vrijdag 21 augustus 2026
maria koningin 1
maandag 27 april 2026
marienfried 4
DERDE VISIOEN OP 25 JUNI 1946 [H. Gulielmus Abt]
'Zoals gevraagd bij de verschijning op 25 mei,
gingen pastoor Humpf en zijn zus Anna, samen met Bärbel,
op het feest van de heilige abt Willem naar Marienfried.
Het was 18.30u. Onderweg baden ze de rozenkrans.
Anna versierde het kleine beeldje.
Nadat ze een tijdje hadden gebeden,
wilde Bärbel, zoals ook eerder, plotseling naar huis.
Anna zei dat er geen haast was.
Onmiddellijk daarna zag Bärbel de verschijning,
en riep uit: "Maria, hoe mooi zijt gij!"
"Ik ben de Grote Middelares van de Genade.
De Vader wil dat de wereld deze positie van Zijn Dienstmaagd erkent.
Mensen moeten geloven, dat ik als eeuwige Bruid van de Heilige Geest,
de getrouwe Middelares van alle Genaden ben.
Mijn teken is in het verschijnen.
Zo wil God het.
Alleen mijn kinderen erkennen het,
omdat het zich in het verborgene toont,
en geven de eeuwige derhalve de Glorie.
Mijn macht kan ik vandaag nog niet aan de grote wereld openbaren.
Ik moet mij met mijn kinderen terugtrekken.
In het verborgen wil ik wonderen in de zielen bewerken,
totdat het getal van de offers compleet is.
Van jullie hangt het af, de dagen van de duisternis te verkorten.
Jullie bidden en offeren zal het beeld van het Beest verbrijzelen.
Dán kan ik mij aan de hele wereld openbaren, tot Glorie van de Almachtige.
Kiezen jullie mijn teken,
zodat de Drie-ene God spoedig door allen aanbeden en geëerd mag worden.
Bid en offer door mij. Bid altijd. Bid de Rozenkrans.
Smeek alles af bij de Vader, door mijn Onbevlekte Hart.
Als het tot Zijn glorie strekt, zal Hij het jullie geven.
Bid de Immaculata-Rozenkrans, de genaderijke Rozenkrans, zoals ik jullie heb getoond.
Vraag daarin niet om vergankelijke waarden, maar smeek genade af voor individuele zielen,
voor jullie gemeenschappen, voor de volken, zodat allen het Goddelijk Hart liefhebben en eren.
Vier de aan mij gewijde zaterdag zo zoals ik het gewenst heb.
De apostelen en priesters dienen zich allen in het bijzonder aan mij te wijden.
Opdat de grote offers die de Ondoorgrondelijke net van hen eist,
in heiligheid en waarde toenemen wanneer ze in mijn handen worden gelegd.
Brengen jullie mij vele offers.
Maak van jullie gebed een offer.
Wees onbaatzuchtig.
Vandaag gaat het er enkel daarom,
de Eeuwige eer en verzoening te schenken.
Als jullie je hier totaal aan wijden, wil ik voor al het andere zorgen.
Mijn kinderen wil ik kruisen doen dragen, zwaar en diep als de zee.
Omdat ik hen in mijn geofferde Zoon liefheb.
Ik vraag jullie, wees bereid het kruis te dragen,
zodat de vrede spoedig mag komen.
Kies jullie mijn teken,
zodat de Drie-ene spoedig eer mag ontvangen.
Ik eis dat de mensen mijn wensen spoedig vervullen,
omdat dat de wil van de Hemelse Vader is
en omdat het voor zijn grotere eer en glorie,
vandaag en voor altijd noodzakelijk is.
Een verschrikkelijke wee verkondigt de Vader aan hen
die zich niet aan Zijn Wil willen onderwerpen."
De verschijning gaf Bärbel de opdracht deze boodschap bekend te maken.
Ze zei dat dit haar boodschap aan de wereld was,
en dat de mensen hierover onderwezen moesten worden.
"Ik wil dat mensen het ervaren, zoals ik het gezegd heb,
woord voor woord, je zult het je herinneren."
Bärbel vroeg hoe dit moest gebeuren.
De verschijning antwoordde...
dat aan mensen verteld moest worden
dat zij een nieuwe boodschap voor de wereld had.
Externe omstandigheden en details hoefden niet genoemd te worden.
Het ging er alleen om dat mensen haar wil leerden kennen,
namelijk de wil van de Vader.
Geesten zouden verdeeld raken over deze boodschap.
Een grote groep zou er aanstoot aan nemen,
maar een kleine groep zou het correct begrijpen en interpreteren.
Deze kleine groep zou haar wil erin erkennen en zich verheugen.
Deze groep had haar rol in de huidige tijd herkend,
en haar veel vreugde gebracht.
In veel landen had deze groep haar vertegenwoordigers,
en zij zouden er mee voor zorgen dat haar boodschap werd verspreid.
Velen uit deze groep hadden haar verborgen wonderen al mogen zien.
Ze hadden erkend dat zij de Wonderbaarlijke Moeder was,
en eerden haar onder deze titel [Schönstattbewegung etc....].
Daarna volgde een langer gesprek tussen de verschijning en Bärbel,
die allerlei vragen stelde die pastoor Humpf en Anna haar hadden gegeven.
Ze vroeg de verschijning om een uiterlijk teken, zodat de mensen haar boodschap zouden geloven.
Daarop antwoordde deze dat zij pas dan tekenen zou geven, als de mensen haar wil vervullen.
Dan zou ze grotere wonderen verrichten dan ooit tevoren, wonderen voor de ziel.
Ze had al zovele tekenen gegeven, en zo vaak tot de wereld gesproken,
maar de mensen hadden het niet ernstig genomen.
Door de uiterlijke tekenen waren er grote massa's gekomen,
die echter niet geïnteresseerd waren in het essentiële.
We staan, zei ze, voor een tijd
waarin al diegenen zullen afdwalen,
die enkel door zichtbare wonderen in haar geloven.
Uiterlijke tekenen zouden velen slechts naar grotere verantwoording voeren,
omdat ze de noodzakelijke conclusies niet zouden trekken.
Bärbel vroeg dan of hier nu een kapel gebouwd moest worden.
De verschijning antwoordde: "Ik heb jullie wens vervuld...
Houden jullie je aan jullie belofte!"'
[bron]
dinsdag 6 januari 2026
vita gerlaci 8
'Nadat de duivels als een bende rovers de Heilige zo dikwijls hadden verontrust en bekoord, en nadat de waanzin van het menselijk hart hem met zo talrijke ongerechtigheden had gemolesteerd (opdat het huis, alhoewel op een stevige rots gebouwd, niet zou wankelen onder het geweld van de orkaan)...
bracht de Vader van alle medelijden en de God van alle vertroosting de verdienste van Zijn uitverkorene op een wondere wijze aan het licht, door middel van een plechtige verklaring van een van Zijn profeten.
Er leefde in die tijd in de streek van Mainz een zeer heilige maagd, Hildegard genaamd, een zeer bekende profetes van het Nieuwe Testament. God sprak vertrouwelijk tot haar en openbaarde haar hemelse geheimen. Zij was door de aartsbisschop van Mainz, Hendrik zaliger gedachtenis, door de heilige sluier aan God gewijd.
Hoewel ze niet geletterd was en alleen in de psalmen van David was onderwezen, schreef ze - door de Heilige Geest voorgelicht - dikke boeken over goddelijke orakels en over geheimen die haar waren geopenbaard. Deze geschriften werden door Paus Eugenius III, op voorspraak van de Heilige Bernardus, abt van Clairvaux, in de canon opgenomen en ze hebben een plaats verworven tussen de heilige schriften. Met de lamp van haar heilzame lering was zij in talrijke omstandigheden een licht voor de Heilige Kerk. En zij gaf Haar sterkte, door het zenden van brieven aan verscheidene personen, en verleende de Kerk alle luister door schitterende mirakels.
Toen deze bruid van Christus in een echt visioen
zoals gewoonlijk de Koning en Heer der heren op een troon gezeten zag
en een blik wierp op de onderscheiden rangen en koren van heiligen die bij Hem zaten,
zag zij, tussen de luisterrijke groep van belijders, een schitterende zetel,
door onbeschrijflijke glans omgeven, en wonderbaar versierd.
