'In september 1939, begin van de oorlog,
sloot hij zich aan als officier bij het 26e Artillerieregiment.
Op 22 juni 1940 in de Vogezen gevangengenomen,
werd hij medio oktober naar Oflag XVIII in Lienz (Tirol) gestuurd.
Oflag... Offizierlager... een Duits krijgsgevangenenkamp voor officieren.
Waar hij zich bezighield met intellectuele bezigheden,
terwijl hij ook zorgde voor de geestelijke behoeften van zijn medegevangenen.
En inderdaad, hij schrijft over "rozenkrans elke avond deze maand"...
over "onze zeer vurige Allerheiligen"... over "Tweede Kerst...
met grote vurigheid, vele communies"...
Maar hij heeft nog steeds een zorg:
"Ja, onze Heilige Week was prachtig, maar helaas...
denk ook aan de duizenden werkkampen [voor dwangarbeiders]...
waar de mannen al bijna twee jaar zonder priester zitten!
Dat is hartverscheurend!..."'
[bron]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten