'Na de intocht van Hitler in Oostenrijk
vreesden de Trinitariërzusters voor het voortbestaan van hun Christus-Koningkloostertje.
Begin augustus 1940 maakte Angela een onvoorzichtige opmerking tegenover een buurvrouw die zich zorgen maakte over haar zoon die onder de wapenen was geroepen: "Die Hitler is een plaag voor heel Europa!" Deze uitspraak werd haar noodlottig.
De man van deze buurvrouw was namelijk hoofd van de plaatselijke nazi-afdeling. Hij gaf de kloosterzuster aan. Zij werd op 12 augustus 1940 door de Gestapo gearresteerd op beschuldiging van belediging van de Führer en ondermijning van de moraal.
Daarop overgebracht naar de politiegevangenis van Innsbruck, en uiteindelijk afgeleverd als arrestant met het nummer 4651 in concentratiekamp Ravensbrück (ten noorden van Berlijn).
Hiermee begon de lijdensweg van zuster Angela,
die echter tegelijk een weg zou worden van dienende liefde.
Met een open oor en fijngevoelig, geheel doordrongen van de gedachte niet op eigen hachje te letten, maar op verlichting en hulp van de medegevangenen, werkte zij in het verborgene overal waar het nodig was, gedragen door haar rotsvast geloof.
Rosa Jochmann, een medegevangene, vertelt:
"Toen we een keer op de appèlplaats wat wandelden, liep een beeldschoon achtjarig meisje met ons mee. Plotseling stortte zich een vrouwelijke opzichter op het kind met een zweep. Maar Maria greep de zweep vast en zei tegen die vrouw: 'Waarom wilt u dat meisje slaan? Ze heeft toch niks gedaan!?'
Mijn hart stond stil, want ik was ervan overtuigd dat Maria in de strafbarak terecht zou komen, dat ze eerst een pak slaag zou krijgen en dan in de barak vastgezet, maar nee, dat gebeurde niet. De vrouwelijke opzichter keek Maria aan, liet de zweep zakken, draaide zich om en ging weg.
Voor mij was dat destijds een wonder. Maar later heb ik mij gerealiseerd dat Maria, door haar manier van doen, een bijzondere uitstraling had."'
[bron]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten