Posts tonen met het label zang. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zang. Alle posts tonen

dinsdag 25 februari 2025

maria callas 2





She hoped to be remembered
as a serious artist,
she said once.

"I am not an angel
and do not pretend to be.
That is not one of my roles.

But I am not a devil, either.
I am a woman and a serious artist,
and I would like so to be judged."


asverstrooiing voor het eiland Skorpios
(juni 1979)


donderdag 23 februari 2023

blijde inkomst 6







Toen de stoet verder trok, begon iedereen te zingen... 

en de mensen van Bethfage, die zich rond de twee discipelen hadden verzameld terwijl ze op Jezus' komst wachtten, volgden Hem als een zwerm. 

Jezus herinnerde de discipelen aan wat Hij hun eerder had gezegd: om op te letten, namelijk op degenen die hun kleren op Zijn pad zouden uitspreiden, degenen die takken van de bomen zouden afbreken en degenen die Hem de dubbele eer zouden bewijzen. Want die laatsten zouden zichzelf én hun wereldse goederen aan Zijn dienst wijden.

-

Van Bethanië naar Jeruzalem... 

kwam de reiziger in die dagen Bethfage rechts tegen... 

en wat meer in de richting van Bethlehem. 

De Olijfberg scheidde de twee wegen. 

Het lag op lage, drassige grond... 

en was een armoedig plaatsje ['huis van onrijpe vijgen']... 

dat alleen uit een rij huizen aan weerszijden van de weg bestond. 






Het huis waar de ezelinnen graasden... 

stond op enige afstand van de weg, in een prachtige weide tussen Bethfage en Jeruzalem. 

Aan deze kant ging de weg omhoog, maar aan de andere kant zakte hij weg in het dal tussen de Olijfberg en de heuvels van Jeruzalem. 

Jezus had een poosje tussen Bethanië en Bethfage gewacht, en het was op de weg voorbij Bethfage dat de twee discipelen Hem nu met de ezel opwachtten.

-

In Jeruzalem begonnen de verkopers en mensen die Eremenzear en Silas die ochtend hadden gezegd de tempel te ontruimen omdat de Heer zou komen, meteen en zeer vreugdevol de weg te versieren. 

Ze braken het plaveisel op en plantten bomen, waarvan ze de bovenste takken samenbonden tot een boog, die ze vervolgens behingen met allerlei gele vruchten als hele grote appels. 

De discipelen die Jezus naar Jeruzalem had gestuurd, ontelbare vrienden die naar de stad waren gegaan voor het naderende feest (de wegen wemelden van de reizigers), en veel van de Joden die aanwezig waren geweest bij Jezus' laatste toespraak, verdrongen zich aan die kant van de stad waarlangs Hij verwacht werd naarbinnen te gaan. 

Er waren ook veel vreemdelingen in Jeruzalem. Ze hadden gehoord van de opwekking van Lazarus en wilden Jezus zien. Toen het nieuws zich verspreidde dat Hij naderde, gingen ook zij Hem tegemoet.


[emmerich]

dinsdag 21 februari 2023

sterre-stad 6

Jezus tekende voor hen op een bord... 

de figuur van het Lam dat op het Boek met de Zeven Zegels rust... 

met een standaard boven diens schouders...

en Hij beval hun er een naar dat model te maken... 

en het op de zuil tegenover de Kribbe te plaatsen.


Vrouw met balans (Johannes Vermeer)


Sinds hun terugkeer uit Bethlehem... 

hadden de koningen elk jaar een herdenkingsfeest van drie dagen gevierd... 

ter ere van dat waarop ze 15 jaar voor de geboorte van Christus voor het eerst de ster hadden gezien... 

met de afbeelding van de Maagd, die in de ene hand een scepter hield... 

en in de andere een weegschaal... 

met in de ene schaal een korenaar... 

en in de andere een tros druiven. 

De drie dagen waren ter ere van Jezus, Maria en Jozef. 

Ze vereerden Sint-Jozef op een bijzondere manier... 

omdat hij hen zo vriendelijk en genadig had ontvangen. 

-

Het was nu tijd voor dat jaarlijkse feest... 

maar in hun nederigheid, in aanwezigheid van de Heer, wilden ze de gebruikelijke religieuze ceremonies achterwege laten, en smeekten Hem om hun in plaats daarvan een instructie te geven. 

Maar Jezus zei hun dat ze hun feest moesten vieren. Anders zouden de mensen, in hun onwetendheid over wat er zojuist was gebeurd, aanstoot nemen aan het verzuim. 





Ik zag veel dingen die verband hielden met hun religie. 

Ze hadden drie afbeeldingen in de vorm van dieren die buiten de tempel stonden: een was een draak met enorme kaken, een ander een hond met een groot hoofd, en de derde was een vogel met lange poten en nek, bijna als een ooievaar, alleen had hij een spitse snavel. 

Ik denk niet dat deze beelden als goden werden aanbeden. Ze dienden alleen als symbolen van bepaalde deugden waarvan ze de praktijk bijbrachten. 

De draak vertegenwoordigde het slechte, het duistere beginsel in de natuur van de mens, wat hij moet proberen te vernietigen; 

de hond verwees naar een of andere ster, en betekende trouw, dankbaarheid en waakzaamheid; 

de vogel typeerde kinderlijke liefde. 

De beelden belichaamden allerlei diepe, diepzinnige mysteries, maar ik kan ze me nu niet meer herinneren. Ik weet echter heel goed dat er geen afgoderij, geen gruwel mee verbonden was. 

Ze waren de belichaming van grote wijsheid en nederigheid, van diepe meditatie over de prachtige dingen van God. 

Ze waren niet van goud gemaakt, maar van iets donkerders, zoals die fragmenten die werden gebruikt om het erts te smelten, of misschien wat er overbleef na dat proces. 

Onder de figuur van de draak las ik vijf letters, A A S C C of A S C A S, ik weet niet meer precies welke. De naam van de hond was Sur, maar die van de vogel ben ik vergeten.






De vier priesters... 

hielden op vier verschillende plaatsen rond de tempel toespraken... 

voor de mannen, voor de vrouwen, voor de meisjes en voor de jongeren. 

Ik zag hoe ze de kaken van de draak openden, en hoorde ze tegelijkertijd zeggen: 'Als hij, hatelijk en angstaanjagend als hij is, nu zou leven, en op het punt stond ons te verslinden, Wie alleen zou ons dan kunnen helpen tenzij de Almachtige God?' 

Ze gaven God een speciale naam, die ik me nu niet meer kan herinneren. 








Daarna lieten ze het wiel van zijn plaats halen... 

zetten dat op het altaar in een baan die was gevormd om het te bevatten... 

en een van de priesters liet het nu draaien. 

Er waren verschillende cirkels in elkaar, allemaal behangen met holle gouden ballen, die bij elke omwenteling glinsterden en rinkelden, en zo de loop van de sterrenbeelden aankondigden. 

Dit ronddraaien van het wiel ging gepaard met gezang, met als refrein: 

'Wat zou er van de wereld worden als God zou ophouden de beweging van de sterren te leiden?' 

Dit werd gevolgd door het offeren voor het gouden Christuskind...

en het branden van wierook. 



Jezus beval hen om die dieren voor de toekomst uit de weg te ruimen... 

en Barmhartigheid te leren, Naastenliefde, en de Verlóssing van het mensenras.

Voor de rest moeten ze Gód in Zijn schepselen bewonderen... 

Hem danken en Hém alleen aanbidden. 



Op de avond van het eerste van deze drie feesten... 

begon de sabbat voor Jezus, daarom trok Hij zich met de drie jongeren terug... 

in een afgezonderd appartement van het tentenkasteel om het te vieren. 

Ze hadden witte kleding bij zich, bijna als grafkleding. 

Die deden ze aan, samen met een gordel, versierd met letters en riemen, die ze als een stola over de borst kruisten. Op een met rood en wit gedekte tafel stond een lamp met zeven branders. 

Tijdens het gebed stond Jezus tussen twee van de jongeren, de derde achter Hem. 

Er was geen heiden aanwezig bij hun viering.


[emmerich]

sterre-stad 3







Koning Mensor... 

die in de overtuiging verkeerde dat het slechts een gezant van Jezus was die was toegekomen, zette alles in beweging om hem zo plechtig te ontvangen alsof het de Koning van de Joden zelf was die was gekomen. 

Hij beraadslaagde met de andere hoofden en priesters, en schreef de verschillende details van Zijn ontvangst voor. Feestkleding en geschenken werden klaargemaakt, en de wegen waarlangs Hij zou komen, werden prachtig versierd. Alles werd met vreugdevolle ernst voortgezet. 

-

Mensor, gezeten op een rijkelijk opgetuigde kameel... 

die aan beide kanten beladen was met kleine kisten... 

en vergezeld van een gevolg van twintig vooraanstaande personen... 

van wie sommigen deel hadden uitgemaakt van de karavaan naar Bethlehem... 

ging op weg om Jezus te ontmoeten... 

die zelf met de drie jonge mannen en zeven eerdere boodschappers... 

op weg was naar het tentenkasteel. 

-

Het gezelschap van Mensor zong, terwijl ze voortgingen... 

een plechtige, elegische melodie zoals ze 's nachts hadden gezongen... 

tijdens hun reis naar Bethlehem. 

-

Mensor, de oudste van de koningen... 

degene met de bruinachtige huidskleur... 

droeg een hoge, ronde kap/muts/pet versierd met een soort witte bolle rand... 

en een witte dressuurmantel geborduurd met goud. 

Als ereteken droeg men een vaandel aan het hoofd van de stoet. Het zag eruit als een paardenstaart, die aan een paal was vastgemaakt waarvan de bovenkant was ingesprongen met punten. 

De weg voerde door een laan over prachtige weiden, die her en der bedekt waren met stukjes zacht wit mos, dat in de zonnestralen als een dichte schimmel glansde. 









Eindelijk bereikte de processie een bron... 

die bedekt werd door een groene tempel van kunstig gesnoeid gebladerte. 

Hier steeg Mensor van zijn kameel af, en wachtte op de Heer, die men zag naderen. 

Een van de zeven afgevaardigden om Jezus te begeleiden rende vooruit, en kondigde Zijn komst aan. 

De kisten die door de kamelen gedragen werden, werden nu geopend, en prachtige gewaden geborduurd met goud, gouden bekers en borden, en schalen met fruit werden eruit gehaald, en op het tapijt gelegd dat bij de bron werd uitgespreid. 

-

Mensor, gebogen van ouderdom, gesteund door twee mannen uit zijn gevolg en vergezeld door zijn karavaanbegeleider, ging Jezus tegemoet. 

Zijn hele houding werd gekenmerkt door nederigheid. In zijn rechterhand droeg hij een lange staf, versierd met goud en eindigend in een sceptervormige punt. 

Bij een blik van Jezus ervoer hij, net als vroeger bij de kribbe, een innerlijke waarneming die vergelijkbaar was met die welke hem, als eerste van de drie, op zijn knieën had doen vallen. 

Hij reikte zijn staf naar Jezus, en wierp zich nu opnieuw voor Hem neer, maar Jezus richtte hem op van de grond. 

Toen beval de oude man de geschenken naar voren te brengen en aan Jezus te presenteren, die ze aan de discipelen overhandigde, en ze werden op de kameel geplaatst. 

Jezus aanvaardde inderdaad de schitterende gewaden, hoewel Hij er niet mee instemde om ze te dragen. De kameel werd hem eveneens door de oude man aangeboden, en Jezus bedankte hem, wederom zonder hem aan te nemen.

-

Ze gingen nu het prieel binnen. 

Mensor presenteerde de Heer vers water, waarin hij een soort sap uit een kleine fles had gegoten, en fruit op kleine schaaltjes. 

Op een manier die onuitsprekelijk nederig, kinderlijk en vriendelijk was, ondervroeg Mensor Jezus over de Koning der Joden, want hij beschouwde Hem nog steeds als slechts een gezant, hoewel hij zijn innerlijke ontroering niet voor zichzelf kon verklaren. 

-

Zijn metgezellen spraken met de jongeren... 

en huilden van vreugde toen ze van Eremenzear hoorden dat hij de zoon was van een van die volgelingen van de koningen die waren achtergebleven en die zich in de buurt van Bethlehem hadden gevestigd. Hij was een afstammeling van Abraham bij zijn tweede vrouw, Ketura. 









Mensor wilde dat Jezus op Zijn kameel zou rijden... 

toen ze weer op weg waren naar het tentenkasteel... 

maar Jezus stond erop te lopen. 


Hij en de jonge discipelen gingen voorop in de processie. 

Na ongeveer een uur, bereikten ze de enorme ronde omheining waarin Mensor's woning en zijn onderhorigheden stonden, en waaromheen, in plaats van muren, wit tentdoek was gespannen. 

Onder de triomfboog voor de ingang werden Jezus en de discipelen opgewacht door een menigte jonge maagden in feestkleding. Ze kwamen naar voren, twee aan twee, met manden met bloemen, die ze over de weg strooiden die Hij moest passeren totdat die er helemaal mee bedekt was. 

Het pad leidde via een laan met schaduwbomen waarvan de bovenste takken samengebonden waren. De meisjes droegen onder hun bovenkleed, dat in mantelvorm om hen heen viel, wijde witte pantalons. 

Aan hun voeten puntige sandalen, rond hun hoofd banden van een soort wit spul, en op hun armen en borst en rond hun nek waren kransen van bloemen, wol en glinsterende veren.

Ze waren heel bescheiden gekleed. 

Hoewel ze geen sluiers droegen. 





De schaduwrijke laan eindigde bij een overdekte brug... 

die over de gracht of beek naar de grote tuin leidde waar de beek omheen liep. 

Voor de brug stond een zeer versierde triomfboog, waaronder Jezus werd ontvangen door vijf priesters in witte mantels met lange sleep. Hun gewaden waren rijkelijk versierd met kant, en aan de rechterarm van elk hing een manipule op de grond. 

Ze droegen op hun hoofd een ronde kroon, met aan de voorkant een schildje in de vorm van een hart, waaruit een punt oprees. Twee van hen droegen een vuurpan van goud, waarop ze wierook sprenkelden uit een gouden vat in de vorm van een boot. 

Ze lieten niet toe dat de sleep van hun mantels in Jezus' aanwezigheid werd opgehouden. 

Maar stopten ze in een lus erachter.

Jezus nam al deze eerbetuigingen rustig in ontvangst. 

Net als later die van Palmzondag.


[emmerich]