'Op 26 maart 1942,
haar tweeënveertigste verjaardag,
arriveerde zuster Angela in concentratiekamp Auschwitz.
Voortaan had ze gevangenenummer 512.
In haar boek "Erloschene Augen" (Gedoofde ogen) geeft dr. Margita (Manca) Schwalbová een levendige situatieschets van de toestand in het kamp. Het getuigenis van deze arts vormde de aanzet om het zaligverklaringsproces op gang te brengen. Een citaat...
"Een morgen in maart.
Aan de hemel schitteren nog de sterren, en duisternis bedekt de wereld. 'Appèl. Appèl!' Wij begrijpen de strekking van deze woorden nog niet. We staan in rijen van vijf, met kaal geschoren hoofden, zonder hoofddoek, in oude Russische uniformen, kousen hebben we niet.
Ik sta in de voorste rij. Dat is vervelend want de wind opent telkens mijn legerbloes en hemd, waar geen knopen aan zitten. Gelukkig heb ik gisteren wel een stukje touw gevonden, waarmee ik mijn soldatenbroek een beetje kon samenbinden.
Langzaam wordt het dag. De ochtend voelt als zilver aan, de lucht kleurt rozerood. Naast mij valt iemand flauw, zijn hoofd slaat tegen het ijs van een bevroren plas.
'Laat liggen!' schreeuwt de vrouw die de leiding heeft.
'Ik laat je staan tot je zwart ziet, mestkevers, naarlingen!'
Zo word je dus door het concentratiekamp aangesproken, denk ik bij mijzelf, en probeer tegelijk mijn verstijfde benen een beetje te bewegen.
Een gemompel gaat door de rijen, iets van opwinding.
Voor ons staat het hoofd van toezicht, een gezette, al wat oudere vrouw. Mocht ik haar in de gewone wereld op straat tegenkomen, zou ik denken dat het een doodgewone vrouw was, uit de middenklasse, een zorgzame moeder voor haar kinderen.
Het is stil.
Het hoofd van toezicht spreekt:
'Iedere dokter, studente medicijnen en verpleegster moet zich nu, onmiddellijk, melden!'
Ik ben op dat moment de enige.
Ik doe een stap naar voren.
'Na het appèl, meteen naar het revier!'
Het hoofd van de barak brengt me erheen. Zo begrijp ik dat revier de ziekenafdeling voor de gevangenen is. Nadat de SS-arts van mij een doktersexamentje heeft afgenomen, word ik aangenomen.
De oude gevangenen dringen om me heen. Het zijn drie Duitse communistenvrouwen: de eerste zit al negen jaar vast, de tweede zeven, en de derde zes. Ze vragen naar politieke nieuwtjes: hoe het front verloopt, hoe het illegale verzet werkt, hoe de situatie in de Sovjetunie zich ontwikkelt enz. enz.
Tenslotte komt een kleine, frêle vrouw, met rosse wangen, grote blauwe kinderlijke ogen, en fijne gouden haren, naar me toe: 'Ik ben zuster Angela!' Zij lacht me bemoedigend toe, en streelt even over mijn kaal geschoren hoofd.
Ik ga de afdeling binnen die mij is aangewezen, en stel me voor aan de patiëntes daar.
’s Avonds staat er plots voor mij een waskom klaar met warm water, een stukje zeep, een tandenborstel, een schone handdoek, een zakdoek en schoon ondergoed. Ik weet niet hoeveel dagen ik mij al niet meer gewassen heb. Mijn ogen schitteren van geluk. Wie kan dat hier hebben neergezet? Als ik me gewassen en weer aangekleed heb, kom ik tot de ontdekking, dat alle knopen aan mijn hemd en broek weer zijn aangezet!
Ik ga slapen. Ik slaap alleen, in een vrij grote ruimte, die vol staat met stapelbedden van drie verdiepingen. Ik ben namelijk op dat moment de énige Joodse gevangene die in het revier werkt. Ik ga naar binnen. Op mijn bed brandt een zaklantaarn, en daarnaast staat een bord, met wat suikerklontjes, kaakjes en een citroen. Ik begrijp het niet, kan het niet vatten, maar ben te moe om erover na te denken.
Aangekleed ga ik op mijn strozak liggen en val in slaap. In mijn sluimer hoor ik voetstappen. Iemand buigt zich over mij heen, streelt even mijn wangen. Ik heb de indruk dat ze bidt. Ik hoor het nauwelijks, en versta het ook niet. Misschien droom ik het alleen maar.
Het was geen droom.
Het was mijn eerste ontmoeting met Angela.
Angela was een non uit Westfalen, haar klooster stond in Tirol. Zij was al voor het derde jaar in het concentratiekamp, wegens belediging van de Führer en opruiing van het volk. Haar taak was de eetrantsoenen in het revier te verdelen, en de linnenkamer te verzorgen.
Vanaf de eerste dag werden wij vriendinnen."'
[bron]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten