Volgens de overlevering ondersteunde het kruis de inheemse bevolking van Matará
en beschouwden zij het als een bron van bovennatuurlijke krachten.
De oorsprong van dit kruis gaat terug tot de 16e eeuw,
ongeveer 100 jaar na de ontdekking van Amerika.
In de 16e eeuw stichtten de jezuïeten verschillende missies in Zuid-Amerika
om de inheemse bevolking te evangeliseren.
Omdat deze mensen geen schrift hadden,
kon men hen de leer van het Evangelie niet in boeken overbrengen.
Maar om de geheimen van het geloof te kunnen onthouden
en aan anderen te kunnen doorgeven,
besloten ze deze in hout te beitelen.
Het kruis is gemaakt van mistol (een inheemse boomsoort)
en bestaat uit twee delen: een verticaal stuk hout van 47cm en een horizontaal stuk van 17cm.
Deze zijn met elkaar verbonden door twee houten spijkers en perfect in elkaar gezet.
De taps toelopende onderkant van de verticale balk was ongetwijfeld bedoeld
om op een houten voetstuk te worden geplaatst,
zodat het kruis zelfstandig kon staan.'
[bron]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten