Posts tonen met het label glorie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label glorie. Alle posts tonen

vrijdag 21 augustus 2026

maria koningin 1



GEBED TOT MARIA, KONINGIN v/d HEMEL

Vanuit de diepten van dit tranendal,
waar de bedroefde mensheid moeizaam voortschrijdt
doorheen de golven van deze zee van ons,
eindeloos geteisterd door de winden van hartstocht,

heffen wij onze ogen op naar U, o allerliefste Moeder Maria,
om getroost te worden bij de aanschouwing van Uw Glorie,
en U te begroeten als Koningin van hemel en aarde,
Koningin van de mensheid.

Met gepaste kinderlijke trots wensen wij
Uw koninginschap te verheerlijken en te erkennen
als verschuldigd wegens de soevereine uitmuntendheid
van Uw gehele wezen, o allerdierbaarste,
waarlijk moeder van Hem die Koning is
van rechtswege, door overerving
en door verovering.

-

Heers, o Moeder en Koningin,
door ons het pad van heiligheid te tonen,
en door ons te leiden en bij te staan,
opdat wij er nooit van afdwalen.

In de hemelse gewesten oefent Gij Uw voorrang uit
over de koren van engelen, die U toejuichen als hun soeverein,
en over de legioenen heiligen, die zich verheugen in het aanschouwen
van Uw schitterende schoonheid.

Heers ook over de gehele mensheid,
vooral door het pad van het geloof te openen
voor hen die Uw Goddelijke Zoon nog niet kennen.




Heers over de Kerk,
die Uw zachte heerschappij erkent en verheerlijkt
en haar toevlucht tot U neemt als veilige schuilplaats
temidden van de rampspoed van onze tijd.

Heers vooral
over dat deel van de Kerk
dat vervolgd en onderdrukt wordt.
Geef het kracht om tegenspoed te verdragen,
taaiheid om nooit te zwichten onder onbillijke dwang,
licht om te vermijden in de val van de vijand te trappen,
vastberadenheid om openlijke aanvallen te weerstaan,
en - op elk moment - onwankelbare trouw
aan Uw Koninkrijk.

-

Heers over de geest van mensen,
dat zij alleen het ware zoeken.

Over hun wil,
dat zij alleen het goede volgen.

Over hun hart,
dat zij niets anders liefhebben
dan wat Gij zelf bemint.




Heers over individuen en gezinnen,
evenals over samenlevingen en naties.

Over de bijeenkomsten van machtigen,
over de adviezen van de wijzen,
en de eenvoudige aspiraties
van alle nederigen.

-

Heers in de straten en op pleinen,
in de steden en in dorpen,
in de valleien en op de bergen,
in de lucht, te land en ter zee.

En hoor de vrome gebeden
van allen die erkennen dat Uw rijk
een rijk is van Barmhartigheid.

Waarin elke smeekbede wordt verhoord,
elk verdriet getroost, elk ongeluk verlicht,
elke ziekte genezen,

en waarin,
op een gebaar van Uw zachte handen,
uit de dood zelf glimlachend leven rijst.

Verkrijg voor ons dat allen
die nu in alle uithoeken van de wereld
U, Koningin en Vrouwe, toejuichen en begroeten
op 'n dag in de hemel de volheid van Uw Rijk mogen genieten

in het aanschouwen van Uw Goddelijke Zoon,
die met de Vader en de Heilige Geest
leeft en regeert tot in eeuwigheid.

Amen




maandag 27 april 2026

marienfried 4

DERDE VISIOEN OP 25 JUNI 1946 [H. Gulielmus Abt]

'Zoals gevraagd bij de verschijning op 25 mei, 

gingen pastoor Humpf en zijn zus Anna, samen met Bärbel,

op het feest van de heilige abt Willem naar Marienfried.

Het was 18.30u. Onderweg baden ze de rozenkrans. 

Anna versierde het kleine beeldje.


Nadat ze een tijdje hadden gebeden, 

wilde Bärbel, zoals ook eerder, plotseling naar huis. 

Anna zei dat er geen haast was. 


Onmiddellijk daarna zag Bärbel de verschijning,

en riep uit: "Maria, hoe mooi zijt gij!"


-Fresco van Heilige Drievuldigheid,
in de rotskerk van H. Gulielmus,
onder het klooster van Sant'Agostino
in Matera (Italië)-

"Ik ben de Grote Middelares van de Genade. 

De Vader wil dat de wereld deze positie van Zijn Dienstmaagd erkent.

Mensen moeten geloven, dat ik als eeuwige Bruid van de Heilige Geest, 

de getrouwe Middelares van alle Genaden ben.


Mijn teken is in het verschijnen. 

Zo wil God het.

Alleen mijn kinderen erkennen het, 

omdat het zich in het verborgene toont,

en geven de eeuwige derhalve de Glorie.


Mijn macht kan ik vandaag nog niet aan de grote wereld openbaren. 

Ik moet mij met mijn kinderen terugtrekken.

In het verborgen wil ik wonderen in de zielen bewerken,

totdat het getal van de offers compleet is. 


Van jullie hangt het af, de dagen van de duisternis te verkorten.

Jullie bidden en offeren zal het beeld van het Beest verbrijzelen. 

Dán kan ik mij aan de hele wereld openbaren, tot Glorie van de Almachtige.


Kiezen jullie mijn teken,

zodat de Drie-ene God spoedig door allen aanbeden en geëerd mag worden. 

Bid en offer door mij. Bid altijd. Bid de Rozenkrans. 

Smeek alles af bij de Vader, door mijn Onbevlekte Hart. 

Als het tot Zijn glorie strekt, zal Hij het jullie geven.

Bid de Immaculata-Rozenkrans, de genaderijke Rozenkrans, zoals ik jullie heb getoond. 

Vraag daarin niet om vergankelijke waarden, maar smeek genade af voor individuele zielen, 

voor jullie gemeenschappen, voor de volken, zodat allen het Goddelijk Hart liefhebben en eren.

Vier de aan mij gewijde zaterdag zo zoals ik het gewenst heb.


De apostelen en priesters dienen zich allen in het bijzonder aan mij te wijden.

Opdat de grote offers die de Ondoorgrondelijke net van hen eist,

in heiligheid en waarde toenemen wanneer ze in mijn handen worden gelegd.


Brengen jullie mij vele offers.

Maak van jullie gebed een offer. 

Wees onbaatzuchtig. 

Vandaag gaat het er enkel daarom,

de Eeuwige eer en verzoening te schenken. 


Als jullie je hier totaal aan wijden, wil ik voor al het andere zorgen.

Mijn kinderen wil ik kruisen doen dragen, zwaar en diep als de zee.

Omdat ik hen in mijn geofferde Zoon liefheb.

Ik vraag jullie, wees bereid het kruis te dragen,

zodat de vrede spoedig mag komen. 


Kies jullie mijn teken, 

zodat de Drie-ene spoedig eer mag ontvangen. 

Ik eis dat de mensen mijn wensen spoedig vervullen, 

omdat dat de wil van de Hemelse Vader is

en omdat het voor zijn grotere eer en glorie,

vandaag en voor altijd noodzakelijk is.


Een verschrikkelijke wee verkondigt de Vader aan hen

die zich niet aan Zijn Wil willen onderwerpen."


-3x Bewonderenswaardige Moeder (Schönstatt)
centraal in Marienfriedkirche-

De verschijning gaf Bärbel de opdracht deze boodschap bekend te maken. 

Ze zei dat dit haar boodschap aan de wereld was,

en dat de mensen hierover onderwezen moesten worden. 

"Ik wil dat mensen het ervaren, zoals ik het gezegd heb,

woord voor woord, je zult het je herinneren."


Bärbel vroeg hoe dit moest gebeuren. 

De verschijning antwoordde...

dat aan mensen verteld moest worden

dat zij een nieuwe boodschap voor de wereld had. 

Externe omstandigheden en details hoefden niet genoemd te worden.

Het ging er alleen om dat mensen haar wil leerden kennen, 

namelijk de wil van de Vader.


Geesten zouden verdeeld raken over deze boodschap. 

Een grote groep zou er aanstoot aan nemen,

maar een kleine groep zou het correct begrijpen en interpreteren. 

Deze kleine groep zou haar wil erin erkennen en zich verheugen.

Deze groep had haar rol in de huidige tijd herkend,

en haar veel vreugde gebracht.


In veel landen had deze groep haar vertegenwoordigers, 

en zij zouden er mee voor zorgen dat haar boodschap werd verspreid. 

Velen uit deze groep hadden haar verborgen wonderen al mogen zien. 

Ze hadden erkend dat zij de Wonderbaarlijke Moeder was,

en eerden haar onder deze titel [Schönstattbewegung etc....].



Daarna volgde een langer gesprek tussen de verschijning en Bärbel,

die allerlei vragen stelde die pastoor Humpf en Anna haar hadden gegeven. 


Ze vroeg de verschijning om een ​​uiterlijk teken, zodat de mensen haar boodschap zouden geloven.

Daarop antwoordde deze dat zij pas dan tekenen zou geven, als de mensen haar wil vervullen.

Dan zou ze grotere wonderen verrichten dan ooit tevoren, wonderen voor de ziel. 

Ze had al zovele tekenen gegeven, en zo vaak tot de wereld gesproken,

maar de mensen hadden het niet ernstig genomen. 

Door de uiterlijke tekenen waren er grote massa's gekomen,

die echter niet geïnteresseerd waren in het essentiële.


We staan, zei ze, ​​voor een tijd

waarin al diegenen zullen afdwalen,

die enkel door zichtbare wonderen in haar geloven. 

Uiterlijke tekenen zouden velen slechts naar grotere verantwoording voeren, 

omdat ze de noodzakelijke conclusies niet zouden trekken. 


Bärbel vroeg dan of hier nu een kapel gebouwd moest worden.

De verschijning antwoordde: "Ik heb jullie wens vervuld...

Houden jullie je aan jullie belofte!"'


[bron]

dinsdag 6 januari 2026

vita gerlaci 8




-Hildegard von Bingen
(Museum am Strom)-

'Nadat de duivels als een bende rovers de Heilige zo dikwijls hadden verontrust en bekoord, en nadat de waanzin van het menselijk hart hem met zo talrijke ongerechtigheden had gemolesteerd (opdat het huis, alhoewel op een stevige rots gebouwd, niet zou wankelen onder het geweld van de orkaan)...

bracht de Vader van alle medelijden en de God van alle vertroosting de verdienste van Zijn uitverkorene op een wondere wijze aan het licht, door middel van een plechtige verklaring van een van Zijn profeten. 

Er leefde in die tijd in de streek van Mainz een zeer heilige maagd, Hildegard genaamd, een zeer bekende profetes van het Nieuwe Testament. God sprak vertrouwelijk tot haar en openbaarde haar hemelse geheimen. Zij was door de aartsbisschop van Mainz, Hendrik zaliger gedachtenis, door de heilige sluier aan God gewijd.

Hoewel ze niet geletterd was en alleen in de psalmen van David was onderwezen, schreef ze - door de Heilige Geest voorgelicht - dikke boeken over goddelijke orakels en over geheimen die haar waren geopenbaard. Deze geschriften werden door Paus Eugenius III, op voorspraak van de Heilige Bernardus, abt van Clairvaux, in de canon opgenomen en ze hebben een plaats verworven tussen de heilige schriften. Met de lamp van haar heilzame lering was zij in talrijke omstandigheden een licht voor de Heilige Kerk. En zij gaf Haar sterkte, door het zenden van brieven aan verscheidene personen, en verleende de Kerk alle luister door schitterende mirakels.



Toen deze bruid van Christus in een echt visioen

zoals gewoonlijk de Koning en Heer der heren op een troon gezeten zag

en een blik wierp op de onderscheiden rangen en koren van heiligen die bij Hem zaten,

zag zij, tussen de luisterrijke groep van belijders, een schitterende zetel,

door onbeschrijflijke glans omgeven, en wonderbaar versierd.


Toen ze deze zetel zag,

en daarover in hoge mate verwonderd was,

vernam ze, ingelicht door een Goddelijk orakel,

dat deze glorie en deze eer in gereedheid waren gebracht voor de Heilige Gerlach,

die op een dagelijkse bedetocht de Heilige Servatius te Maastricht ging opzoeken.





Door deze openbaring

kreeg de Godgewijde maagd zekerheid aangaande de verdiensten van Gerlach.

Ze ontvlamde in heilige liefde voor hem. 


Om hem een teken te geven

dat ze eenmaal voor eeuwig in elkaars gezelschap zouden voortleven en de gelukzaligheid zouden delen, schonk ze hem het kroontje dat ze op de dag van haar wijding van de bisschop had ontvangen. Om van dit voorval te getuigen wordt dit professiekroontje tot op de huidige dag in onze Gerlachuskerk bewaard.'


[bron 1225/1600]

zondag 13 oktober 2024

sainte foy 3






1
Ik hoorde een Latijns boek uit vroeger tijden lezen onder een dennenboom: ik heb het allemaal beluisterd, tot het einde. Er was nooit een betekenis die niet werd uitgelegd.

Het sprak over de vader van koning Licinius en de nazaten van koning Maximinus. Ze verjoegen de heiligen, met hetzelfde tempo als de jager 's morgens het hert. Ze leiden hen naar de gevangenis en naar het einde; dood lieten ze hen op hun rug liggen; ze liggen in de velden als ellendigen; hun buren hebben hen niet begraven. Dit was rond de tijd van Constantijn.

2
Ik hoorde een lied dat mooi is bij het dansen, dat van Spaans materiaal was. Het sprak geen Grieks, noch Saraceens. Het is zoet en zoeter dan honingraat en meer dan welke peper dan ook die in het drinken wordt gegoten. Ieder die het goed zegt op de Franse manier, ik geloof dat hem daar grote voordelen uit ten dele zullen vallen, en dat hij er in deze wereld dan ook zo uit zal zien.

3
Het hele land van de Basken en Aragon en het land van de Gascons weten wat dit lied is, en of deze kwestie inderdaad waar is. Ik hoorde het zeggen tegen geestelijken en geleerden met een goede reputatie, zoals blijkt uit de passie waarmee ze deze lessen lezen. En als dit deuntje jullie bevalt, zoals de eerste toon het al begeleidt, zal ik het rijkelijk voor je zingen.

4
Je hebt altijd genoeg gehoord dat Agen een zeer machtige stad was, omsloten door muren en sloten. De Garonne loopt langs een van de zijkanten. De inwoners van de plaats waren erg slecht: levend in ledigheid en grote vrede, onthield geen van hen zich van grote zonden, de grootste gek minder nog dan de meest verstandige...

5
Het volk was mooi, als ze gezond waren geweest; de lichamen ziek, omdat ze heidens werden. Ze lieten God in de steek; renden naar de tempel en bedekten alles met goud uit Cordoba; ieder bood de ring van zijn hand aan, en, wie dat niet meer kon, een stuk brood. Het is beter om dat aan de hond te geven. Al hun werk deden ze vergeefs. Ach... waarom waren zij geen christenen!

6
Koning Salomo vertelde een gelijkenis over de appelboom die opspringt in de struik, die rondom omringd is door doornen, distels en meidoorns. Daar groeien bovenaan bloemen, en in het juiste seizoen appels.

Slecht waren de heidenen uit Gascon, die de God van de hemel verkeerd begrepen. Hun schaduw omhelsde deze jonge plant waarvan wij dit lied zingen. Maar God plukte er zoete en goede vruchten uit.


7
De heer van deze stad had grote en ruime domeinen. Hij liet deze zonde achter zich toen hij kon, en hield in het geheim heel veel van God.

Je zult horen hoe God hem eerde en welk kostbaar goed Hij hem gaf: Hij gaf hem een ​​dochter, als getuigenis van zijn goede wil. Haar naam was Fides, gezonden door God. Ze werd kuis opgevoed en hield haar maagdelijkheid intact. Door haar heeft God deze wereld enorm geëerd.

8
Haar lichaam is mooi en de taille is klein; nog mooier is de ziel die erin zit. Ze heeft mooie ogen en een wit gezicht; maar de inhoud van haar hart is zelfs nog waardevoller.

Voordat ze twaalf jaar oud was, deed ze zo'n werk dat God enorm behaagt: ze nam een ​​martelaarschap, en een zeer verschrikkelijk, zoals men het leest en zingt, O God wordt erdoor geëerd!

9
De eer die zij sinds deze eeuw op aarde had, waardeerde zij niet méér dan modder. In de God van de hemel was haar hart geplaatst, en Zijn dienen beviel haar enorm. Ze zal niet rusten, antwoord ik daarop, totdat ze God zelfs met haar dood heeft betaald; dit bracht de Duivel in rep en roer.

10
Ze had grote gebieden en heel wat kastelen en bont van wilde dieren en knopen en, aan haar vingers, kostbare ringen, goed gemaakte schalen, goud en zilver. Ze vreesde dat dit een slechte val was, die de Zwarte Duivel voor haar zette; zij voedde er armen en melaatsen mee. Ze werd arm als een bedelaar en bleef bij God, die haar meer behaagde.

11
Nadat ze een dure jurk met afhangende mouwen had afgedragen, werd ze érg arm voor God. Ze verliet de anderen in haar toestand en begon moedig God te zoeken.

Twijfel er niet aan dat hij haar beloont, want van nu af aan wilde ze Zijn werker en Zijn trouwe dienaar zijn, en had ze zich erop toegelegd zichzelf aan Hem aan te bieden; dit is de juiste weg.


wandtapijt Conques


12
Ik zal je nu over deze heidenen vertellen...hoe hard ze de christenen behandelden.

Toen Sint-Adrian werd vermoord, was Diocletianus koning; hij was koning van de Grieken en Romeinen; hij bezat Spanje en de bergen van Cerdagne. Licinius was zijn oudste zoon, en toen hij geboren werd, gaf hij hem leraren.

Hij stond op tegen God, deze oude hond; hij doodde de heiligen met beide handen. Nu bevindt hij zich op de bodem, onder duizend duivels, met zijn hoofd afgehakt. Zijn medewerker was Maximianus.

13
Samen zijn ze het eens over hun zaak: ze koesteren vele afgoden; ze gaven opdracht om hen zowel over land als over zee te aanbidden en te eren. En ze namen een hebzuchtige misdadiger mee: het is Dacianus, God vloek! 

Ze stuurden hem om dit koninkrijk te regeren, om de christenen gevangen te nemen en te verbranden, en om ze hard en bitter onder druk te zetten.

14
Hij is hier naar Agen gekomen. Dit was een man die geen goede bedoelingen had. Hij gaat overal werken doen die ons te kennen geven dat hij God beledigt: hij aanbidt de Duivel en verkoopt mensen, en hij kijkt en neemt christenen mee: hij doodt sommigen en hangt anderen op, en hij verbrandt er veel in de vlam. En hij wil dit te vaak doen.


prent uit Zaragoza

15
Toen ze hoorden dat Dacianus naar hen kwam, was het een grote vreugde voor de heidenen! Ze plaatsten afgodsbeelden in de tempels, en stelden de ophangingen op pleinen ten toon. Een slechte en ijdele vertoning, en wie dat ook vond, was gek en nutteloos. Zo praatten zij dus over christenen.

16
"Heer, waarom hebt u het zo lang uitgesteld? Toen u dit koninkrijk verwierf, had u het moeten bezoeken voordat zij ons volk had misleid! Een jongedame predikte ons dat er een goede God is in drie personen. Ieder die bidt tot mensen van dit land, noemt zij gek en krankzinnig. Als dit niet zwaar wordt bestraft, verliest u dit gebied en deze stad, want alles is van haar is door erfelijkheid."

17
"Wat wij, uw volk, zeggen, laat woede noch vergeetachtigheid het uit uw gedachten wegnemen. Deze jongedame heeft ons vernederd door ons van de wet af te keren. Haar voorgeslacht heeft ons altijd gevoed; en zij heeft ons helaas in de steek gelaten. Laat haar geen steun in u hebben, tenzij zij op smadelijke wijze de god verloochent in wie zij gelooft. Echt, ze dacht dat wij gek waren; haar vijandigheid stoort ons op ongepaste wijze; en u zult dood zijn en volledig beschaamd, als u haar nek niet laat bloeden, zoals u deed met Sint-Felix."

18
Hij liet haar zo snel mogelijk halen en beval haar geen bedreigingen te uiten: "Breng haar zachtjes bij de arm, en zeg haar dat ik het ben die hier de leiding heeft: ik zal haar een grote schat beloven, waarmee ik al haar slechte karakters zal uitwissen; hierin ben ik een zeer wijze vakman."

19
Naar wie konden haar trouwe mensen beter rennen. Maar waar zij was, zijn ze al gekomen. Ze groetten niet eens fatsoenlijk, maar bedreigden haar meedogenloos. En zij staat op, zodat haar hart niet verandert, omdat ze altijd moedig en wijs is geweest. En ze bidt tot God, in naam van Zijn Macht, dat Hij haar in deze nood zal helpen, omdat ze haar hele wezen in Hem heeft geplaatst.

20
Ze verhief haar stem en beval zichzelf aan bij het Heilig Kruis. Om al deze dwazen geeft zij niet meer dan een noot, noch om hun markt, noch om hun handel, omdat in de hel, in de grootste put, het kwaad hen zal overkomen vanwege hun schuldige luiheid, want er is een zeer bittere bron daar.


donderdag 20 juni 2024

zondag 17 maart 2024

ezechiël 3







In het tiende jaar,

op de twaalfde dag van de tiende maand,

werd het woord van Jahwe tot mij gericht:


'Mensenkind, richt u tot Farao, de koning van Egypte;

profeteer tegen hem en tegen heel Egypte;

spreek aldus:


Dit zegt Jahwe de Heer: 

Ik keer Mij tegen u, Farao, koning van Egypte,

gij grote krokodil, die daar ligt in de Nijl.


Gij hebt gezegd: 

'De Nijl is van mij; ik heb hem voor míj gemaakt.'

Ik zal haken slaan in uw kaken, de vissen van de Nijl aan uw schubben hechten

en u uit de Nijl ophalen, met al de vissen van de Nijl die aan uw schubben vastzitten.

Ik zal u de woestijn inslingeren, u, met al de vissen uit de Nijl;

in de eenzaamheid zult ge neersmakken en niemand zal u opnemen en begraven.

Aan de wilde beesten en de vogels van de hemel geef Ik u ten prooi,

en alle bewoners van Egypte zullen erkennen dat Ik Jahwe ben.





Ge bent een rieten stok voor Israël:

pakt men u vast, dan knakt ge en rijt ge de handpalm open;

leunt men op u, dan breekt ge door en verzwikt men zijn heup.

Daarom, zegt Jahwe de Heer, ontbied Ik het zwaard tegen u.

Ik roei mens en dier in uw land uit;

Egypte zal een barre woestenij worden.

Dan zal men erkennen dat Ik Jahwe ben.


Omdat ge gezegd hebt:

'De Nijl is van míj, ík heb hem zelf gemaakt',

daarom keer Ik Mij tegen u en uw Nijl!

Ik maak van Egypte een barre en troosteloze woestenij

van Migdol tot Syene, ja tot aan Kus toe.


Geen mens zal er een voet zetten en geen dier zal er komen;

veertig jaar zal het onbewoond blijven.

Ik zal Egypte het lot doen delen van alle verwoeste landen,

en zijn steden dat van alle in puin gelegde steden, veertig jaar lang.

Ik zal de Egyptenaren onder de volken verspreiden

en ze over de landen verstrooien.






Maar, zegt Jahwe de Heer, na die veertig jaar

zal ik de Egyptenaren terugbrengen uit de landen waarover ze verspreid zijn,

en het lot van Egypte ten beste keren.


Ik zal ze terugbrengen naar Pathros, 

het land van hun oorsprong [in het noorden...].

Maar ze zullen daar een onbeduidend koninkrijk vormen,

het geringste van alle koninkrijken;

nooit nog zal het zich boven de volken kunnen verheffen.

Ik zal het klein houden zodat het de volken niet kan overheersen.


Dan zal het niet meer het vertrouwen genieten van Israël:

dit zal toegeven, gedwaald te hebben toen het zich op Egypte verliet.

Zo zullen de Egyptenaren erkennen dat Ik Jahwe ben.'


[Ez.29]

donderdag 11 januari 2024

silouan 2








O Heer, geef mij tranen om te vergieten
voor mezelf en voor het hele universum

opdat de naties U mogen kennen
en eeuwig met U mogen leven

O Heer, schenk ons de gave
van Uw nederige Heilige Geest

zodat wij Uw Glorie
mogen begrijpen

amen





vrijdag 29 december 2023

vagevuur 23





HEROÏSCHE AKTE t.b.v.
de ZIELEN in het VAGEVUUR


O mijn God!

tot Uw grotere Glorie
en om zo dicht mogelijk het genereuze Hart
na te bootsen van Jezus, mijn Verlosser

 en ook om te getuigen
van mijn toewijding aan de Heilige Maagd, mijn Moeder
die ook de Moeder is van alle zielen in het Vagevuur

leg ik alle verdiensten van mijn werken in Haar handen
evenals de vrucht van alle werken die na mijn dood
tot mijn intentie zouden worden aangeboden

opdat Zij ze mag toepassen
op de zielen in het vagevuur
volgens Haar Wijsheid en Welbehagen.

Amen





zondag 11 juni 2023

edward poppe 13



"Op 24 oktober 1916... 

heeft de vervlaamste universiteit van Gent haar deuren geopend, met de uitdrukkelijke steun van de Duitse bezetter. Het is niet voor niets dat de tegenstanders, kardinaal Mercier op kop, het minachtend over de ''Von-Bissinghoge­school' hebben. 

August Borms, boegbeeld van het activisme, is de grote propagandist van de Vlaamse universiteit en Temsche Voorwaarts, de studentenbond waarvan priester Poppe ooit voorzitter was, roept alle Vlaamse achttienjarigen vurig op om zich in Gent in te schrijven.



Wat is het standpunt van Edward in deze kwestie die het land erg beroerde? 

Bij Odilo Jacobs, die bij het neerschrijven van het leven van zijn goede vriend moest rekening houden met het verbod van de kardinaal om te spreken over de Vlaamsgezindheid van priester Poppe, vernemen we niets en dat is jammer. Het lijkt wel alsof Edward volledig afgescheiden van de politieke realiteit van zijn tijd leefde, in een soort van splendid isolation. 

Biograaf Van de Velde daarentegen gaat gedetailleerd op de kwestie in. Maar hij heeft al te vaak de neiging om zijn louter persoonlijke opvattingen – hij is een felle flamingant – ook aan Edward toe te schrijven, zonder dat hij daarvoor ook maar enig woord van onze heilige kan citeren!

Het lot van het Vlaamse volk, op alle vlakken, ging Edward zeer ter harte. Hij kende heel veel leden van de Frontbeweging en Vlaamse voormannen persoonlijk, vaak van in zijn jeugdjaren. Ze kwamen regelmatig bij hem langs voor raad... Wil dat zeggen dat hij het eens was met alles waarvoor de flaminganten ijverden? 

We weten al dat voor hem in het motto 'Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus!' het tweede gedeelte primeert: als men niet ijvert om het katholiek karakter van Vlaanderen te vrijwaren en te verdiepen, verliest de Vlaamse Beweging voor hem elke zin.



In een brief aan pater Claeys-Bouuaert:

'Onderpastoor Poppe bemint zijn vaderland, en hij bemint het én om het vaderland zelf én voor Onze-Lieve-Heer. Hij wordt getroffen tot in het diepste van zijn ziel door de zedelijke en zelfs door de stoffelijke ellende van al de burgers van zijn vaderland. 

Jezus heeft hem geplaatst in een hoekje van een vrij ellendig en erbarmelijk gedeelte van dat land. En de onderpastoor hoopt, hij bidt en hij lijdt opdat dat geliefde land weerkere tot Jezus, en dat het daartoe verkrijge en herwinne vanwege zijn bestuurders al de rechten en al de vrijheden die passen bij Gods glorie en bij de inzichten van de Voorzienigheid. 

Voor de rest heb ik de inzichten verontschuldigd en niet de daden. Ik heb principes uiteengezet (omwenteling volgens Sint-Thomas) die ik nimmer heb toegepast, tenzij om aan mijn vrienden uit te leggen mijn oppositie tegen het flamingantisch aktivisme, of om mijn houding te verrechtvaardigen tegenover de overdrijvingen van de anti-flaminganten.'




Wat kunnen we uit deze passage besluiten? 

Dat Edward zich terdege bewust is van al de spanningen die de oorlog in het leven geroepen heeft: Belgische unitaristen tegen Vlaams-nationalisten, maar binnen de flaminganten ook activisten tegen passivisten. Hij gaat helemaal niet mee in de separatistische politiek van een deel van de Vlaamse Beweging, dat zelfbestuur voor Vlaanderen wil door België te doen barsten. 

Het 'in omnibus caritas' indachtig, toont hij begrip voor de intenties van bepaalde heetgebakerde Vlamingen, zonder daarom echter hun daden goed te keuren. Zo was zijn vriend Karel De Schaepdrijver gedeserteerd en overgelopen naar de Duitsers, omdat hij geloofde dat een Duitse zege Vlaanderen baat zou brengen... 

Poppe ziet ook in dat de Belgische overheid, waar de vrijmetselarij een dikke vinger in de pap gekregen heeft sinds socialisten en liberalen toegetreden zijn tot de oorspronkelijk homogeen-katholieke regering, in de repressie tegen de flaminganten vaak een geheime antikatholieke agenda volgt.

Vlaanderen katholiek - dat is het enige doel waarvoor Edward ijvert. 

En waarvoor hij de Vlamingen warm wil maken."


[bron]