'Dokter Schwalbová heeft een apart hoofdstuk gewijd aan deze heldhaftige kloosterzuster, met de titel "Angela". Hier horen we hoe zij in stilte haar werk deed, en hoe ze midden in die onvoorstelbare ellende met een glimlach, een gebaar of een troostend woord bruggen van Liefde over afgronden sloeg.
Met gevaar voor eigen leven, overtrad zuster Angela voortudrend de strenge kampregels, om weerloze vrouwen zonder enige bescherming te behoeden voor de allerergste vernederingen. Ze bracht ze ’s zondags stiekem naar het revier, verzorgde de menselijke wezens die onder de luizen en de vuiligheid zaten met water en zeep, en gaf hen schone kleren. Ze sloot vrouwen in de wasruimte op tot ze klaar waren met hun toilet, en bracht ze langs verboden paadjes terug naar hun onderkomen.
Ze nam de SS-vrouwen die het toezicht hadden herhaaldelijk in de maling, alleen maar om haar beschermelingen te kunnen helpen. Ze legde spullen opzij die eigenlijk ergens anders voor bedoeld waren - zo liet ze zich bij voorbeeld soms de voedselrantsoenen van de vorige dag bezorgen (denk aan de porties voor de gevangenen die in de afgelopen nacht gestorven of vermoord waren) om die aan patiëntes die aan de beterende hand waren , of aan vrouwen in het kamp door te kunnen geven.
Dr. Schwalbová schrijft:
"Angela, altijd doende en energiek, behield in haar ogen steeds diezelfde vertrouwenwekkende blik, haar glimlach straalde immer geduld uit.
Een paar dagen na onze aankomst in Birkenau kreeg ik vlektyfus. De koorts brandde, luizen knaagden aan me, en de zwoele lucht maakte het ademen extra moeilijk. Aan de nachten kwam geen eind, een zwarte ondoordringbare duisternis.
Als ik ‘door het lint’ ging, was ik helemaal van de wereld. Elke nacht wurgde mij iemand uit mijn spookwereld, of sloeg mij, overgoot mij met koffie, of eigen uitwerpselen. Naast mij, boven mij, en onder mij lagen stervende vrouwen: ze schreeuwden en ijlden. Elke dag stierven er in mijn fantasie honderden, verstomd. En elke dag rukte men de doden van de bedden, wierp ze op draagbaren en voerde ze af.
In dit gekkenhuis bewoog zich Angela als een glimlach van het ochtendgloren, als een straal zonlicht. Elke dag kwam ze mij wassen met warm water, bracht me soep en gaf me te eten. Ze gaf me kompressen en maakte jacht op mijn luizen.
In het donker van de avond, ging ze op mijn luizige bed zitten, nam mijn hand in de hare en vertelde. Ze vertelde van de heilige Kleine Thérèse, van de heilige Michaël en vele andere heiligen, hun leven, hun dood en hun wonderdaden. Ze wist dat ik atheïste was, en toch spreidde ze met bezieling in de ogen telkens weer haar geloof voor mij uit, als een bloementuin. Die avonden waren prachtig.
Temidden van de verschrikkelijkste ellende ontstond hier een eiland van tederheid en liefde. En in mijn hoge koorts was het voor mij alsof ik een klein kind was, en of mijn moeder bij me zat en sprookjes vertelde, zo mooi en zilverkleurig als de golven van het beekje in mijn geboortedorp, zo roze en zo helder als een lenteavond."'
[bron]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten