Wat noch de kleine Gilles, noch zijn familie wist,
is dat in het gehucht Espis eveneens mensen beweerden
de Heilige Maagd Maria te hebben gezien.
Vermeende verschijningen evenwel,
in augustus 1946.
Wanneer de Bouhours er in 1947 aankomen,
had de kerk ze al non grata verklaard.
Twee jonge meisjes waren het, die beweerden Maria te hebben gezien
- heel snel - en andere 'zieners' hadden zich bij hen aangesloten.
Er werden vergelijkingen getrokken met Fatima.
Een priester steunde hen: pater Michel Collin,
(die zich in 1960 tot paus zou uitroepen...)
Al in december van 1946, vier maanden later,
stuurde de bisschop van Montauban, P.M.Théas,
na een van de zieners te hebben ontvangen,
deze zeer duidelijke brief naar hem:
"Ik heb uw verslag van de gebeurtenissen zorgvuldig gelezen.
Mijn gevoel is zeer duidelijk: deze verschijningen zijn niet echt.
Vertel de anderen a.u.b. dat ze het slachtoffer zijn van een illusie."
Dat dus, op 12 december 1946.
Ondanks deze brief,
hielden de bijeenkomsten niet op,
en bleven de zieners beweren de Heilige Maagd te zien.
Gilles Bouhours arriveerde pas voor het eerst in Espis
bijna een jaar later: op 13 oktober 1947.
Hij had met de eerdere verschijningen
dus helemaal niets te maken.
[bron]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten