Nuestra Señora de Salvación
OLV van Verlossing...
te Joroan, Filippijnen
sinds 1726
Nuestra Señora de Salvación
OLV van Verlossing...
te Joroan, Filippijnen
sinds 1726
TWEEDE VERSCHIJNING 25 mei 1946
'Op de ochtend van 25 mei 1946
kreeg Bärbel van een engel de opdracht
om die dag naar de plaats van de verschijning te gaan.
Die engel kwam vaak bij haar, vooral 's ochtends, en bad met haar.
Hij vertelde haar ook voor welke intenties ze moest bidden.
Hij noemde zichzelf de 'Engel van de Grote Middelares van Genade.'
Na de H. Mis vroeg Bärbel aan Anna om wederom met haar mee te gaan.
Later die ochtend stuurde ze Anna echter een briefje, waarin ze schreef:
dat ze niet naar Marienfried zou gaan, omdat ze het allemaal als bedrog beschouwde.
Daarop waarschuwde Anna's broer, pastoor Humpf, haar dringend
om het bevel van de engel, dat ze tot dan toe altijd opgevolgd had, in te willigen,
anders zou ze in een rampzalige tegenspraak met zichzelf terechtkomen.
Na de ernstige vermaningen van haar pastoor,
stemde Bärbel uiteindelijk toe, met tegenzin.
Na 17u gingen ze dan samen naar Marienfried.
Ze versierden het altaartje langs de weg met bloemen, en baden er een tijdje.
Toen Bärbels vader voorbij kwam gereden, zei ze tegen Anna:
"Kom, laten we naar huis gaan."
Maar Anna wilde langer bidden.
Dus bleven ze.
-bijkomende kerk (sinds 2010)-
Plots zag Bärbel de engel naast de boom, die haar naar rechts wees.
Daar zag Bärbel de mysterieuze dame weer staan.
Zij was helemaal in het wit gekleed,
met een witte mantel, vergelijkbaar met een cape.
Haar haar was donker en in het midden gescheiden,
en haar ogen waren ook donker.
Er was zo'n prachtig licht in haar ogen,
zo'n helderheid, puurheid en vriendelijkheid in haar hele gezicht,
iets wat Bärbel nog nooit eerder had opgemerkt.
Er was absoluut iets aan haar dat Bärbel op de een of andere manier aantrok,
iets dat haar meteen betoverde, en voor het eerst geloofde ze
dat ze de Moeder van de Verlosser zag.
Bärbel riep: "Maria!"
Toen zei de verschijning:
"Ja, ik ben de Grote Middelares van Genade.
Zoals de wereld slechts door het Offer van de Zoon
bij de Vader erbarmen vinden kan,
zo kunnen jullie enkel door mijn voorspraak
bij de Zoon verhoring vinden.
Christus is daarom zo onbekend
omdat ik niet bekend ben.
Daarom stortte de Vader
Zijn toornbeker uit over de volken,
omdat zij Zijn Zoon verworpen hebben.
De wereld werd aan mijn Onbevlekte Hart toegewijd,
maar deze Toewijding is velen tot vreselijke verantwoordelijkheid geworden.
Ik eis dat de wereld deze Toewijding naleeft.
Heb volstrekt vertrouwen in mijn Onbevlekte Hart.
Geloof dat ik alles kan bij de Zoon.
Stel mijn Onbevlekte Hart in de plaats
van jullie zondige harten.
Dan zal ik degene zijn
die de kracht van God aantrekt.
En de liefde van de Vader zal Christus
nieuw in jullie tot volmaaktheid vormen.
Vervul mijn verzoek.
Zodat Christus spoedig
als Koning van de Vrede
mag regeren.
De wereld moet de beker van toorn
tot de laatste druppel leegdrinken
vanwege de talloze zonden
die Zijn Hart beledigen.
De Ster van de Afgrond
zal woedender woeden dan ooit tevoren,
en een verschrikkelijke verwoesting zal worden aangericht,
omdat hij weet dat zijn tijd kort is,
en omdat hij ziet dat velen zich al
rond mijn teken verzameld hebben.
Over hen heeft hij geen macht,
ook al zal hij de lichamen van velen doden.
Maar uit dit voor mij gebrachte offer, groeit mijn kracht
om de overgebleven kudde naar de overwinning voor Christus te leiden.
Sommigen hebben mijn teken al ontvangen,
en er zullen er steeds meer volgen.
Tegen jullie, mijn kinderen, wil ik zeggen:
vergeet niet, zelfs in de bloedigste dagen,
dat dit kruis een genade is,
en dank de Vader steeds weer
voor deze genade.
Bid en breng offers voor zondaars.
Bied jezelf en je doen aan de Vader op door Mij.
Stel jezelf volledig ter beschikking van Mij.
Bid de Rozenkrans.
Bid niet zozeer om materiële goederen.
Vandaag gaat het om meer.
Verwacht geen tekenen en wonderen.
Ik wil in het verborgene werken
als de Grote Middelares van Genade.
Ik zal jullie vrede in het hart schenken,
als jullie mijn verzoeken inwilligen.
Alleen op deze vrede
zal de vrede der volken worden gebouwd.
Dan zal Christus regeren
als Koning van de Vrede
over de volken
Zorg ervoor dat mijn wil bekendgemaakt wordt
Ik zal jullie de nodige kracht geven
Bärbel wierp tegen:
"Ik kan me dat niet allemaal herinneren,
omdat ik een slecht geheugen heb!..."
De verschijning zei haar dat ze vertrouwen moest hebben;
op het juiste moment zou ze de juiste woorden weer horen.'
[bron]
'Na enige tijd
loopt Godelieve weg en keert terug naar haar ouders.
Haar vader doet een beroep op de bisschop van Doornik
om Bertholf te dwingen zijn vrouw terug te nemen
en haar rechten en waardigheid als echtgenote te herstellen.
Bertholf, die zijn vrouw in Wierre-Effroy komt opeisen,
geeft de indruk het goed te willen maken.
Hij maakt het goed, toont berouw
en zweert dat hij spijt heeft.
Hij belooft zich onberispelijk te gedragen tegenover Godelieve.
Bezorgd, maar bereid tot vergeving, keert de jonge vrouw terug naar Gistel.
Maar Bertholf wil zich in werkelijkheid voor eens en altijd van Godelieve ontdoen.
Hij laat haar geloven dat hij de diensten heeft ingeroepen van een vrouw
die het geheim kent van het herstellen van gebroken huwelijken.
Godelieve zal haar 's nachts alleen, in het geheim, ontmoeten.
Bij zonsopgang op 6 juli 1070
kwamen twee dienaren – Lantbert en Hacca – haar wekken.
Ze zou in haar nachtkleding de bijeenkomst bijwonen.
Zij zouden voor haar zorgen.
Eénmaal buiten het kasteel
brachten ze haar naar een drinkplaats, waar ze haar wurgden en verdronken
om de moord op een natuurlijke dood te laten lijken.
In sommige versie van het verhaal verzette zij zich
en bloed vloeide uit op de plek waar ze werd vermoord.
Vanaf het eerste moment zou de grond onder haar voeten in wit marmer zijn veranderd,
wat getuigde van haar zuiverheid...
Haar man keerde terug uit Brugge,
als 'rouwende weduwnaar', om argwaan te voorkomen.
De volgende dag al liet hij haar begraven in een grafkelder in de OLV-kerk van Gistel.
Tijdens de begrafenis gebeurde er opnieuw een wonder.
Er verzamelde zich een enorme menigte en, zoals de gewoonte voorschreef, werd er brood uitgedeeld aan de armen. Toen de broden op begonnen te raken, werden ze vanzelf vermenigvuldigd, zodat iedereen er toch een kon krijgen.
Haar graf, en ook het water waarin de heilige verdronk,
trok zieken en zwakken aan, want wonderen vonden er al snel plaats.
Zelfs de bron van Wierre-Effroy, in het bos, werd een bedevaartsoord.'
[wiki]
'De nieuwe militaire gezagsdragers
herstellen Zolli in zijn functie van opperrabbijn van de joodse gemeenschap.
Ze geven hem ook zijn Italiaanse nationaliteit terug.
In de synagoog leidt hij de religieuze dienst van Jom Kipoer,
de Dag van de Verzoening, in oktober 1944 (63 jaar oud):
"De dag liep ten einde en ik was alleen te midden van een groot aantal personen.
Het leek alsof een soort van mist mij begon te omhullen."
De duisternis palmt geleidelijk het gebouw in,
terwijl de twee assistenten links en rechts van de rabbijn de dienst afronden.
Hijzelf is in stilte verzonken.
"Plotseling zag ik met de ogen van de geest een grote weide,
en midden op het groene gras stond Jezus Christus in een witte mantel;
boven Hem was de hemel helderblauw.
Dit visioen vervulde mij met een onbeschrijflijke blijdschap..."
"Op dat moment hoorde ik in het diepst van mijn hart deze woorden:
'Jij bent hier voor de laatste keer. Vanaf nu zul je Mij volgen!'
Ik nam deze woorden met de grootste sereniteit in mij op
en mijn hart antwoordde ogenblikkelijk:
'Amen, het zij zo, het moet zo zijn.'"
Thuisgekomen vertrouwt zijn vrouw Emma hem een vreemd verhaal toe:
"Terwijl jij vandaag vóór de Ark en de Torah stond, scheen het me toe dat ik Jezus Christus vlakbij jou zag staan. Hij was in het wit gekleed, en Hij legde Zijn hand op je hoofd alsof hij je zegende."
Dan roept zijn dochter Miriam hem: "Papa!"
Zolli gaat haar kamer binnen en vraagt: "Wat is er?"
"Jullie spraken net over Jezus Christus. Weet je, papa, deze avond was ik juist aan het dromen over een beeltenis van Jezus, heel groot, en helemaal wit als marmer, maar ik herinner me niet meer wat er daarna gebeurde.
Ze zijn dus met drie tegelijk.
Zolli kan niet meer twijfelen aan de roepstem die hij in het diepst van zijn hart gehoord heeft.
Hij geeft zijn ontslag als opperrabbijn van de joodse gemeenschap van Rome, en gaat daarop heel nederig een onbekend priester vragen om hem te onderrichten.
Op 17 februari 1945
dient Mgr. Luigi Traglia hem in de kerk van Santa Maria degli Angeli [niet ver van het huidige station] het doopsel toe. Hij kiest als voornaam Eugenio, als eerbetuiging aan Paus Pius XII, die zoveel voor de joden gedaan heeft tijdens de oorlog.
Emma, zijn echtgenote, wordt dezelfde dag gedoopt,
en voegt aan haar voornaam die van Maria toe.
De dag daarop laat pater Paolo Dezza, toen rector van de Gregoriaanse Universiteit, hen allebei hun Eerste Communie doen. Nog enkele dagen later ontvangen zij het sacrament van het Vormsel uit de handen van Mgr. Fogar, bisschop van Triëst in de tijd dat Zolli er opperrabbijn was.
Hij liet pater Dezza hem vooraf gezegd: "Mijn vraag om gedoopt te worden is geen 'do ut des'. Ik vraag het doopwater en anders niets. Ik ben arm en zal arm leven. Ik heb vertrouwen in de Voorzienigheid."
Hij wás inderdaad arm. Zo arm dat hij zelfs geen geld had om de avond van zijn doopsel te dineren. Mgr. Traglia moest hem vijftig lires lenen.
Hij was ook arm van hart,
en trad in oktober 1946, op zijn vijfenzestigste,
toe tot de Derde Orde van Sint-Franciscus.'
[bron]