over zo'n voortreffelijk man, en hij zuchtte omdat hij een onschuldige en rechtschapene leed had berokkend.
Het gevolg nu was dat Norbertus, bisschop van Luik, voor hem wilde zorgen, zoals een geestelijk leider voor een jonge man. En op zijn beurt stelde hij de abt van Rolduc [op 23km] en andere geestelijken over hem aan, voor zover het betrekking had op de pastorale zorg voor zijn ziel.'
Geen opmerkingen:
Een reactie posten