Toen ze deze zetel zag,
en daarover in hoge mate verwonderd was,
vernam ze, ingelicht door een Goddelijk orakel,
dat deze glorie en deze eer in gereedheid waren gebracht voor de Heilige Gerlach,
die op een dagelijkse bedetocht de Heilige Servatius te Maastricht ging opzoeken.
Door deze openbaring
kreeg de Godgewijde maagd zekerheid aangaande de verdiensten van Gerlach.
Ze ontvlamde in heilige liefde voor hem.
Om hem een teken te geven
dat ze eenmaal voor eeuwig in elkaars gezelschap zouden voortleven en de gelukzaligheid zouden delen, schonk ze hem het kroontje dat ze op de dag van haar wijding van de bisschop had ontvangen. Om van dit voorval te getuigen wordt dit professiekroontje tot op de huidige dag in onze Gerlachuskerk bewaard.'
zondag 13 oktober 2024
sainte foy 3
donderdag 20 juni 2024
eiteren 5
zondag 17 maart 2024
ezechiël 3
In het tiende jaar,
op de twaalfde dag van de tiende maand,
werd het woord van Jahwe tot mij gericht:
'Mensenkind, richt u tot Farao, de koning van Egypte;
profeteer tegen hem en tegen heel Egypte;
spreek aldus:
Dit zegt Jahwe de Heer:
Ik keer Mij tegen u, Farao, koning van Egypte,
gij grote krokodil, die daar ligt in de Nijl.
Gij hebt gezegd:
'De Nijl is van mij; ik heb hem voor míj gemaakt.'
Ik zal haken slaan in uw kaken, de vissen van de Nijl aan uw schubben hechten
en u uit de Nijl ophalen, met al de vissen van de Nijl die aan uw schubben vastzitten.
Ik zal u de woestijn inslingeren, u, met al de vissen uit de Nijl;
in de eenzaamheid zult ge neersmakken en niemand zal u opnemen en begraven.
Aan de wilde beesten en de vogels van de hemel geef Ik u ten prooi,
en alle bewoners van Egypte zullen erkennen dat Ik Jahwe ben.
Ge bent een rieten stok voor Israël:
pakt men u vast, dan knakt ge en rijt ge de handpalm open;
leunt men op u, dan breekt ge door en verzwikt men zijn heup.
Daarom, zegt Jahwe de Heer, ontbied Ik het zwaard tegen u.
Ik roei mens en dier in uw land uit;
Egypte zal een barre woestenij worden.
Dan zal men erkennen dat Ik Jahwe ben.
Omdat ge gezegd hebt:
'De Nijl is van míj, ík heb hem zelf gemaakt',
daarom keer Ik Mij tegen u en uw Nijl!
Ik maak van Egypte een barre en troosteloze woestenij
van Migdol tot Syene, ja tot aan Kus toe.
Geen mens zal er een voet zetten en geen dier zal er komen;
veertig jaar zal het onbewoond blijven.
Ik zal Egypte het lot doen delen van alle verwoeste landen,
en zijn steden dat van alle in puin gelegde steden, veertig jaar lang.
Ik zal de Egyptenaren onder de volken verspreiden
en ze over de landen verstrooien.
Maar, zegt Jahwe de Heer, na die veertig jaar
zal ik de Egyptenaren terugbrengen uit de landen waarover ze verspreid zijn,
en het lot van Egypte ten beste keren.
Ik zal ze terugbrengen naar Pathros,
het land van hun oorsprong [in het noorden...].
Maar ze zullen daar een onbeduidend koninkrijk vormen,
het geringste van alle koninkrijken;
nooit nog zal het zich boven de volken kunnen verheffen.
Ik zal het klein houden zodat het de volken niet kan overheersen.
Dan zal het niet meer het vertrouwen genieten van Israël:
dit zal toegeven, gedwaald te hebben toen het zich op Egypte verliet.
Zo zullen de Egyptenaren erkennen dat Ik Jahwe ben.'
[Ez.29]
donderdag 11 januari 2024
vrijdag 29 december 2023
vagevuur 23
zondag 11 juni 2023
edward poppe 13
"Op 24 oktober 1916...
heeft de vervlaamste universiteit van Gent haar deuren geopend, met de uitdrukkelijke steun van de Duitse bezetter. Het is niet voor niets dat de tegenstanders, kardinaal Mercier op kop, het minachtend over de ''Von-Bissinghogeschool' hebben.
August Borms, boegbeeld van het activisme, is de grote propagandist van de Vlaamse universiteit en Temsche Voorwaarts, de studentenbond waarvan priester Poppe ooit voorzitter was, roept alle Vlaamse achttienjarigen vurig op om zich in Gent in te schrijven.
Wat is het standpunt van Edward in deze kwestie die het land erg beroerde?
Bij Odilo Jacobs, die bij het neerschrijven van het leven van zijn goede vriend moest rekening houden met het verbod van de kardinaal om te spreken over de Vlaamsgezindheid van priester Poppe, vernemen we niets en dat is jammer. Het lijkt wel alsof Edward volledig afgescheiden van de politieke realiteit van zijn tijd leefde, in een soort van splendid isolation.
Biograaf Van de Velde daarentegen gaat gedetailleerd op de kwestie in. Maar hij heeft al te vaak de neiging om zijn louter persoonlijke opvattingen – hij is een felle flamingant – ook aan Edward toe te schrijven, zonder dat hij daarvoor ook maar enig woord van onze heilige kan citeren!
Het lot van het Vlaamse volk, op alle vlakken, ging Edward zeer ter harte. Hij kende heel veel leden van de Frontbeweging en Vlaamse voormannen persoonlijk, vaak van in zijn jeugdjaren. Ze kwamen regelmatig bij hem langs voor raad... Wil dat zeggen dat hij het eens was met alles waarvoor de flaminganten ijverden?
We weten al dat voor hem in het motto 'Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus!' het tweede gedeelte primeert: als men niet ijvert om het katholiek karakter van Vlaanderen te vrijwaren en te verdiepen, verliest de Vlaamse Beweging voor hem elke zin.
In een brief aan pater Claeys-Bouuaert:
'Onderpastoor Poppe bemint zijn vaderland, en hij bemint het én om het vaderland zelf én voor Onze-Lieve-Heer. Hij wordt getroffen tot in het diepste van zijn ziel door de zedelijke en zelfs door de stoffelijke ellende van al de burgers van zijn vaderland.
Jezus heeft hem geplaatst in een hoekje van een vrij ellendig en erbarmelijk gedeelte van dat land. En de onderpastoor hoopt, hij bidt en hij lijdt opdat dat geliefde land weerkere tot Jezus, en dat het daartoe verkrijge en herwinne vanwege zijn bestuurders al de rechten en al de vrijheden die passen bij Gods glorie en bij de inzichten van de Voorzienigheid.
Voor de rest heb ik de inzichten verontschuldigd en niet de daden. Ik heb principes uiteengezet (omwenteling volgens Sint-Thomas) die ik nimmer heb toegepast, tenzij om aan mijn vrienden uit te leggen mijn oppositie tegen het flamingantisch aktivisme, of om mijn houding te verrechtvaardigen tegenover de overdrijvingen van de anti-flaminganten.'
Wat kunnen we uit deze passage besluiten?
Dat Edward zich terdege bewust is van al de spanningen die de oorlog in het leven geroepen heeft: Belgische unitaristen tegen Vlaams-nationalisten, maar binnen de flaminganten ook activisten tegen passivisten. Hij gaat helemaal niet mee in de separatistische politiek van een deel van de Vlaamse Beweging, dat zelfbestuur voor Vlaanderen wil door België te doen barsten.
Het 'in omnibus caritas' indachtig, toont hij begrip voor de intenties van bepaalde heetgebakerde Vlamingen, zonder daarom echter hun daden goed te keuren. Zo was zijn vriend Karel De Schaepdrijver gedeserteerd en overgelopen naar de Duitsers, omdat hij geloofde dat een Duitse zege Vlaanderen baat zou brengen...
Poppe ziet ook in dat de Belgische overheid, waar de vrijmetselarij een dikke vinger in de pap gekregen heeft sinds socialisten en liberalen toegetreden zijn tot de oorspronkelijk homogeen-katholieke regering, in de repressie tegen de flaminganten vaak een geheime antikatholieke agenda volgt.
Vlaanderen katholiek - dat is het enige doel waarvoor Edward ijvert.
En waarvoor hij de Vlamingen warm wil maken."
[bron]