In Parijs werd de vijfjarige onderzocht
door de artsen André Berge en Delonet,
bijgestaan door de jezuïet-psycholoog Louis Beirnaert,
een van de sleutelfiguren in de dialoog psychoanalyse-christendom in Frankrijk.
Ook dr. André Berge was een van de meest vooraanstaande figuren
in de 20e-eeuwse Franse kinderpsychiatrie en psychoanalyse.
Aan het einde van hun onderzoeken
werd geen psychische aandoening vastgesteld.
De conclusie die werd meegedeeld, was heel eenvoudig:
Gilles is gezond in lichaam en geest.
Dit resultaat bewees uiteraard níet
de bovennatuurlijke oorsprong van de verschijningen,
maar het sloot een gemakkelijke verwerping uit:
die van een geestelijk ziek kind...
Desalniettemin bleven de algemene conclusies
van de bisschoppelijk commissie negatief.
Op 7 december 1950
-een maand na het dogma van Pius X-
publiceerde de bisschop van Montauban zijn eindoordeel.
Hij verklaarde dat de beweging die in Espis was ontstaan,
geen tekenen van goddelijke inspiratie vertoonde.
Verbood gelovigen om voor devotionele doeleinden naar het bos te gaan
en verbood de verspreiding van documenten bedoeld om de verschijningen te promoten.
Het vonnis betrof de gebeurtenissen in het gebied als geheel.
Dus ook de verschijningen aan Gilles Bouhours!
Opmerkelijk:
terwijl de jonge Gilles in perfecte gezondheid naar Parijs ging,
kon de kleine jongen bij thuiskomst plots niet meer lopen
en leed hij aan een ernstige urine-incontinentie.
[bron]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten