Posts tonen met het label brood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brood. Alle posts tonen

zondag 17 maart 2024

ezechiël 1




Hij, Jahwe, zei tot mij:

'Mensenkind, luister naar wat Ik u zeg

wees niet weerspannig zoals dit weerspannige volk

maar doe uw mond open en eet wat Ik u geef.'


Ik keek op

en zag een hand die zich naar mij uitstrekte

en in die hand zag Ik een boekrol. Hij rolde ze voor mij af.

Ze was beschreven van binnen en van buiten.

Er stonden klaagliederen op

treurzangen en weeklachten. 


Hij zei tot mij:

'Mensenkind, eet wat u voorgehouden wordt

eet deze boekrol op en richt dan het woord tot het volk van Israël.' 

Toen opende ik mijn mond en Hij gaf me die boekrol te eten.


Hij zei tot mij:

'Mensenkind, laat uw lichaam deze boekrol die Ik u geef opnemen en verzadig u ermee.

Ik at dus de boekrol op: ze smaakte me zo zoet als honing.


(Giotto)

Hij zei tot mij:

'Mensenkind, begeef u naar het volk van Israël en breng hun mijn woorden over.

Ge wordt niet gezonden naar een volk met een vreemde taal en tongval, maar tot het volk van Israël.

Naar geen van de vele volken met een vreemde taal en tongval wier woorden ge niet verstaat.

Als Ik u tot hén zond, zouden zij naar u luisteren.

Maar het volk van Israël is niet bereid naar u te luisteren

omdat het niet naar Mij wil luisteren:

het volk van Israël heeft een harde blik

en een hart van steen.'


'Ik zal dan ook uw blik even hard maken als de hunne en uw gezicht even strak.

Uw gezicht maak Ik harder dan kiezel, hard als diamant.

Wees dan niet bang voor hen en niet bevreesd voor hun aanblik:

het is nu eenmaal een weerspannig volk.'


Hij zei tot mij:

'Mensenkind, neem al de woorden die Ik tot u zal spreken

in uw hart op en luister er goed naar.

Ga naar de ballingen, uw volksgenoten;

spreek hun toe en zeg tot hen, of ze luisteren of niet:

Zo spreekt Jahwe de Heer!'


Toen hief de geest van Jahwe mij op

en ik hoorde achter mij een luid geroep:

'Gezegend zij de heerlijkheid van Jahwe in Zijn Heiligdom.'

Ik hoorde het klapperen van de elkaar rakende vleugels van de levende wezens

het geratel van de wielen naast hen, en tegelijk het gedreun van een aardbeving.


De geest hief mij op en voerde me mee

en ik ging heen, bitter gestemd en toornig, terwijl de hand van Jahwe op mij drukte.

Ik kwam bij de ballingen van Tel-Abib die aan de Kebar woonden.

Zeven dagen zat ik in hun midden, zonder een woord uit te kunnen brengen.

Toen deze zeven dagen voorbij waren werd het woord van Jahwe tot mij gericht:


'Mensenkind, Ik stel u aan als wachter voor het volk van Israël.

Telkens als ge uit Mijn Mond een woord hoort, moet ge hen namens Mij waarschuwen.

Als Ik tot de boosdoener zegt: Ge zult zeker sterven, en gij waarschuwt hem niet,

en laat na hem op zijn slecht gedrag te wijzen om zijn leven te redden,

dan zal die boosdoener weliswaar om zijn eigen schuld sterven,

maar ú zal Ik rekenschap vragen van zijn bloed.


Maar als ge de boosdoener gewaarschuwd hebt

en hij betert zijn leven niet, dan zal hij wel sterven om zijn eigen schuld,

maar gij hebt uw eigen leven gered.


Als een rechtvaardige zich gaat misdragen en verkeerde dingen doet,

en Ik laat hem struikelen, dan zal hij sterven;

hij sterft omdat gij hem niet op zijn zonde gewezen hebt;

zijn goede daden tellen dan niet meer mee,

maar ú zal Ik rekenschap vragen van zijn bloed.


Maar als ge de rechtvaardige waarschuwt dat hij niet moet zondigen,

en hij zondigt ook niet, dan zal hij beslist in leven blijven,

omdat hij uw waarschuwing ter harte heeft genomen,

en gij hebt uw eigen leven gered.'



Toen legde de hand van Jahwe zich op mij, en Hij zei tot mij: 

'Sta op, ga naar de laagvlakte, daar zal Ik tot u spreken.'

Toen stond ik op en ging naar de laagvlakte,

en daar zag ik de heerlijkheid van Jahwe,

juist zoals ik haar gezien had aan de Kebar,

en ik wierp mij plat ter aarde.


Maar de geest kwam over mij

en deed mij rechtop staan.

En Jahwe sprak tot mij:


'Ga naar binnen en sluit u op in uw huis.

Mensenkind, men zal touwen nemen en u daarmee knevelen,

zodat ge u niet onder hen kunt begeven.

Uw tong zal Ik aan uw verhemelte doen kleven en ge zult stom zijn,

zodat ge voor hen geen strafprediker meer kunt zijn;

het is nu eenmaal een weerspannig volk.


Maar als Ik tot u spreek, zal Ik uw mond openen;

dan moet ge tot hen zeggen: Zo spreekt de Heer.

Wie luisteren wil luistere,

en wie niet luisteren wil, moet maar niet luisteren:

Het is nu eenmaal een weerspannig volk.' 


[Ez.2:8-3]

woensdag 1 maart 2023

vlees & bloed 6



De tafel was smal... 

en reikte slechts een ​​halve voet boven de knie van een man die ernaast zou staan.

In vorm was het als een hoefijzer, en tegenover Jezus, in het binnenste deel van de halve cirkel, was een ruimte vrij gelaten voor het opdienen van de gerechten.

Voor zover ik me kan herinneren, stonden Johannes, Jacobus de Meerdere en Jacobus de Kleine aan de rechterkant van Jezus; toen kwam Bartholomew, nog steeds aan de rechterkant, maar meer naar het smalle uiteinde van de tafel; en om de hoek aan de binnenzijde stond Thomas en naast hem Judas Iskariot.

Links van Jezus waren Petrus, Andreas en Thaddeus; toen kwam Simon aan de andere kant; en rond aan de binnenkant, Matthew en Philip.



In het midden van de tafel... 

lag het Paaslam op een schaal... 

de kop rustend op de gekruiste voorpoten, de achterpoten uitgestrekt.

Rondom de rand van het gerecht lagen kleine bosjes knoflook. 

Vlakbij stond nog een schaal met Paasgebraad, en aan weerszijden een bord groene kruiden.

Deze laatsten stonden rechtop en zo dicht bij elkaar dat het leek alsof ze groeiden. 

Er was nog een bord met kleine bosjes bittere kruiden die op aromatische kruiden leken.

Direct tegenover Jezus stond een schaal met geelgroene kruiden... 

en een andere met een soort bruinachtige saus.

Kleine ronde broden dienden de gasten als borden... 

en ze maakten gebruik van beenmessen.



Na het gebed... 

legde de ceremoniemeester het mes voor het aansnijden van het paaslam op de tafel voor Jezus, zette een beker wijn voor Hem neer en vulde uit een kan zes andere bekers, die hij neerzette telkens tussen twee van de apostelen.

Jezus zegende de wijn en dronk. 

De apostelen dronken twee per twee uit één beker.



De Heer sneed het Paaslam in stukken. 

De apostelen reikten elk om de beurt hun kleine broden aan... 

op een soort instrument dat ze vasthield, en ontvingen elk een deel.

Ze aten het haastig op, scheidden het vlees van het bot met hun ivoren messen... 

en de botten werden daarna verbrand.

-

Ze aten ook, en dat heel snel, de knoflook... 

en de groene kruiden, die ze eerst in de saus doopten.

Ze aten het paaslam staand, een beetje leunend op de rugleuning van de stoelen.




Jezus brak toen een van de ongezuurde broden... 

bedekte een deel ervan, en verdeelde het andere onder de apostelen.

Daarna aten ze de kleine broden die als bord hadden gediend.

-

Er werd nog een beker wijn gebracht.

Jezus dankte, maar dronk er niet van.

Hij zei: 

'Neem deze wijn...

en verdeel hem onder jullie. 

Want voortaan zal Ik geen wijn meer drinken... 

totdat het Koninkrijk van God komt.'


Nadat de apostelen hadden gedronken, twee per twee... 

zongen ze, en Jezus bad, en onderwees.


Daarna wasten ze opnieuw hun handen... 

en gingen daarna op de stoelen liggen.

Tijdens de voorafgaande plechtigheid hadden ze gestaan... 

of in ieder geval zichzelf wat ondersteund...

en alles was in haast gedaan.





Jezus had ook nog een lam in stukken gesneden... 

dat naar de heilige vrouwen werd gedragen... 

in het bijgebouw waar zij aan het eten waren.

-

De apostelen aten van de kruiden, de salade en de saus.

Jezus was buitengewoon sereen en bedachtzaam, meer dan ik Hem ooit eerder zag.

Hij beval de apostelen hun zorgen te vergeten.

Zelfs de Heilige Maagd was opgewekt en vrolijk toen ze bij de vrouwen aan tafel zat.

Het was heel ontroerend om te zien hoe eenvoudig ze zich tot de andere vrouwen wendde als ze soms naar haar toe kwamen en haar aandacht trokken door een beetje aan haar sluier te trekken.


[emmerich]

woensdag 15 februari 2023

woestijn 6



Jezus leed nu honger en dorst. 

Ik zag Hem verschillende keren bij de ingang van de grot. 

Op een dag tegen de avond beklom Satan in de vorm van een grote, machtige man de berg. 

Hij had zich beneden voorzien van twee stenen, even lang als kleine rollen... 

maar vierkant aan de uiteinden, die hij terwijl hij klom kneedde... 

tot het volmaakte uiterlijk van brood. 



Er was iets akeligers dan gewoonlijk aan hem... 

toen hij de grot binnenstapte naar Jezus toe. 

In elke hand hield hij een van de stenen vast... 

en zijn woorden waren ongeveer: 

'Ge hebt gelijk om niet van het fruit te eten, want dat wekt alleen maar eetlust op. Maar als ge die geliefde Zoon van God zijt over wie de Geest kwam bij de doop, zie! ik heb deze stenen op brood laten lijken. Verander ze in brood!' 



Jezus keek niet naar hem. 

Maar ik hoorde Hem deze woorden alleen uitspreken: 

'De mens leeft niet van brood!' 

Dit waren de enige woorden die ik duidelijk opving. 

Toen werd Satan volkomen afgrijselijk. 

Hij strekte zijn klauwen uit alsof hij Jezus wilde grijpen... 

(waarbij ik de stenen op zijn armen zag rusten) en vluchtte. 

Ik moest lachen om het feit dat hij de stenen mee moest nemen.


[emmerich]

vrijdag 4 november 2022

simpel gras 4

And so does the Angel of Water bless the grass. 

For I tell you truly, there is more of the Angel of Water within the grass than any of the other Angels of the Earthly Mother. For if you crush within your hands the grass, you will feel the water of life, which is the blood of the Earthly Mother. 

And all through the days, when you touch the grass, and enter into the Stream of Life, do you give to the soil a few drops of water, that the grass may be renewed by the power of the Angel of Water.



Know, also, that the Angel of Air is within the grass. 

For all that is living and green is the home of the Angel of Air. 

Put your face close to the grass, breathe deeply, and let the Angel of Air enter deep within your body. 

For she abides in the grass, as the oak abides in the acorn... 

and as the fish abides in the sea.

-

The angel of Earth... 

is she who gives birth to the grass.

Even as the babe in the womb lives from the nourishment of his mother... 

so does the earth give of itself to the grain of wheat... 

causing it to shoot forth to embrace the angel of Air. 



I tell you truly, each grain of wheat that bursts forth upward to the sky... 

is a victory over death, where Satan reigns. 

For Life always begins again.

It is the Angel of Life... 

that flows through the blades of grass into the body of the Son of Light, shaking him with her power. For the grass is Life and the Son of Light is Life, and Life flows between the Son of Light and the blades of grass, making a bridge to the Holy Strearn of Light which gave birth to all creation.

-

And when the Son of Light holds between his hands the blades of grass... 

it is the Angel of Joy which fills his body with music. 

To enter into the Stream of Life is to be one with the song of the bird, the colors of the wild flowers, the scent of the sheaves [schoven] of grain, newly turned over in the fields. 

I tell you truly, when the Son of Man feels not joy in his heart, he labors for Satan and brings hope to the sons of darkness. There is no sadness in the Kingdom of Light, only the angel of Joy. 

Learn, then, from the tender blades of grass the song of the Angel of Joy, that the Sons of Light may walk with her always and thus comfort the hearts of the Sons of Men.



The Earthly Mother... 

is She who provides for our bodies. 

For we are born of Her, and have our life in Her. 

So does She provide for us food in the very blades of grass we touch with our hands. 

For I tell you truly, it is not only as bread that wheat may nourish us. 

We may eat also of the tender blades of grass, that the strength of the Earthly Mother may enter into us. But chew well the blades, for the Son of Man has teeth unlike those of the beasts, and only when we chew well the blades of grass can the Angel of Water enter our blood and give us strength. 

Eat, then, Sons of Light, of this most perfect herb from the table of our Earthly Mother... 

that your days may be long upon the earth... 

for such finds favor in the eyes of God.


[bron]