zaterdag 29 augustus 2026
maandag 22 december 2025
isa vermehren 6
Na de oorlog, is Isa vastbesloten om zich bij de orde aan te sluiten.
Daar werd haar verteld dat ze eerst een universitaire opleiding moest afronden,
omdat ze leraren nodig hadden.
Dus studeerde ze
en werd uiteindelijk aangenomen.
En werkte inderdaad voor de orde als lerares,
maar vrij snel ook als schoolhoofd.
Voor Isa Vermehren was onderwijs altijd ook de vorming van het geweten
– dit was een van de essentiële lessen die ze trok uit de tijd van het Derde Rijk
en waar ze herhaaldelijk naar verwees.
Haar nadruk op oúde morele waarden,
en haar op de kerk gebaseerde onderwijsidealen,
brachten Isa Vermehren evenwel in conflict
met de veranderingen die werden geëist,
vooral na 1968.
Wat ze nooit heeft willen accepteren,
zijn de veranderingen in de liturgie en het dagelijkse kloosterleven na Vaticanum II.
Zelfs op hoge leeftijd weigerde ze daarom haar kloostergewaad af te leggen.
Ze bezat geen burgerkleding en wilde in haar habijt begraven worden,
en ze legde herhaaldelijk uit waarom.
[bron]
donderdag 18 december 2025
jeanne de chantal 2
vrijdag 12 december 2025
gérard cendrier 5
'Op 17 september 1944
werd Gérard Cendrier gedeporteerd naar Buchenwald.
In het deportatiebevel stond vermeld: "Politieke Reden".
Hij werd niet ver daarvandaan naar het KZ Langenstein-Zwieberge gestuurd.
Daar, onder afschuwelijke omstandigheden, bleef hij... liefhebben en dienen.
Op een dag, uitgeput...
deelde hij zijn brood met een hongerige Russische gevangene.
Toen zijn vrienden hem daarop aanspraken - "Je brood weggeven, is zelfmoord!" -
antwoordde hij: "Mijn meester, Franciscus, zou niet anders hebben gehandeld."'
[bron]
woensdag 8 oktober 2025
hosokawa gracia 3
'Voor haar bekering tot het christendom
was Hosokawa Gracia - toen nog Tama (of Tamako) geheten - Zen-boeddhist.
Missionarisverslagen uit die tijd geven aan dat ze zelfs uitgebreide kennis had van Zen,
waarschijnlijk omdat ze had gestudeerd bij de neef van haar man, Eiho Nagao.
Die was abt van de Kenninji-tempel in Kyoto, en beroemd om zijn Kyōka-poëzie.
Soms wordt hij zelfs de "vader van de vroegmoderne Kyōka" genoemd.'
[wiki]
zaterdag 4 oktober 2025
thérèses kleine weg 8
Tweede interview
met de nieuwe rector van Lisieux:
- Vroeger leidde u parochies, nu bent u verantwoordelijk voor een heiligdom. Hoe pakt u deze nieuwe missie aan?
- Ik moet nog van alles ontdekken. Ik was al bijna 30 jaar pastoor in Parijs. Ik kom nu aan op een plek die geen grote stad is, en niet in een parochie, maar in een heiligdom. Ik ben van plan me te laten onderwijzen door al diegenen die er al aanwezig zijn en werken, en die mij veel te leren hebben.
- Wat is uw band met de heilige Thérèse?
- Ik ontdekte haar op het seminarie, en werd geraakt door haar geschriften.
En ik was in Rome in 1997, toen Thérèse Doctor Ecclesiae werd, Kerklerares.
Later kwam ik terecht in de parochie van Saint-Ferdinand des Ternes, met een crypte gewijd aan Thérèse van Lisieux, en mijn band met haar werd nog sterker. Het was een gelegenheid om me nu werkelijk te verdiepen in haar geschriften, poëzie en brieven.
Ook deze kerk werd, net als eerder de Notre-Dame de l'Arche d'Alliance, herbouwd en uitgebreid. Ze werd versierd met een groot fresco van de heilige Thérèse. In 2012 bracht ik daarom, met mijn parochianen, een weekend door in Lisieux.
Tijdens deze pelgrimstocht, zei de kapelaan me: "In plaats van u een preek over Sainte-Thérèse te geven, heb ik u haar kruisbeeld gebracht." Ik was er diep door geraakt, en ook de wake die erop volgde, had een diepgaande impact op mijn leven. Ik nam de parochianen mee naar de heilige, en zij liet ons het kruis zien!
[bron]
vrijdag 19 september 2025
ödön lechner 8
'Lechner had een immense invloed op de volgende generatie,
maar zijn leerlingen namen zijn visie mee in andere richtingen.
József Vágó migreerde naar Otto Wagners Weense Art Nouveau uit de late periode.
Béla Lajta en Béla Málnai lieten de meeste versieringen achterwege,
en maakten naam als premodernen.
Terwijl Károly Kós overschakelde naar een volkse stijl
gebaseerd op de traditionele gebouwen van Transsylvanië.
Lechners gebouwen waren zo persoonlijk
dat degenen die probeerden volledig trouw te blijven aan zijn architectuur
– zoals Marcell Komor en Dezső Jakab – vaak moeite hadden
om de fakkel wérkelijk over te nemen.
Wat betekent dit voor Lechners nalatenschap?
Was hij slechts een kortstondige ster aan de horizon van de Hongaarse architectuur?
Dezső Ekler, een van de meest vooraanstaande Hongaarse architecten nu, denkt van niet.
"Meer nog dan zijn gebouwen beschouw ik Lechners innovaties en zijn onderzoek als zijn grootste nalatenschap. Hij beschouwde architectuur als een taal, en probeerde die systematisch te vernieuwen, om er de stem van Hongarije in terug te vinden. Helaas kreeg hij niet de kans om meer te bouwen. Wat waarschijnlijk de reden is dat hij buiten Hongarije relatief onbekend blijft."'
[bron]
dinsdag 9 september 2025
gustave cohen 3
Theater aan de Sorbonne (1933-1939)
'Kort daarna kwam wat ooit de Archiefcommissie heette, bijeen bij mij thuis,
aan de rue Gay-Lussac 16, om de lezing van het stuk en de rolverdeling te bespreken.
7 mei 1933,
een datum die in vlammende letters in ons hart gegrift stond, brak aan.
Het was in de Salle Louis-Liard (de 'Salle des Thèses', waar proefschriften verdedigd worden),
de minst geschikte zaal voor een heropleving van het middeleeuwse theater.
Het was drie uur en we waren er nog niet klaar voor.
Gœtze stormde naar voren en riep: "We spelen niet, er is geen backstage!"...
Waarop ik antwoordde: "Dan spelen we zonder backstage!"
Het effect was zo mooi, als een glas-in-loodraam waarvan de figuren plots tot leven kwamen,
dat we sindsdien nooit meer coulissen hebben gemaakt.
Dan het monster: met God de Vader en zijn twee engeltjes die palmtakken dragen, Onze Lieve Vrouw die het gouden kruis tegen haar witte gewaad drukt, de bisschop en zijn drie geestelijken, Theophilus in een zwart gewaad, Salatin in een geel gewaad en met een Frygische muts.
De voorstelling ontvouwt zich, te midden van stilte en onderdrukte emoties van het publiek, en aan het einde, na het Te Deum, barst een enthousiast applaus los.
Halleluja: het Middeleeuwse theater herleeft!
Dat was vooral zo toen mijn studenten, die door het publiek de Theofielen werden genoemd, Het Spel van Adam en Eva - het eerste Franse toneelstuk (eind 12e eeuw) - opvoerden, in het zuidportaal van de kathedraal van Chartres, op Hemelvaartsdag 1935.
Toen ik naar Chartres ging, bood ik Geneviève, die de rol van Eva zou spelen, aan om onze versnaperingen te delen. Ze zei tegen me: "Nee, meester, want vóór de voorstelling wil ik ter communie gaan"... Wat een artiesten zijn dat die, op het moment van hun optreden, tot de Heer bidden om inspiratie en anoniem blijven!
Het was dáár, tussen de studenten met wie ik vertrouwd leefde in een gemeenschap van ziel, actie en inspiratie, dat ik het geloof begreep dat hen bezielde en dat geleidelijk tot in het diepst van mijn ziel binnendrong.
In het Quartier Latin werd verteld dat ik elke woensdag met hen de communie ontving in de Saint-Étienne-du-Mont, waar ze elkaar ontmoetten. Maar dit gold nog steeds alleen in aspiratie en in geest.
Deze diepgewortelde tendens werd bevestigd en versterkt in de ceremonies die ik met hen bijwoonde, vooral in Le Lavandou (aan de Côte-d'Azur), waar ik tijdens hun paasvakantie, op hun verzoek, bij het avondlijke kampvuur de mooiste les van mijn leven over liturgisch drama gaf, terwijl zij die illustreerden met een geïmproviseerde uitvoering van De Pelgrims van Emmaüs.
Vanaf dat moment (het was Pasen 1935) lag mijn spirituele koers vast.
Mijn metgezellin, die nochtans protestant was, zei tegen me:
"Waarom bekeert u zich niet?"
Degenen die ik mijn theofiele kinderen noemde, beschouwden mij als hun vader.
Alleen in Frankrijk is zoiets mogelijk: christelijke kinderen en een joodse vader,
die geen enkele religie beoefent, maar de aanwezigheid van Jezus in zich voelt,
en van Onze-Lieve-Vrouw, die hij vierde in drie delen
van het door hem gebeeldhouwde drieluik:
Maria Magdalena (1936), Judas (1937),
en Onze-Lieve-Vrouw (1939).'
[bron]
zaterdag 23 augustus 2025
rina caterinovich 2
'(Vijf jaar na het einde van WOI...)
had ik aan mijn vriendin gevraagd
om Padre Pio te vragen of ik naar zijn biecht mocht,
ervan overtuigd dat hij me niet zou hebben geweigerd.
Maar integendeel, het antwoord was negatief.
En daar was ik dan, wel zijn mis bijwonend,
waarin een diepe emotie mij overspoelde, vergezeld van onophoudelijke tranen,
veroorzaakt door de ontroostbare pijn van mijn ellende, mijn zonden
en het uitgesloten zijn van het Huis van God.
(1887-1968)
Toen ik later Padre Pio kon benaderen,
werd ik voor de tweede keer overvallen door een vloedgolf van tranen
(ik huil anders nooit makkelijk in het bijzijn van anderen).
"Waarom huil je zo?" vroeg Padre Pio me.
"Omdat ik niet katholiek ben," antwoordde ik,
zonder dit te hebben willen zeggen, het floepte er gewoon uit.
"En wie houdt jou tegen om er een te zijn?"
Ik uitte mijn twijfels, maar Padre Pio zei dat twijfel nutteloos was.
Omdat de Heer mij wilde.
Hij legde me zelf uit, in een korte catechismus die hij gaf, welke gebeden ik moest leren:
hij sprak in eenvoudige taal tegen me, alsof ik een klein meisje was.
En toen ik hem vroeg of ik me moest voorbereiden door lessen te volgen,
zei hij: "Je moet liefhebben, liefhebben, en niets meer."
Dat was op (vrijdag) 5 oktober 1923.'
[bron]
vrijdag 22 augustus 2025
daphne mould 5
'"It is an experience that is difficult to write about with any sort of decent humility, for, having had the Faith thrust upon me, I feel inordinately flattered and tend to go round purring loudly over it.
I wish to thank all the many people, both Catholic and Protestant, who have helped me on the road to Rome... In particular, my thanks are due to St. Columcille of Iona, who listened to my more ridiculous and ribald prayers; and to Father Augustine Grene, O.S.B., of Fort Augustus, who bore the brunt of instructing me in Catholic doctrine and who has suffered much at my hands."
schrijft Mould in het Voorwoord van haar Rock of Truth (1953).
Gebed tot de heilige Columcille blijkbaar...
en instructie van de benedictijn (Ordo Sancti Benedicti) Augustine Grene
van de Abdij van Fort Augustus (inmiddels de Highland Club)...
waren het, die haar tot het katholicisme hebben gebracht.
Om de evangelisatie van Schotland te bestuderen
- door Sint Columcille van Iona aan het einde van de 6e eeuw -
moest ze immers naar het benedictijnerklooster van Fort Augustus.
En dáár ontmoette ze voor het eerst een... katholieke priester.
"Ik ben nog nooit zo bang geweest als die dag!"
In een gesprek met deze monnik, Father Augustine,
ontdekt ze dat geloof niet is wat zij zich had voorgesteld.
Ze zag het zoals gezegd als een verzaking aan de rede,
een ontsnapping aan de realiteit, een lafheid.
Maar nu realiseert ze zich...
dat katholieken rationele argumenten hebben!
Het bewijs van het bestaan van God - van Thomas van Aquino - dat vader Augustinus haar geeft, overtuigt haar aanvankelijk niet helemaal: ze vindt het te abstract, te filosofisch, te verschillend van de wetenschappelijke methode waaraan zij zelf gewend is.
Maar ze moet toegeven dat er verschillende soorten van kennis en onderzoek bestaan. De wetenschappelijke methode is als zodanig geldig, maar kan fundamentele problemen niet oplossen: de zin van het bestaan, de uiteindelijke aard van mens en wereld, de ervaring zelf van schoonheid...
"In de Schotse bergen - zo rijk aan contrasten, vormen en kleuren - zag ik een verwerkelijking van schoonheid, en steeds sterker drong het idee zich aan me op, dat er achter de betovering van deze bergen nog een laatste en ultíeme schoonheid moest bestaan;
dat al die elementen van waarheid, die ik door de wetenschap had bereikt, iets aankondigden dat de waarheid zelve was; en dat deze ultieme waarheid gekenmerkt moest zijn door een schoonheid en transcendente pracht waarvan het zonlicht op de heuvels mij al enig idee gaf."
Daphne besluit het bestaan van God te accepteren als een "werkhypothese".
Ze verandert van gedachten over de Kerk.
Ze ziet haar niet langer als een obscurantistische en onderdrukkende kracht
die blinde religiositeit van mensen uitbuit.
Maar begrijpt dat al bij al de allerhoogste werkelijkheid op het spel staat:
"Plotseling verscheen de Kerk voor mij
als gaande over God, en niet als een zaak van louter sentiment.
Zij openbaarde zich aan mij als gaande over waarheid
en schoonheid, boete en soberheid.
Sterker nog:
over het enorme avontuur
van heiligheid."'
[bron]