'Toen de Heer zich voornam Zijn uitverkorene te bevrijden uit de benauwenissen van deze wereld, stond hij hem toe enigszins vooraf te proeven van de Schatten van Zijn Goedheid, en door duidelijke aanwijzingen toonde Hij hem Zijn waardering voor zijn verdiensten.
In de stad Maastricht leeft er een oude man, langs moederszijde een neef van de zalige, en naar hem trouwens Gerlach genoemd. Die man is bij alle inwoners van die stad goed bekend. Hij is thans op hoge leeftijd. Hij is een degelijk mens, oprecht in zijn woorden. De gegevens die we in deze tekst hebben neergeschreven, hebben we grotendeels van hem vernomen.
Met grote overtuiging en onder dure eden pleegt hij te beweren, dat de Heer - afgezien van de vroegere bijzondere bewijzen van Zijn macht - zich gewaardigd heeft op uitzonderlijke wijze Zijn goddelijke genegenheid voor zijn dienaar te tonen in het jaar dat de man Gods uit deze wereld zou heengaan.
Hij houdt immers vol, dat tijdens de Passietijd de zalige man een priester, Rutger genaamd, die op die dag in zijn kapel de eredienst voor hem had gecelebreerd, met zich meenam, om water te putten aan een bron, die tot op de dag van heden "Bron van Gerlach" wordt genoemd. Toen hij ervan proefde bemerkte hij dat het water in wijn was veranderd!
Omdat hij niet wist wat er gebeurd was, dacht Gerlach dat de priester hem bedroog, en enigszins onthutst zei hij: "Gedurende veertien jaar heb ik geen wijn gedronken, geen bier of enig andere drank die dronken kan maken. En gij biedt mij nu een drank aan, waarvan ik mij zo lang heb onthouden, en dan nog wel speciaal op deze dag in de passietijd!"
Nu was de priester verwonderd! Want hij beweerde hem zuiver water en geen wijn te hebben aangereikt. De man goot daarop het in wijn veranderde water uit, en vroeg de priester opnieuw water te scheppen. Dat deed deze en zie, zoals de vorige maal was de kracht Gods werkzaam "waardoor het water, dat bevel kreeg wijn te leveren, zijn aard veranderde!"
Toen nu de man Gods voor de derde maal en nu persoonlijk de proef wilde nemen, naderde hij tot de rand van de bron, putte water en nam het mee naar de plaats waar hij gewoonlijk zijn ontbijt nam. En toen hij proefde, dat het water wederom de smaak van wijn had aangenomen, prees hij met veel dankbetuigingen de Heer, Die werkelijk wonderbaar is in Zijn heiligen, en vrijgevig voor allen die Zijn naam aanroepen.'
Geen opmerkingen:
Een reactie posten